Geld zat, nu nog een leger

Na de val van het regime in Libië vormt het grootste probleem de afwezigheid van het leger // Gewapende milities gaan ongestoord hun gang // Hun wapens willen ze niet inleveren

Gewapende militieleden. De meest logische manier om Libië te helpen, is het opleiden van een echt leger.
Gewapende militieleden. De meest logische manier om Libië te helpen, is het opleiden van een echt leger. Foto Reuters

Het is directe democratie op zijn Libisch: als het je niet zint wat de politici aan het bedisselen zijn, dan bestorm je gewoon het parlement en schiet je wat in de lucht.

Het bestormen van het parlement is in Libië schering en inslag. Dinsdag was het bedoeld om een stemming over een nieuwe premier stil te leggen. Blijkbaar waren de gewapende mannen aanhangers van een kandidaat-premier die de eerste ronde niet was doorgekomen. De stemming is uitgesteld naar volgende week.

De reden waarom Libië een nieuwe premier nodig had, was dat de vorige, Al-Thinni, al na een maand aftrad omdat zijn familie was bedreigd. Al-Thinni verving Zidan die was weggestemd omdat hij er niet in was geslaagd de bezetting van olie-installaties door milities in het oosten te beëindigen. Zidan werd ooit gekidnapt door de milities.

Libië had makkelijk moeten zijn: het is een olierijk land zonder religieuze of etnische tegenstellingen. Conservatief religieus maar niet extremistisch.

Dat het toch zo fout liep, heeft veel te maken met de onervarenheid van de Libische politici. Onder Gaddafi bestond zelfs geen schijndemocratie waar de Libiërs het politieke spel een beetje hadden kunnen leren. Na de val van het regime kozen de meeste kersverse politici daarom voor de eigen stam, regio of gewoon voor zichzelf.Maar de internationale gemeenschap gaat zeker niet vrijuit. In geen enkel land van de Arabische Lente heeft het westen zo’n grote rol gespeeld. Het is een publiek geheim dat de onbeholpen Libische rebellen de strijd tegen Gaddafi nooit hadden gewonnen zonder de beslissende luchtsteun van de NAVO.

Dat had alarmbellen moeten doen rinkelen: als de oppositie tegen Gaddafi zo chaotisch was tijdens de oorlog, waarom zou het dan wel goed gaan in de naoorlogse periode?

Wat destijds valse hoop gaf was dat de meeste Libiërs zich zo voorbeeldig gedroegen en dat nog steeds doen. In veel andere landen was er op grote schaal geplunderd als het staatsapparaat zo plotseling was weggevallen. Maar tegen de aanwezigheid van zoveel wapens, en de macht die daarmee gepaard ging, was die goede wil niet bestand.

Libië is een blinde vlek

Had de internationale gemeenschap meer kunnen doen? In 2011 verplichtte de NAVO de politieke leiders van de oppositie terug te keren uit het buitenland, en in Benghazi een plan op te stellen voor hun land.

Het plan kwam er, maar viel in duigen zodra Tripoli viel. De grootste fout die toen is begaan, is dat de toenmalige Nationale Overgangsraad te lang heeft getalmd om van Benghazi naar Tripoli te komen. In dat vacuüm kon een ieder die gewapende mannen onder zich had een machtspositie opeisen.

Eén probleem is dat de internationale gemeenschap in Libië niet beschikt over de gebruikelijke hefbomen: financiële en/of militaire macht. Libië had geld zat, en iedereen was het erover eens dat een buitenlandse troepenmacht het verkeerde signaal zou zijn.

Inmiddels is het probleem bijna onoverkomelijk geworden. De VS, Frankrijk en Groot-Brittannië zijn alle bereid een inspanning te leveren om de orde te herstellen in Libië. De Europese Unie heeft een kleine missie die troepen helpt opleiden voor de bewaking van de grenzen.

Libië is een blinde vlek in het politieke debat in de westerse landen die tot de val van Gaddafi hebben bijgedragen. Maar achter de schermen is er wel degelijk grote bezorgdheid over de wetteloosheid die toelaat dat de georganiseerde misdaad en Al-Qaeda in Libië kunnen doen wat ze willen.

De meest logische manier om Libië te helpen, is het opleiden van een echt leger dat de plaats kan innemen van de gewapende milities. Maar zolang er geen gezaghebbende regering bestaat, is er geen garantie dat zo’n leger niet zelf de inzet wordt van machtsspelletjes.

De terughoudendheid van veel milities om hun wapens in te leveren, heeft ook te maken met de vrees dat een sterk leger juist een supermilitie wordt in handen van politieke rivalen.