Honkbalknuppels op Dag van de Arbeid

Van het front in Kiev geen nieuws. Hoewel? Op de Chresjtsjatik Boulevard bij de Maidan wordt weer geflaneerd, muziek gemaakt en handel gedreven met (politieke geladen) souvenirs. Maar rond de feestweek tussen de socialistische Dag van de Arbeid op de 1ste mei en de antifascistische Overwinningsdag op 9 mei heerst in Kiev ook nervositeit.

Voor het stadhuis, maanden bezet door activisten van de Maidan en nu opgeknapt omdat er na de verkiezingen van 25 mei voor het eerst sinds lang weer een gekozen burgemeester woont, verzamelen zich rond achten demonstranten. Ze zeggen met een fakkeloptocht de „hemelse helden” van de Maidan te willen eren, de circa honderd mannen en enkele vrouwen die omkwamen toen oproerpolitie Berkoet in opdracht van president Janoekovitsj inhakte en schoot op de bezetters van het Onafhankelijkheidsplein.

De meeste jonge mannen zijn onmiskenbaar fascisten of neonazi’s. Voorop draagt een paar jongen een vlag met runenvlaggen. Bij eentje staat ‘weerwolf’ op zijn rug. Enkelen dragen armbanden met een soort hakenkruis op een geel fond. En een dertigtal is identiek gekleed in zwarte broek, zwarte trui en zwarte bivakmuts. Ze scanderen een iets andere leus dan gebruikelijk in Kiev. Leuze is niet alleen ‘Slava Oekraïne’ (Oekraïne zij geroemd) maar ook ‘Slava Natie’.

Ik tel nog geen tweehonderd mensen, inclusief de meisjes met waxinelichtjes van wie ik me afvraag of ze er bij horen. Op bevel van de commandant, twintiger in grijs uniform, marcheren de zwarthemden in gelid naar de Maidan. En dan is er van het front in Kiev plots wel nieuws. Pal voor het postkantoor, waar de ultranationalistische Pravi Sektor (Rechtse Sektor) op een verdieping zijn stafkwartier voor district-Kiev heeft ingericht nadat deze club eerder hotel Dnipro had moeten ontruimen, worden de zwarthemden tegengehouden door mannen van de ‘Zelfverdediging’. Die organisatie bewaakt nog steeds de barricades. De zwarthemden eisen doorgang naar het plein. De barricademannen weigeren dat. De zelfverdedigers lopen dreigend rond met hun honkbalknuppels, ijzeren staven en krankzinnig grote steeksleutels. De zwarthemden scanderen: „smerissen, smerissen, smerissen”. Nergens gewone politie. Openbare orde is een revolutionaire aangelegenheid.

N a tien minuten impasse komen de zwarthemden in actie. Alsof ze via een ‘oortje’ worden gestuurd. Ineens rukken ze in een falanx naar de barricade op. Met hun brandende fakkels als wapens. Vergeefs. Ze worden door de zelfverdedigingsgroepen teruggedrongen. Er worden klappen uitgedeeld, traangasgranaten en vuurpijlen afgeschoten. Enkele gewonden worden met bloedende hoofdwonden afgevoerd door vrijwillige EHBO’ers die permanent paraat staan. Na een paar charges hebben de mannen van de Zelfverdediging de situatie onder controle. Waarna zij uitdagend en ritmisch op hun schilden roffelen. Precies zoals oproerpolitie Berkoet (steenarend) dat maanden geleden deed, toen Janoekovitsj nog de macht had.

Waarom deed Pravi Sektor niets om de zwarthemden te helpen, op de stoep van het bolwerk van deze ultrarechtse organisatie? „Niet onze zaak”, zegt een wachtpost voor het postkantoor. En waar zijn de zwarthemden gebleven? Na hun (mislukte) mars op de Maidan zijn ze in een oogwenk een zijstraat in gelopen, waarna ik hun spoor kwijtraak. De meisjes met de waxinelichtjes hebben ze achtergelaten op de Chresjtsjatik. Allemaal „provocateurs”, concluderen de passanten Andrej en Tatjana uit Zaporozje.

Adjunct-secretaris Sjoemar van Paroebiy’s nationale Veiligheidsraad reageert ook zo op Facebook. De fakkeloptocht was volgens haar slechts het begin. Tijdens de meidagen zullen de Russische speciale diensten „alles doen te laten zien dat Oekraïne in de greep is van het neofascisme”.