En anders vinden we de daders wel via Facebook

Ook websites en sociale media helpen met het oplossen van criminaliteit. „Alles om die gasten te pakken te krijgen.”

Wat doet een winkeleigenaar die in drie jaar tijd voor de achtste keer een ramkraak meemaakt? Hij opent zijn Facebookpagina.

‘OPSPORING VERZOCHT. [De overvallers] Waren met een Audi s4 sedan; gouden tip beloon ik met een weekend Parijs’, schreef ondernemer Jenke Haverhals van Haverhals Schoen- en Sportmode in Zwanenburg op 5 maart op zijn pagina. Inclusief filmpje met camerabeelden, van vier mannen die met een voorhamer inslaan op zijn winkelruit. Op zoek naar mooie jassen van mooie merken.

Hij wil best meewerken aan een telefonisch interview. „Alles om die gasten te pakken te krijgen.”

Internet is een belangrijk hulpmiddel in opsporing. Er zijn de wijkagenten op Twitter, die bewoners vragen of ze iets hebben gezien die bewuste nacht. Er zijn sites zoals Dadergezocht.nl en Boevenvangen.nl, die helpen bij het vinden van criminelen. En de slachtoffers zoals Jenke Haverhals, die het publiek om hulp vragen via sociale media. Want, zegt hij: „Wat de politie niet kan, doe ik zelf wel.”

Tijdens de nacht van ramkraak nummer acht deed Haverhals eerst aangifte. De dag erna zette hij de beelden op Facebook. Burgers en politie zoeken in dit geval tegelijkertijd naar de daders. De politie is daarmee het monopolie op opsporing kwijtgeraakt. Is dat erg? Vooralsnog zijn er geen regels die ondernemers verbieden om hun eigen camerabeelden openbaar te maken. De politie remt dit ook niet af. Alle hulp is welkom, zo is de gedachte.

Neem Boevenvangen.nl, één van de grote opsporingswebsites. Op deze site worden alle regionale en nationale politieberichten op één plek verzameld. „De site die de politie zelf had moeten maken”, zegt oprichter Onno Vos. Op dit moment staan er ruim vijfhonderd onopgeloste zaken op zijn site. De politie voorziet de website van materiaal, op voorwaarden dat de beelden offline worden gehaald zodra een dader is gevonden.

Soms voegt Boevenvangen.nl, na tips van particulieren, zelf zaken toe, buiten de politie om. Een aangifte is dan een vereiste, om te voorkomen dat een willekeurige burger iemand via de site probeert te beschadigen. Verdachten worden niet met naam genoemd.

En ja, zegt Vos eerlijk: er zit een commercieel idee achter. Geld verdienen met reclame bleek niet haalbaar. En dus verkoopt hij pakketten voor particulieren, met stickers met het opschrift ‘Camera! Inbrekers komen op Boevenvangen.nl’. Het heeft volgens Vos een afschrikkende werking. Hij verkoopt zo’n tweehonderd pakketten per maand à 25 euro per stuk.

In de VS gaan ze een stuk verder op dit gebied. Zoals op Mugshots.com, een site met pasfoto’s van verdachten van een misdrijf. De site (met disclaimer ‘iedereen is onschuldig, totdat het tegendeel bewezen is’) noemt zich een „nuttige dienst”, die kan helpen bij het oplossen van zaken. Geld verdient Mugshots.com op een bijzondere wijze: verwijderen van een mugshot kost 399 per foto. Mensen hebben veel geld over voor schone Google-resultaten.

In Nederland, waar de privacy van verdachten relatief goed is beschermd, zal dit niet snel gebeuren. Maar helpt het eigenlijk, beelden verspreiden via internet? Jenke Haverhals kreeg veel reacties op het filmpje op Facebook, maar het weekend Parijs hoefde hij niet uit te delen. Wel, zegt hij, letten zijn vaste klanten nu een stuk beter op in de zaak. „Ze tippen me: ‘Kijk die auto daar, die doet raar’.”