Nancy Cunard, erfgename en provocateur

Rijk, eigenzinnig en modern. Nancy Cunard was een societydame uit het Parijs van de jaren twintig en dertig. Ze steunde de modernste kunsten en streed tegen racisme. Volkenkundig museum Branly wijdt een expositie aan haar.

Het is aardedonker bij de ingang van L’atlantique noir. Een spotlight valt op een vitrine met tientallen grote ivoren armbanden - het handelsmerk van Nancy Cunard, een fenomeen aan het begin van de twintigste eeuw. De Britse was model, dichter, uitgever, drukker, verzamelaar, journalist en provocateur, een kruising van Colette, George Sand, Nelson Mandela en Jackie Kennedy, zou je kunnen zeggen. Boven alles was ze een brug tussen zwart en wit, een brug tussen culturen.

Tachtig jaar geleden publiceerde Cunard het boek Negro Anthology, 850 bladzijden over de geschiedenis van Afrika, Madagaskar en zwart Amerika, met 250 artikelen, documenten, onderzoeken en brieven van 150 auteurs en 385 illustraties - een absoluut uniek project voor die tijd. De segregatie was de dagelijkse realiteit, de zwarte mens was ondergeschikt aan de blanke en de koloniën golden als een groot goed voor het Westen; nog maar weinigen zetten vraagtekens bij deze overtuigingen.

Nancy Cunard was er één van. Met haar boek wilde ze aantonen dat het gangbare racistische vooroordeel nergens op stoelde, vertelde een vriend aan een van haar biografen; ook de zwarten hadden een lange en sociale culturele traditie en die wilde Cunard laten zien. Ze mobiliseerde haar hele internationale, intellectuele netwerk, van academici tot journalisten, van fotografen en antropologen tot dichters. Afrikaans, Amerikaans, Afro-Amerikaans, Europees, zwart, blank, man en vrouw. Het leverde een magistraal panorama op dat op de tentoonstelling in Musée du quai Branly in Parijs als het ware voor je ogen wordt uitgevouwen en uitvergroot.

Nancy Cunard (1896-1965) was de dochter van een Britse vader die fortuin maakte met zijn rederij Cunard Lines, en een Amerikaanse mondaine moeder. Ze brengt haar jeugd door op een kasteel op het Engelse platteland, de middelbare school volgt ze in Londen. Vanaf haar achttiende lapt ze alle regels van het aristocratische, victoriaanse, preutse Engeland aan haar laars. Ze rookt, drinkt, experimenteert met drugs, viert feest, stort zich in Proust, Dostojevski, Windham Lewis, Ezra Pound en sluit zich aan bij de opkomende jazz-scene. Ze schrijft en publiceert haar eerste gedichten, gaat om met de Bloomsbury groep rond Virginia Woolf en vertrekt in 1924 naar Parijs, de stad waar jonge buitenlandse vrouwen hun seksualiteit naar hartelust kunnen vieren.

Whoroscope

Naar het voorbeeld van het beroemde boekenduo van Gertrude Stein en Alice B. Toklas vormt Cunard een tijdje een extravagant trio met twee Amerikaanse journalisten. Ze laat zich kleden door de grootste Franse modekoningen en stofontwerpers van haar tijd, zoals Coco Chanel en Sonia Delauney, en schittert in de mode garçonne, het pak van de mannelijke dandy gedragen door de vrouw. Man Ray vereeuwigt haar met portretten waarop ze tientallen ivoren armbanden draagt. In totaal zou ze er meer dan vijfhonderd verzamelen.

In Parijs leert Cunard Tristan Tzara en René Crevel kennen, voormannen van het dadaïsme en surrealisme. De hele Franse literaire, intellectuele en communistische avant-garde ontmoet elkaar in haar appartement op het chique Ile St. Louis. Cunard fungeert als brug tussen de Britse en de Franse cultuur, zelf vertaalt ze Christopher Marlowe in het Frans, Marcel Jouhandeau in het Engels. In 1926 begint ze een relatie met de Franse schrijver Louis Aragon, in wiens werk ze als personage terugkomt. Met hem begint ze haar eigen uitgeverij Hours Press, die meer dan twintig engelstalige boeken zou uitbrengen, waaronder Whoroscope, de eerste dichtbundel van Samuel Beckett. Een neus voor literaire kwaliteit kan Cunard niet ontzegd worden.

In 1931 start ze met de voorbereidingen voor de Negro Anthology, een plan dat ze waarschijnlijk mede om persoonlijke redenen opvatte: ze was verliefd op de Afro-Amerikaanse pianist Henry Crowder (aan wie de Negro Anthology is opgedragen). De de reacties op hun verhouding waren onverhuld negatief. Als antwoord op de racistische reactie van haar aristocratische moeder schrijft ze het pamflet Black Man and White Ladyship, an Anniversary, waarin ze niet alleen haar moeder stevig van repliek dient, maar ook de slavernij en de discriminatie in de VS aan de kaak stelt. Het betekent Cunards definitieve breuk met haar familie en met de wereld waarin ze is opgegroeid.

I am the darker brother

Ook nu nog, in onze geglobaliseerde, kosmopolitische en virtuele wereld, dwingt Cunards omvangrijke en geëngageerde project bewondering af. Een hele wand laat portretten zien van blanke én zwarte musici, schrijvers, journalisten, wetenschappers en zangers die aan haar boek meewerkten. Een van de gezichten is dat van Zora Neale Hurston, een van de grootste Afro-Amerikaanse auteurs uit de vorige eeuw, motor van de literaire ‘Harlem Renaissance’- beweging en inspirator van onder andere Toni Morrison. „I too sing America”, zingt de stem van Langston Hughes uit een luidspreker, „I am the darker brother/ They send me to eat in the kitchen/when company comes/ But I laugh and eat well and grow strong.”

Even verderop staan we voor een levensechte foto van de moeder van een van de ‘Scottsboro Boys’, negen zwarte jongens die ervan werden beschuldigd twee blanke vrouwen te hebben verkracht en daarvoor ter dood waren veroordeeld - een uitspraak die internationaal tot grote ophef leidde en waar Cunard zich intensief mee bemoeide. Foto’s, citaten, filmfragmenten, geluidsopnamen - je wandelt in Parijs door de pagina’s van de Negro Anthology.

Zo brengt deze expositie een vergeten tijdperk tot leven: de decennia van de strijd voor gelijkheid tussen blank en zwart en het harde gevecht tegen racisme. Maar de expositie toont ook de moed en gedrevenheid van een Nancy Cunard