De moderne ziel heeft Bach nodig

Al dertig jaar is hij artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging. Gelovig? Allang niet meer. Maar het grootste deel van zijn tijd brengt hij wel door in kerken. Een gesprek over Bach aan de hand van de zeven katholieke deugden.

Foto Marco Borggreve

1 Wijsheid „Voor mij is wijsheid: proberen niet dom te zijn. Als je op je eigen kennis vaart, zal er veel zijn wat je niet ziet. Bach, maar ook andere componisten, of kunstenaars in het algemeen, kunnen je wijsheid brengen die je eerder niet had. Ik hou ervan te studeren met een schone partituur, alsof ik er voor het eerst naar kijk, op zoek naar dingen die ik niet weet. Die noot, waarom staat die daar? Dit akkoord, waarom zo?

„Bach is heel summier in zijn aanwijzingen. Zelden zet hij erboven hoe snel iets moet. In het hele tweede deel van de Matthäus Passion: niet één keer. Dit jaar viel me voor het eerst op dat er bij de aria Ich will bei meinem Jesu wachen, in het eerste deel, wel ‘andante’ staat: iets langzamer. Een detail van niks, maar toch: waarom staat dat daar? In het recitatief daarvoor zingt de tenor dat zijn hart angstig beeft, de moed zinkt hem in de schoenen. Hij zit met Jezus in de Hof van Getsemane en zijn instinct zegt hem: wegwezen! Dat hoor je in de muziek. En dan komt dus die aria. Bach moet gedacht hebben: als ik er niets bijzet, gaat het in dezelfde vaart door. En hij wil kennelijk dat er iets gebeurt in het hoofd van de zanger. Die neemt daar het besluit om te blijven, Jezus kan op hem rekenen. Dus inderdaad, het moet daar wat langzamer.

„Ik keek ook in een vroegere versie van de Matthäus Passion en daarin viel me op dat Aus Liebe een maat langer is dan in de uiteindelijke versie. Bach had de aria een zacht einde gegeven en later heeft hij die eraf geknipt. Waarom? Het kan alleen maar betekenen dat hij het contrast met het koor daarna – Lass ihn kreuzigen! – nog sterker wilde laten zijn. Dus laat ik het recitatief na Aus Liebe nu nog eerder inzetten: het liefdeslied van de sopraan wordt ruw verstoord.”

2 Oprechtheid „Bach heeft niet zo’n glanzende carrière gehad, je kunt zeggen dat hij misschien niet zo handig was. Maar hij kon wel omgaan met de grote onderwerpen van het leven. Wat dat betreft was hij een wijs en oprecht man. Ik vind het heel indrukwekkend hoe Bach met de dood omgaat. Hij kon goed de balans vinden tussen het mooie en het verdrietige ervan. Cantate 82, de lofzang van Simeon, die niet zou sterven voordat hij de Messias had gezien – dat is echt een wereldwonder. Simeon is met zichzelf in het reine gekomen en neemt afscheid van het leven. Het is genoeg, ik heb de Heiland, de hoop der vromen, in mijn verlangende armen genomen… Ik verheug mij op de dood, ach, was het maar zover!

„Bach heeft het bovengemiddeld voor zijn kiezen gekregen, met al die kinderen die voor de kleuterleeftijd al overleden. Op zijn negende was hij wees en hij verloor zijn eerste vrouw. Dat kun je bij zijn werk betrekken. Aan de andere kant, de tijd waarin hij leefde was ervan doordrenkt. We weten veel van Bachs omgeving, de boeken die in zijn kast stonden, de theologie, de wetten van de retorica die alles domineerden. Maar hoe hij het verlies van zoveel dierbaren verwerkte, weten we niet. En dan nog… Je moet het ook in muziek kunnen omzetten…”

3 Zelfbeheersing „Ik heb de biografie van John Eliot Gardiner over Bach nog niet gelezen, maar ik heb wel zijn BBC-documentaire gezien. Voor mij voelt het ongemakkelijk als de mens Bach zo dichtbij wordt gehaald. Was Bach echt zo rebels als Gardiner zegt? Het zijn niet de eerste kwalificaties die bij mij opkomen. Ik zou er een moord voor doen om bij een repetitie van hem aanwezig te zijn. Zijn ideeën, hoe hij stuurt, wat hij zegt… In mijn beleving is hij een ambachtsman, type ruwe bolster, blanke pit. Eerlijk en compromisloos. Dan mag je best af en toe driftig zijn. Bach deed zijn werk onder matige omstandigheden en met beperkte middelen, en dan toch zo lang met die kwaliteit componeren… Jarenlang week in week uit een nieuwe cantate, elke zondag een wereldpremière… Hij moet ook in staat zijn geweest veel commitment om zich heen te verzamelen. Anders had hij nooit kunnen doen wat hij deed.

