Inflatie van Dodenherdenking

De Dodenherdenking wordt een kerstboom voor iedereen, maar geen krans voor Joden, aldus Rik Peels.

Aan het einde van dit jaar moet er bij het kabinet een advies liggen over hoe we de Nationale Dodenherdenking vormgeven. Daarom organiseert het Nationaal Comité 4 en 5 mei sinds kort discussieavonden in de hoop ideeën op te doen. Herbezinning is inderdaad hard nodig. Want als we zo doorgaan, herdenken we op den duur iedereen.

In de jaren na de oorlog herdachten we alleen de militairen en verzetsstrijders van ’40-’45. Daar kwamen eerst de soldaten uit Nederlands-Indië en Korea bij. Toen de Joodse oorlogsslachtoffers. Vervolgens homoseksuelen en mensen met een beperking. De afgelopen tien jaar Nederlands-Marokkaanse soldaten en recentelijk Duitse soldaten of zelfs Nederlandse SS’ers. De Dodenherdenking begint op een kerstboom te lijken: er kan altijd nog wel een bal bij. We moeten ergens een grens trekken. Maar waar dan en op basis waarvan?

We moeten terug naar de kern: wat is herdenken eigenlijk? Herdenken heeft twee elementen: we erkennen dat de omgekomen slachtoffers onrecht is gedaan en we bewijzen hun eer. Nederlandse verzetsstrijders en militairen verdedigden onze nationale integriteit. Er werd hun onrecht aangedaan toen ze gedood werden. De kans om verder te leven werd hun ontnomen. En hetzelfde geldt voor de Joodse oorlogsslachtoffers. Daarom staan we stil bij hen. En we leggen kransen en bloemen, om hun de eer te geven die hun toekomt, maar hun ontnomen werd.

Deze kern zijn we kwijtgeraakt. De afgelopen jaren herdachten Nederlanders zowel Duitse soldaten als SS’ers. In het Gelderse Vorden liepen mensen langs Duitse graven, terwijl we geen idee hebben wat die Duitse militairen in de oorlog gedaan hebben. Natuurlijk waren Duitse soldaten ook mensen en ieder mensenleven is er één. Maar hun is geen onrecht aangedaan. Door het binnenvallen van een neutrale staat, deden zij juist anderen onrecht aan. Om nog maar te zwijgen van het lot van de meer dan 200.000 mensen die in de jaren van de bezetting in Nederland omkwamen.

Onrecht en eer zijn goede richtlijnen als we willen bepalen of andere groepen herdacht moeten worden. Het is onjuist om Nederlandse homoseksuelen en mensen met een beperking als groep te herdenken. Natuurlijk zijn ook sommigen van hen oorlogsslachtoffer geworden. Maar historisch onderzoek laat zien dat zij in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog niet om hun geaardheid of beperking zijn vervolgd. Ook hoeven we geen Nederlands-Marokkaanse militairen te herdenken, die in Zeeland aan geallieerde zijde zouden hebben gevochten. Dit is namelijk een mythe.

Wie natuurlijk wel onrecht werd aangedaan, zijn de Joodse oorlogsslachtoffers. Meer dan 100.000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden vermoord, bijna de helft van het aantal slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Maar hoe kan het dan dat in de officiële tekst van de Nationale Dodenherdenking nergens de woorden ‘Jood’, ‘Shoah’, of ‘Holocaust’ voorkomen? Waarom gebruiken we de vage formulering dat we een krans leggen voor ‘hen die werden uitgesloten, vervolgd, vermoord in concentratie- en vernietigingskampen om wie zij waren’? We leggen nota bene tíen kransen. Het is te gek voor woorden dat we voor vermoorde Joden geen aparte krans willen leggen en dat we na zeventig jaar hen nog niet bij name durven noemen. En intussen marcheren in Vorden Nederlanders langs de graven van Duitse soldaten, vanuit een volslagen gedesoriënteerd herdenkingsstreven.

En hoe is het mogelijk dat het Nationale Monument op de Dam geen enkele verwijzing naar die duizenden Joodse slachtoffers bevat? Nou ja, één verwijzing dan: een hangende Christusfiguur. Jezus Christus was natuurlijk een Jood, maar nu juist niet de Jood met wie veel Joden zich zo gemakkelijk identificeren.

We herdenken te veel mensen en te weinig. Het 4 en 5 mei Comité kan natuurlijk wel een protocol opstellen, maar zonder principiële onderbouwing zal het niemand overtuigen en herdenkt iedereen wie hij of zij wil. Daarmee doen we niet alleen onrecht aan de slachtoffers uit het verleden. Onbewust beschadigen we ook ons eigen morele kompas. Want als iedereen de moeite van het herdenken waard is, wat is dan nog het gewicht van onze keuzes? Wie durft er dan nog op te komen voor de slachtoffers die nu gemaakt worden? Als er maar genoeg tijd overheen gaat, worden alle katjes grauw. Hoe wij de doden herdenken zegt iets over ons. Als we dat niet erkennen, zet de inflatie van onze Dodenherdenking door en verliest ze op den duur elke betekenis.