Is er ’n dokter in de zaal? Of tien?

Als sopraan in een koor zong ik de Matthaus voor de derde of vierde keer. Het was warm dat jaar, ik was in de zon in mijn zwarte outfit naar het Concertgebouw Haarlem gefietst. Ook in de zaal steeg de temperatuur. Op driekwart van de Matthäus, een moment waarop je als zanger een groot deel van de zaal ziet knikkebollen, stortte de dirigent ter aarde. Mijn vriendin en ik, beiden huisarts, renden naar voren. Zo ook een flink aantal artsen uit de zaal. Er ontstond een vreemde situatie omdat een aantal toegesnelde artsen elkaar herkenden. "Wat doe jij hier." Nou, ik zing hier!" De dirigent verliet het podium, gelukkig bleek er achteraf sprake van een flauwte. Zonder dirigent, met de concertmeester als invaller, volgde het meest gedenkwaardige laatste kwart van de Matthäus ooit.