„Zelf ben ik, denk ik, wel beheerst. Dat komt ook door het repertoire dat ik beoefen. De muziek van de zeventiende en achttiende eeuw; hoe serieus het onderwerp ook is – alles is tot in de details ontworpen en georganiseerd. In de negentiende eeuw gold een heel andere esthetiek, en kon je emoties uiten zonder dat je wist waar het naartoe ging. Maar in Bachs tijd was retorica de basis van alles, ook voor de rechtspraak, preken, poëzie. Bach kende het effect van alle verschillende vormen en technieken, en gebruikte ze om zijn doel te bereiken.”

4 Standvastigheid „Elke week een cantate, Bach heeft als een beest gewerkt. Het romantische idee van de zielige cantor, slecht betaald en onbegrepen, lijkt mij een projectie van latere tijden. Er konden drie à vierduizend mensen in de Thomaskirche, meer dan in het Concertgebouw, en die zat elke week vol. Componeren en uitvoeren lagen toen nog dicht bij elkaar. Ook de relatie met het publiek was anders. Een componist wordt nu als een soort godheid gezien, en zijn werk als iets onaantastbaars. Dat is zo’n foute houding. Zo maak je van een compositie een museumstuk, iets waar je van eerbiedige afstand naar mag kijken maar niets mee mag doen.”

5 Geloof „Ik ben katholiek opgevoed en ik heb mooie herinneringen aan de rituelen uit mijn jeugd. Stille Zaterdag… de hele kerk werd leeggemaakt, de kruisen werden met paarse lakens bedekt, en dan werd er op Paaszondag met de tondeldoos vuur gemaakt. Alles moest opnieuw beginnen. Tweeduizend mensen in de kerk met een kaarsje in de hand, een voor een werden ze aangestoken, het licht verspreidde zich… Prachtig. Hoe kwam ik hier nou op? Ik ben al heel lang niet meer met het geloof bezig, ik noem mezelf een agnost. De grootste indruk die God op me maakt is als ik zie hoeveel indruk hij op andere mensen maakt – op Bach bijvoorbeeld. Als ik zie hoeveel commitment hij voor God heeft… Maar dat is Bach en dat ben ik niet. Het idee dat we zelf verantwoordelijk zijn voor onze daden, zelf moeten nadenken over goed en kwaad, gaat er bij mij niet uit.

6 Hoop „De belangstelling voor de Matthäus begint rituele trekken te krijgen maar zou ooit ook kunnen wegebben. Vijftig jaar geleden werd Bach heel anders gespeeld dan nu, over vijftig jaar zal dat weer anders zal zijn. De enige manier om met muziek om te gaan is als met iets wat leeft, dus verandert. Aan het begin van de negentiende eeuw werd over Bach gezegd dat hij een omgevallen boekenkast was. Saai. Geen emotie. Of in elk geval niet de emotie die de negentiende-eeuwse ziel nodig had. Nu krijgen mensen al tranen in de ogen bij het horen van zijn naam. Het kan verkeren. De uitvoeringspraktijk die aan het eind van de twintigste eeuw opkwam – muziek laten klinken als in Bachs tijd – is alweer losgelaten. Het was een illusie. Maar ik denk niet dat Bach snel verdwijnen zal. De grote bewegingen in de wereld worden gestuurd door geld en macht, tegenwicht komt van de kunsten. De eenentwintigste-eeuwse ziel heeft Bach nodig.”

7 Liefde „Ik denk dat Bach een heel liefdevolle man was, een huisman… nee… dat zeg ik verkeerd, een huisvader. Die jongens van het Thomanerchor, in Leipzig, waren intern. Bachs leerlingen woonden ook bij hem in. En dan al die kinderen. Hij moet een groot hart hebben gehad. Al kan ik me voorstellen dat hij een botterik was tegen mensen die hem niet interesseerden. En dan de eeuwige vraag: kun je zonder liefde zo liefdevol componeren als Bach? Dat denk ik niet.

„Hij zal ook heel verliefd zijn geweest op zijn tweede vrouw, een sopraan, zestien jaar jonger dan hij. Dat prachtige muziekboekje dat hij voor haar gemaakt heeft… En de boekjes die zij voor hem maakte… Het hele gezin stond in dienst van de muziek, dat denk ik wel. De kinderen hielpen mee met het uitschrijven van de partituren. Niets voor niets dat Bachs zoons allemaal componist zijn geworden.

„Als je me vraagt of Bach mijn grote liefde is, dan zeg ik eh… ja. Het antwoord is ja. Er is geen componist in wie ik zoveel tijd heb geïnvesteerd als in Bach en die ik dus zo goed heb leren kennen – voor wat die kennis waard is.”