Opinie

Mark en de Catshuismonsters

Het spookt in het Catshuis. Mark Rutte komt er niet graag, en als hij er wel is, sluipt er ineens een demon in hem, die de goedlachse goeierd verandert in een wiskundeleraar met een burn-out tegenover een klierende klas pubers.

„Dat partijtje van jou, Geert, dat ga ik helemaal decimeren!”

Zelfs de ijverigste nerd uit de klas, Herman Van Rompuy, is er getuige van geweest. Jarenlang heeft hij geprobeerd het te vergeten, maar nu zijn einde nadert, durft hij eindelijk met zijn verhaal naar buiten te treden. Daar, in het Catshuis, gebeurde het. Ineens rolde Rutte met z’n ogen. Ineens gloeiden z’n wangen rood en groeiden z’n nagels uit tot puntige klauwen.

„Als jij zo doorgaat, Herman, dan stapt Nederland uit de euro! Dan ga ik dat Unietje van jou de-ci-me-ren!”

Nee, het ligt niet aan Rutte. Het was niet Rutte die sprak. Wie wel? Was het de geest van die overleden schilder? Welnee, het spookt er al veel langer. In de jaren zeventig hoorden bezoekers al gestommel boven hun hoofden. Was het Dries van Agt, die uit bed kwam? Welnee. Na Van Agt durfde geen enkele premier de ambtswoning nog als ambtswoning te gebruiken.

En die geheimzinnige brand, tien jaar terug? Die zorgde dat het Catshuis niet gebruikt kon worden tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland.

Laten we onze ogen er niet voor sluiten. De monsters van het Catshuis zijn tegen Europa. Dus laten ze het afbranden als Nederland voorzitter wordt. Dus laten ze een kabinet struikelen. Dus laten ze Rutte Van Rompuy afbekken.

De Catshuismonsters sloegen toe toen de G7-wereldleiders de toestand in Oekraïne bespraken. Niemand durft het hardop te zeggen, maar bronnen melden dat Mark Rutte de aanwezigen schuimbekkend heeft toegesproken: „Dat praatgroepje van jullie, dat ga ik totaal decimeren! Horen jullie mij? De-ci-me-ren!”

De aanwezigen waren zo verbluft, dat ze aan Oekraïne niet meer toekwamen. De dag erop marcheerden er nieuwe Russische troepen de Krim binnen. Exact volgens het plan van de Catshuismonsters, want zo kon de wereld zeggen: kijk ze eens, die machteloze EU.

We kunnen wel een spoeddebat aanvragen over een uitbarsting van Rutte van twee jaar geleden, maar dat wordt dan net zo’n scheetkussen als dat debat met staatssecretaris Fred Teeven over zijn dealtje met Cees H., veertien jaar geleden. We wankelen op de rand van een wereldoorlog en debatteren met spoed over oude koeien.

Nee, als de Tweede Kamerleden zichzelf serieus zouden nemen, dan roepen ze het kabinet terug van reces voor het enige debat dat werkelijk urgent is: hoe verslaan we de Catshuismonsters?