‘De Bachvereniging kende ik niet, maar ik voel me thuis’

Foto Ilvy Njiokiktjien

Ik ben begonnen met vioolspelen toen ik twee was. Waarom zo vroeg? Haha, dat moet je mijn moeder vragen! Maar mijn eerste lessen waren volgens de Suzuki-methode en daar is het vrij normaal jong te beginnen. Regulier muziekonderwijs begint met het leren van notenschrift, Suzuki benadert muziek als een moedertaal; eerst luisteren, dan spreken en dan pas lezen.

Ik groeide op in de Verenigde Staten en kreeg daar een klassieke Amerikaanse training. Op de Juilliard School in New York leerde ik bijvoorbeeld dat het een slecht idee was als Amerikaan muziek van Mozart en Beethoven te spelen in Europa, omdat die muziek daar volgens heel andere stijlprincipes wordt uitgevoerd. Maar mijn docente, Dorothy DeLay, was wel heel grondig en analytisch. Van alle stukken die je speelde moest je de achtergronden kennen, analyseren en plaatsen in de context van wat een componist in dezelfde periode nog meer schreef.

Uiteindelijk werd Europa een soort verboden vrucht. Toen ik elf jaar geleden naar Parijs en daarna München verhuisde om verder te studeren, ben ik me in steeds oudere muziek gaan verdiepen. Het was een eyeopener; ik verloor me er totaal in. Wat me beviel is de gretige, open en nieuwsgierige manier van werken; het zoeken naar het hart van de muziek door er maximale kennis over te vergaren. Ik speel nu nog steeds ook het grote romantische vioolrepertoire, maar dan pas ik dezelfde ‘authentieke’ houding daar ook toe.

Wat ik in het daaropvolgende leven als vioolsolist niet plezierig vond, was het solitaire. En juist toen kreeg ik een mail van dirigent Jos van Veldhoven, of ik wilde voorspelen voor de rol van concertmeester van de Nederlandse Bachvereniging. Ik kende het ensemble nog niet, maar het klikte meteen. De musici bij de Bachvereniging staan open voor nieuwe dingen, iedereen probeert voortdurend van alles uit. Ik moet als concertmeester initiatieven nemen, maar hier ben ik zeker de enige niet. Dat is denk ik de pre van het werken met meer dirigenten. Ik speel ook veel met Duitse barokorkesten en daar is mijn ervaring dat men het juist prettig vindt als er voor ze wordt beslist. Dat ligt hier totaal anders. Iedereen speelt zijn eigen, actieve rol en toch is de groep ook heel coherent.

‘All of Bach’ vind ik een moedig project. Zelf speel ik, behalve als ensemblelid, ook enkele van Bachs sonates, partita’s en concerten. Niet alle. Om het aanbod op de All of Bach-site gevarieerd te houden, is het beter wanneer er meer violisten aan bijdragen. En je kunt dan zeggen dat ‘alles van Bach’ allang op YouTube staat, maar het meeste daarvan klinkt reuze beroerd. ‘All of Bach’ brengt straks alles van Bach gratis én excellent gepresenteerd – zowel artistiek als technisch. Natuurlijk heeft dat een enorme meerwaarde.”