Dus ja, de barricade heeft een tweede leven

DEZE INTRO KAN WEG

In Kiev lijkt een oude bekende in ere hersteld: het instituut van de barricade. Misschien zelfs vervolmaakt: barricades die met autobanden wekenlang branden, had de geschiedenis nog niet gezien.

De Franse schrijver Eric Hazan heeft de geschiedenis geschreven van dit opstandig instrument. Hoewel er voorbeelden zijn vanaf de zestiende eeuw, is de barricade vooral een negentiende-eeuws verschijnsel.

Deze Franse uitvinding werd zelfs een exportproduct: de revolutie in Parijs van 1848 inspireerde onlusten en omwentelingen in Europa – met soms zeer verschillende agenda’s – en het instituut van de barricade kwam vaak mee.

De strijd op de barricade is geen straatgevecht of een bestorming – de Franse revolutie van 1789 moest het zonder stellen. De barricade is statisch: een geïmproviseerde constructie van straattegels, huisraad, karren en wat verder voorhanden is. Zij verschaft vuurdekking aan opstandelingen die zelf ook over wapens beschikken.

Hoe saai is ons leven eigenlijk niet geworden! Anders dan in Parijs anno 1848 of 1871 heeft de staat tegenwoordig vrijwel perfecte controle over vuurwapenbezit, al krijg je uit bewakingsvideo’s van juweliers wel eens een andere indruk. Ook buurtverzet, dat tot barricades uitnodigt, is zeldzaam geworden. Het waren vaak de eigen tafels en stoelen van de bewoners, die er in het kader van ‘tot hier en niet verder’ aan moesten geloven. Een voorbeeld daarvan is het Amsterdamse Palingoproer van 1886. Het bekendste plaatje daarvan toont nóg een vast thema in de barricade-cultuur: de opstandeling die zijn hemd openscheurt en tartend het lijf de kogels aanbiedt.

Vaak slaagde deze opzet volledig en dat brengt ons bij nog een kenmerk van de negentiende-eeuwse barricade: vaak gaat het om een principiële, helaas bij voorbaat verloren strijd. De barricade is een uiting van een soort heroïek, die ons nu archaïsch, zo niet masochistisch voorkomt.

Heldhaftige krijgers

Want zoals in 1914 de heldhaftige krijgers in sieruitrusting al spoedig misplaatst bleken in een meer onpersoonlijke, gemechaniseerde werkelijkheid van de Eerste Wereldoorlog, zo is ook de volksopstand in de twintigste eeuw rationeler en technischer geworden: water en traangas kwamen in de plaats van het salvo, of het te paard met blanke sabel inrijden op de menigte (zoals bij het Amsterdamse Kermisoproer van 1876 nog gebeurde).

In de twintigste eeuw was een barricade meestal een symbolisch eerbetoon aan een revolutionaire traditie, zoals in mei 1968 in het Parijse Quartier Latin. Ook het laatste grote oproer in Amsterdam, in 1980, was een beweeglijke affaire.

Maar nu is er dan die plotselinge revival in Kiev, waar de opstandelingen over ongekende vuurkracht beschikten. Een trend? Wie weet. Je hoort immers steeds vaker dat de burger het vertrouwen in politiek en staat heeft verloren.