De Poel biedt ‘geslaagde Nederhorror’, en dat gebeurt niet vaak

Het Nederlandse horrorgenre is ‘nagenoeg non-existent’ volgens de Volkskrant, maar de makers van De Poel zijn er in geslaagd om het genre enigszins nieuw leven in te blazen, aldus de critici. Dat vraagt om een recensieoverzicht.

Debuterend regisseur Chris W. Mitchell koos samen met co-scenarist en hoofdrolspeler Gijs Scholten van Aschat voor een oer-Hollands thema: de kamperende familie. Van Aschat speelt de ontslagen bankier Lennaert, tevens doorgewinterde wildkampeerder.

Hij gaat op vakantie en neemt mee: zijn vrouw Sylke (Carine Crutzen), hun twee puberende zonen, een oude vriend en diens mooie tienerdochter. Ze slaan hun kamp op naast een pikzwart Nederlands ven met een bodem van aardappelpuree en glibberplanten. Er broeit iets tussen de kinderen en de volwassenen. Er beweegt iets in het ven.

Trouw: echt eng wordt het niet in het bos - drie sterren

Trouw is nog het minst lovend, maar noemt het ‘best verfrissend’ om tussen alle Nederlandse romcoms een horrorfilm aan te treffen. De film leunt niet op special effects, maar ‘laat de raderen van de verbeelding werken’, zo schrijft recensent Belinda van de Graaf:

“De spanningsopbouw is prima, maar als het zestal aan de rand van het bosmeertje in contact komt met een vreemde macht en er waanvoorstellingen in het spel komen, en allerlei onheil, neemt het theater het over van de film. Het bos transformeert niet in een enge plek.”

NRC: We vinden Nederland inmiddels best wel eng - drie sterren

NRC-recensent Coen van Zwol geeft een kort historisch overzicht van Nederlandse horrorfilm, en laat zien dat er sinds 2000 weer een beetje leven in de brouwerij is gekomen:

“Nederhorror heeft geen erg respectabele stamboom. Sinds de eerste lange horrorfilm Bloedverwanten van Wim Lindner uit 1977 volgden er 36 speelfilms: enthousiast geknutsel met papier-maché en nepbloed doorgaans. Uitzonderingen waren De Lift en Amsterdamned en zeperd De Johnsons (1992).

Nu lijkt er toch iets aan de hand. Sinds 2000 kwamen al 25 horrorfilms uit, na 2010 ook met professioneel cachet: horrorkomedies als Sint, New Kids: Nitro en Zombibi, maar ook Frankenstein’s Army en Zwart Water. Borgman is horror: de eerste Nederlandse bijdrage aan de competitie van Cannes in 38 jaar. Zoals veel kunstfilms neigen naar het lugubere: het gaat over isolement, psychose, moord en doodslag achter de koele muren van de Vinexwijk.

Waar horror in het veilige Nederland voorheen al snel iets koddigs had - Dick Maas scoorde door het griezelen aan te lengen met actie en komedie - vinden we ons eigen land inmiddels best wel eng.”

‘een prima horrorfilm’

Over De Poel schrijft Van Zwol dat het ‘een prima gemaakte horrorfilm’ is:

“Met gevoel voor timing en simpele effecten - rimpels in het water, fluisterstemmen, schimmel en maden - wordt de noodlottige spanning opgevoerd richting bloedbad. Want in dit soort horror draait het niet echt om een veenheks, maar om de haarscheurtjes in het gezin die ze open peutert: jaloezie, overspel, onzekerheid.”

VK: ijzersterke cast - vier sterren

Berend Jan Bockting, filmrecensent voor de Volkskrant, onderstreept dat het bij Nederhorror doorgaans mis gaat met de cast, maar die is in De Poel juist ijzersterk, aldus Bockting:

“Scholten van Aschat, die samen met regisseur-scenarist Chris W. Mitchell het scenario schreef, is volstrekt geloofwaardig als de moderne man die zoekt naar een ouderwets overlevingsinstinct, maar zichzelf onder invloed van een vreemde omgeving totaal in deze poging verliest.

Carine Crutzen zorgt voor fijn tegenspel en ook de jonge Alex Hendrickx en Chris Peters overtuigen als haar zonen. Waar het zo vaak misgaat in het horrorgenre, met het spel van de cast, doet De Poel juist alles goed.”

Het Parool: onmiskenbare Nederlandse horror - drie sterren

Het horrorgenre heeft geen gebrek aan films waarin stadsmensen een trip naar de bossen of het platteland met de dood moeten bekopen, zo schrijft Bart van der Put in Het Parool, maar een variant op Nederlandse bodem was er nog niet. Van der Put:

“De regisseur en scenarioschrijver kennen hun klassiekers. Ze slagen er met hun eerste lange horrorfilm goed in genreclichés te vermijden, en de film en personages een onmiskenbaar Nederlands karakter te geven. In Amerikaanse varianten leidt de verkeerde afslag op het platteland doorgaans tot een confrontatie met maniakale boemannen, in De Poel krijgt de duistere geschiedenis van het meertje een weerslag in de psychologische onttakeling van de gezinsleden. [...]

Daarmee leveren Mitchells en Doenses productie­bedrijf House of Netherhorror een krachtige intentieverklaring af: de kop is eraf, op naar de volgende hellevaart.”