‘Hoorde ik daar nou ‘boogjes’? Geen robot-barok, graag!’

Voor zijn eeuwproject ‘All of Bach’ speelt het ensemble tot 2021 alle muziek van Bach. Gefilmde concertregistraties, interviews en extra info staan vanaf morgen op de site ‘allofbach.com’.

In de Utrechtse Geertekerk repeteert de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Lars Ulrik Mortensen
In de Utrechtse Geertekerk repeteert de Nederlandse Bachvereniging o.l.v. Lars Ulrik Mortensen Foto Ilvy Njiokiktjien

Een producent zit met opengeklapte laptop in een zijbeuk, zangers en musici stromen langzaam de kerk binnen voor de eerste repetitie van een concert met drie cantates van Bach. Het is een winterse maandagochtend in de Utrechtse Geertekerk, de vaste repetitieplek van de Nederlandse Bachvereniging. „Waar is de dirigent?”, vraagt hoboïst Martin Stadler. „En welke cantate doen we vandaag eerst?”

Tenor Jan Kobow, na een schurende hoestbui: „Ik geloof dat we beginnen met Ich steh mit einem Fuß im Grabe. Wat mijn gesteldheid trouwens uitstekend reflecteert.”

Voor de Bachvereniging is dit alleen oppervlakkig bezien een ochtend als vele andere. Want hoe opmerkelijk ook: zelfs voor dit ensemble van gezworen Bach-musici is lang niet alle muziek van Bach core business. Het Weihnachtsoratorium, de Hohe Messe, het Magnificat en de twee passies – die worden zeer regelmatig uitgevoerd, gekoppeld aan of afgewisseld met muziek van Bachs tijdgenoten. Maar het overgrote deel van de 200 cantates? Zelden tot nooit. Wat ook geldt voor de solistische werken en de kamermuziek, die voor een groter ensemble vanzelf buiten schot blijven.

Juist vanuit dat besef besloot artistiek leider Jos van Veldhoven bij het naderend 100-jarig bestaan van de Bachvereniging toch een keer de volle breedte van Bachs repertoire te ontdekken. Het plan is even simpel als veelomvattend: de Bachvereniging speelt al Bachs 1.080 werken, legt die vast op hoogwaardige video-opnames en maakt ze vanaf morgen druppelsgewijs toegankelijk op een speciale site, die het Alfa-Omega van het digitale J.S. Bach-universum wil worden: allofbach.com.

In een hoekje van de kerk speelt contrabassist Robert Franenberg zich vast warm met wat toonladders. Franenberg speelt sinds 1986 bij de Bachvereniging en is een van de ongeveer 50 musici die samen de harde kern vormen van het ensemble. De sfeer tussen hen is opvallend joviaal. „Veel amicaal gezoen hier, hè”, lacht Stadler. „Maar we zien elkaar ook niet elke week, dat scheelt een stuk.”

De Deense klavecinist en dirigent Lars Ulrik Mortensen is een van de vele gastdirigenten met wie de Bachvereniging samenwerkt naast de concerten met de eigen vaste chef Jos van Veldhoven, die ongeveer 70 procent van de circa 65 concerten die het ensemble jaarlijks geeft voor zijn rekening neemt.

Van Veldhoven is als dirigent de ultieme primus inter pares: hij gunt de musici vanuit vertrouwen maximale vrijheid. Mortensen – klein, directief en zowel verbaal als fysiek van het explosieve type – werkt totaal anders. „Lars Ulrik is de ultieme Anti-Jos”, lacht Jan Van den Bossche, oud directeur van het Festival Oude Muziek en aan de directie van de Bachvereniging toegevoegd voor supervisie over ‘All of Bach’.

„Diplomatie is, hoe zeg ik dat, niet zijn eerste prioriteit. Maar hij is wel briljant.”

„Oké, laat maar horen dan”, roept Mortensen vanachter zijn klavecimbel, waarop inderdaad de bladmuziek van de cantate Ich steh mit einem Fuß im Grabe gereed staat. „Er moeten vandaag veel knopen worden doorgehakt. Het voornaamste is een balans te vinden tussen de puls van de bassen en de daarop reagerende violen. Punt twee: luister niet naar de hobo. Je moet zelf kalm en regelmatig spelen. Op dat fundament kan de hobo albatrosachtig drijven.”

Robert Franenberg speelt en kijkt alsof elke noot van zijn basloopje een bonbon is. Tenor Jan Kobow: „Maar….. wat is uw ideale tempo?”

Mortensen: „Dat is de vraag. De door jou bezongen onzekerheid moet weerspiegeld worden in de strijkers, zodat we als het ware losraken van de grond. Wat we hier horen is Bachs filosofie van de dood in zes woorden: hoe langer hier, hoe later dáár. Zonder religieus-hysterisch te worden mogen we wel horen dat het daarover gaat. Geen angst, alles ligt in Gods hand.”

Na een paar maten slaat hij af en werpt een priemende blik op concertmeester Shunske Sato. „Hoorde ik daar nou boogjes?! (maakt keelafsnijdgebaar). Harakiri! Dat is al te makkelijk. Geen robotbarok, alstublieft.”

De cantates die vandaag in de Geertekerk klinken, worden meteen op film opgenomen. Een camera- en een geluidsman dansen om de musici heen, zoals ze dat volgende keer ook zullen doen als Leo van Doeselaar de orgelwerken vastlegt, of in de woonboot van klaveciniste Tineke Steenbrink(zie inzetje), wanneer die delen uit Das wohltemperierte Klavier speelt.

Achter de schermen worden korte interviews met musici opgenomen, over de muziek en de moeilijkheden die ze daarin al dan niet tegenkomen. „We willen het filmen goed aanpakken, niet clichématig”, zegt directeur Van den Bossche.

„Veel registraties van klassieke concerten zijn slaapverwekkend voorspelbaar: bij elk slotakkoord wordt uitgezoomd op het hele ensemble en bij elke solo ingezoomd op de solist. Wij tonen wat er in de muziek nog meer gebeurt. En alles lekker dicht op de huid.”

Vandaag zitten er zes mensen in de kerk. Een volle kerk levert 350 luisteraars op. Internet is oneindig. Met ‘All of Bach’ hoopt de Nederlandse Bachvereniging een brug te slaan naar haar eigen toekomst.