Met Ayrton verliet de dood het circuit

Vandaag twintig jaar geleden verongelukte een van de grootste coureurs in de Formule 1. Sinds zijn dood is de sport veel veiliger geworden.

Ayrton Senna in augustus 1982 op de Jyllandsringen in Resenbro, Denemarken, waar hij deelnam aan een race voor het kampioenschap van de Formule Ford 2000.
Ayrton Senna in augustus 1982 op de Jyllandsringen in Resenbro, Denemarken, waar hij deelnam aan een race voor het kampioenschap van de Formule Ford 2000. Foto Sutton Images/Corbis

Zijn gestalte is in brons vereeuwigd. Het hoofd licht gebogen, de handen devoot gevouwen. Peinzend op een muurtje. Helemaal Ayrton Senna: de Braziliaanse racevirtuoos die vandaag twintig jaar geleden omkwam op het circuit van Imola, vlakbij Bologna, tijdens de Grand Prix van San Marino. Snelheidsduivel, gelovige, romanticus. Mooie man met een onpeilbare blik, maar ook met de wil om voortdurend zijn eigen grenzen te passeren.

In zijn eigen land een held, wiens betekenis de sport overstijgt. Misschien dat de voetballer Pelé in zijn buurt komt. In Brazilië is Senna meer dan de winnaar van drie Formule 1-titels (1988, 1990 en 1991) en 41 grands prix. Hij versloeg de grote coureurs van het oude autocontinent, Europa. En gaf miljoenen arme Brazilianen hoop op vooruitgang en een moderne toekomst. Het land was in zijn tijd schuchter op weg een van de groeiers in de wereldeconomie te worden.

Zijn bronzen beeld staat aan de binnenkant van de Tamburello-bocht, waar hij op 1 mei 1994 met zijn Williams-Renault FW 16 met een snelheid van ruim boven de 200 kilometer per uur tegen een betonnen muur knalde. Zijn bolide maakte een onbestuurbare indruk; volgens Michael Schumacher, die achter hem reed, leek Senna op een kiezelsteentje dat over het water stuiterde. Vooral in de bochten. De Italiaanse justitie weet het ongeluk aan een slechte las in de stuurkolom van de wagen. De rechter sprak de top van renstal Williams echter vrij.

Zijn dood – hij was 34 jaar – raakte de wereld zoals dat alleen bij beroemde popartiesten en grote politici gebeurt. De fans weten nog precies waar zij waren toen de hulpverleners zijn leven probeerden te redden, met de neurochirurg en circuitarts Sid Watkins in hun midden. De coureur had hersenletsel doordat een deel van de wielophanging door het vizier van zijn helm was gedrongen en overleed op het circuit. „Senna slaakte een zucht, en hoewel ik compleet agnost ben, voelde ik dat zijn ziel op dat moment vertrok”, vertelde Watkins, een goede vriend van Senna, later.

Hij kreeg een staatsbegrafenis, na drie dagen nationale rouw. Een half miljoen mensen in zijn geboorteplaats São Paulo, waar hij opgroeide als zoon van een zakenman en zijn intrede deed in het karten, bevolkten de straten toen zijn kist naar de begraafplaats werd gebracht. Grote afwezige: Formule 1-baas Bernie Ecclestone. Die vond het hypocriet om als ongelovige naar de kerk te gaan en stuurde zijn vrouw Slavica. „Ze was heel close met Ayrton en zij gelooft in die handel.”

De komende dagen komt de mythe weer tot leven, in herdenkingstoespraken, races en herinneringen van collega’s en fans. Imola is weer even het middelpunt van de racewereld. „Hij was mijn held, hij inspireerde mij om te gaan racen”, zei Mercedes-coureur Lewis Hamilton na zijn derde grand- prixzege dit seizoen, op het circuit van Shanghai. De Brit, hard op weg naar zijn tweede wereldtitel, was negen toen Senna omkwam.

Einde van een tijdperk

De honderden kilo’s brons waarin de coureur is gegoten, staan voor het einde van een tijdperk: Ayrton Senna was de laatste omgekomen coureur van de Formule 1. De sport, die in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw was uitgegroeid tot een amusementsindustrie waarin honderden miljoenen omgingen, had vóór Senna al een dodelijke reputatie opgebouwd: Jochen Rindt, Ronnie Peterson, Gilles Villeneuve, Elio de Angelis en tientallen anderen. Er was een kans van twee op drie dat je omkwam, becijferde de Schotse racelegende Jackie Stewart eens nuchter. Veiligheid telde nog niet in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. Sneuvelen hoorde bij Formule 1; vonkenregens en rondvliegende brokstukken gaven de sport sensatie.

Na de dood van Senna is de Formule 1 aanmerkelijk veiliger geworden. De coureurs zitten in een ‘overlevingscel’ die van zeer licht, maar ijzersterk carbonfiber is gemaakt. De oude metalen brandstoftanks zijn vervangen door rubber gecoate tanks van hoogwaardige vezels. In 2003 is het head and neck support system (HANS) verplicht gesteld. Dit moet de kracht die het hoofd en de nek van de coureur bij een crash te verwerken krijgen, opvangen. Bij elke grand prix is er een medische staf van meer dan honderd man aanwezig, ziekenwagens zijn binnen dertig seconden ter plaatse. De circuits hebben uitloopzones, grindbakken en metershoge vanghekken. En alles is brandwerend, tot aan het ondergoed toe.

Koningsgevecht

Senna durfde alles, hij was een artiest op het circuit. Hij kende de risico’s van het vak, maar dat dempte zijn drive niet. Hij moest en zou winnen. Bij McLaren voerde hij een koningsgevecht met teamgenoot Alain Prost, waar de vonken en de haat van af spatten. De twee waren niet te beroerd elkaar van de baan te drukken. Bij Mercedes zijn het nu Hamilton en Fernando Alonso die elkaar bestrijden. Maar de twee zijn vrienden en Formule 1 is veranderd. De auto’s zijn stiller, de motoren ‘groener’. Het debat gaat even niet over veiligheid, maar over het timide geluid van de turbomotoren. De Formule 1 tracht zich te voegen naar een veilige, duurzame wereld.

Het weekeinde dat Senna verongelukte, was meteen een van de zwartste uit de geschiedenis van de racesport. Op zaterdag was rookie Roland Ratzenberger al tijdens de kwalificatie omgekomen. Senna was ontredderd. Circuitarts Watkins ontraadde hem een dag later van start te gaan. „Je bent nu al drie keer wereldkampioen en de snelste coureur. Stop ermee en ga vissen.” Senna liet zich niet vermurwen. „Sid”, zei hij, „er zijn bepaalde dingen waarover we geen controle hebben. Ik kan niet stoppen, ik moet doorgaan.”