Finalist Atlético niet gek veel rijker dan Ajax

De opmars van Atlético Madrid is een voetbalsprookje. Sinds 2004 plaatste zich niet zo’n ‘kleine’ club voor de finale.

Zelfs de granieten muur van Chelsea was geen twee wedstrijden bestand tegen de drukkende kracht van Atlético Madrid, dat gisteravond in Londen met 3-1 won van de ploeg van coach José Mourinho. Atlético treft in de finale in Lissabon op 24 mei stadgenoot Real Madrid. Een voetbalsprookje voor de volksclub, die dan voor even uit de schaduw van de Koninlijke kan treden.

Sinds 2004, toen AS Monaco en winnaar Porto van Mourinho om de cup streden, was er niet meer zo’n ‘kleine’ club die tot de belangrijkste jaarlijkse voetbalfinale in de wereld doordrong. Al wezen de prestaties in de afgelopen seizoenen al op de enorme potentie van Atlético: twee keer won de club de Europa League (2010 en 2012), vorig jaar de Spaanse beker.

De laatste keer dat Real Madrid de Champions League won, in 2002, speelde Atlético nog in de Segunda División. Daar was het terechtgekomen in het rampseizoen rond de eeuwisseling, waarin ook de omstreden clubpresident Jesús Gil y Gil aftrad wegens malversaties. De club met de trouwe aanhang richtte zich op en onder de bezielende leiding van trainer Diego Simeone, die eind 2011 aantrad, kreeg de opmars verder gestalte.

De Argentijn Simeone is in zijn presentatie, wild gesticulerend langs de lijn, als een sjamaan die zijn volgelingen in trance brengt. De ideale inspirator, nodig ook om het gebrek in budget ten opzichte van Real en Barcelona (die allebei rond een half miljard euro omzetten) te overbruggen – met pure wilskracht. Atlético drong pas vorig seizoen door tot de top-20 van meest vermogende clubs in Europa, met een omzet van 120 miljoen euro. Niet gek veel rijker dan Ajax (ruim honderd miljoen), al leidt de financiering van transfers via externe investeerders en een gunstiger belastingklimaat tot aanzienlijk grotere bestedingsruimte.

Dat blijkt, met spelers als Diego Costa, Koke, Tiago, Arda, Juanfran en de van Chelsea gehuurde keeper Thibaut Courtois, die gisteren weer attent was tegen zijn eigenlijke werkgever. De Belg wekte geen moment de schijn van belangenverstrengeling. In de heenwedstrijd, een weinig opwindend duel dat in 0-0 eindigde, was hij al nauwelijks te verslaan gebleken.

Fernando Torres, groot geworden als spits van Atlético, bracht Chelsea gisteravond in Londen nog wel op voorsprong. Maar voor rust nog werd de stand gelijkgetrokken, via een fraaie aanval met de pass van Tiago, de assist van Juanfran en de goal van Adrián, die de bal wat gelukkig in de bovenhoek werkte. Invaller Samuel Eto’o van Chelsea beging een kwartier na rust een typische aanvallersovertreding in zijn eigen strafschopgebied, waarna de Braziliaan Diego Costa rustig bleef en vanaf elf meter de 2-1 maakte. De Turk Arda Turan maakte er kort daarna 3-1 van, waarna het publiek op Stamford Bridge afdroop.

Behalve in de Champions League, waarin Atlético al Barcelona uitschakelde, strijden de rojiblancos in eigen land tegen de twee Spaanse topclubs. Koploper Atlético, met vier punten voorsprong op nummer twee Barcelona, heeft met drie duels te gaan alles in eigen hand. De voorsprong op Real, dat een duel minder speelde, is zes punten. In de laatste ronde speelt Atlético tegen Barça, zes dagen later wacht Real in Lissabon.