Met de beeldbuis boeven vangen

Bij misdaadprogramma’s wordt nogal eens een crimineel in de kraag gevat // De politie hoeft ze alleen maar op te halen // Vanavond begint John van den Heuvel’s nieuwe programma Op de Vlucht

Zo’n beetje de vader van de vaderlandse misdaadverslaggeverij, Peter R. de Vries, hier in 1998, ging op het randje met zijn reportage over Joran van der Sloot.
Zo’n beetje de vader van de vaderlandse misdaadverslaggeverij, Peter R. de Vries, hier in 1998, ging op het randje met zijn reportage over Joran van der Sloot. Foto Jasper Juinen / ANP

Voortvluchtigen van Nederland opgepast, John van den Heuvel begint vanavond op RTL 4 met zijn nieuwe misdaadprogramma Op de Vlucht, waarin hij eigenhandig loslopende criminelen opspoort. Daarnaast redt hij op zondag ook nog ontvoerde kinderen. Peter R. de Vries heeft zijn jachtgebied momenteel verlegd naar arme landen. En Alberto Stegeman betrapte afgelopen zondag op SBS 6 nog pedofiel Erik L. met een tas vol kinderporno, terwijl hij komende zondag in aflevering 90 van Undercover in Nederland op oplichter Markus L. jaagt.

Op televisie zijn nogal wat misdaadverslaggevers aan het werk. Ze rusten pas als ze zelf de boef kunnen aanhouden. Wat vindt de politie ervan dat journalisten zelf gaan opsporen?

Oud-commissaris Joop van Riessen, die in de jaren negentig de opkomst van misdaad-tv meemaakte: „Soms doet het pijn. Zij krijgen de credits en de politie mag op het eind de boeven komen ophalen. Neem maar mee. Ja, lekker.” Eric Stolwijk, directeur communicatie bij de Nationale Politie: „Daar moet je in meegaan. We hadden liever zelf de eer opgestreken, maar dan hadden wij het maar beter moeten doen. Het belangrijkste is toch dat het vuil wordt opgehaald en niet aan de stoep blijft staan.”

Van Riessen benadrukt dat tv-speurders het makkelijker hebben dan rechercheurs: „Zij kunnen de krenten uit de pap kiezen.” Erik Stolwijk: „Wij zitten met een enorme stapel dossiers. Die ziet het publiek niet liggen.” Stolwijk wil overigens geen kwaad woord horen over De Vries en Van den Heuvel, de laatste is een ex-collega. „Natuurlijk is het wel eens vervelend dat je allerlei werk moet laten liggen omdat zij aandacht voor een bepaalde zaak vragen. Maar dan zeg ik: wen er maar aan.”

Ze mogen veel meer dan agenten

Een heikel punt vormen de opsporingsmethodes. De televisiespeurders doen dingen die politieagenten niet zomaar mogen: filmen met de verborgen camera, uitlokken, verdachten op een andere manier erin laten lopen. Stolwijk: „Ze hebben wettelijk gezien geen enkele bevoegdheid, maar ze mogen toch veel meer dan wij. Dat is wel eens vreemd.”

Strafadvocaat Sidney Smeets: „Binnen de advocatuur zijn wel wat bedenkingen, vooral over het gebruik van de verborgen camera, wat burgers overigens ook niet mogen. Dit soort onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal – indien het van burgers komt – kan namelijk wel dienen als bewijsmateriaal in een rechtszaak. Dat heet de silver platter doctrine: de politie krijgt het bewijs op een zilveren schaaltje aangereikt. Het is witwassen van informatie.”

Volgens Smeets gaat vooral Stegeman vaak „grenzen over”. Stegeman werd onlangs veroordeeld voor het vervalsen van een KLM-pas. Van Riessen noemt het voorbeeld van Joran van der Sloot, bij wie Peter R. de Vries langs slinkse wegen een bekentenis losweekte voor de verborgen camera: „Dat was juridisch op het randje.”

Stolwijk en anderen benadrukken dat ze „zeer goede ervaringen” hebben met „de heren” De Vries en Van den Heuvel, en dat de politie blij is met hun werk: „Er valt afspraken met ze te maken, bijvoorbeeld over het delen van informatie en het niet voor de voeten lopen van onze mensen.”

Volgens Van Riessen heeft vooral het werk van De Vries invloed gehad: „Sinds hij er is, werken we met cold case teams, en halen we externe experts erbij die het politiewerk kritisch bekijken.” Ook noemt hij de moordzaak Marianne Vaatstra. Op stevig aandringen van De Vries stond de Tweede Kamer grootschalig DNA-onderzoek toe, waardoor de dader gepakt kon worden. Van Riessen: „De camera heeft macht. Ook op politici, die eerder luisteren naar een tv-maker dan naar de politie.”