Opinie

Dansende mannen

Het toeval, dat volgens sommigen niet bestaat, bleek weer eens onverslaanbaar. Ik las in korte tijd twee boeken en zag een speelfilm die niets met elkaar te maken hadden, maar toch één bepaalde, interessante scène gemeen hadden. Het ging om mannen die met elkaar dansten. In de boeken waren het heteroseksuele mannen, in de film een hetero met een homo.

Ik had het nooit gemerkt als ik niet toevallig de boeken en film in die korte tijdsspanne ondergaan had. Een maand geleden las ik De menselijke smet (The Human Stain), een roman van Philip Roth uit 2000. Het gaat over een universitaire docent, Coleman Silk, die ten onrechte van racisme beschuldigd wordt. Silk is verbitterd met emeritaat gegaan en leeft in afzondering als hij zijn buurman Nathan Zuckerman, een vast personage bij Roth, leert kennen.

Tijdens een van hun ontmoetingen – het boek speelt in 1998 – hoort Silk op de radio Frank Sinatra Bewitched, Bothered and Bewildered zingen. „Ik moet dansen”, zei Coleman. „Mag ik deze dans?” [...] Wat kan het verdommen, dacht ik [Zuckerman], binnenkort zijn we toch allebei dood, dus ik ging staan en ter plekke begonnen Coleman en ik op die veranda te foxtrotten. Hij leidde en ik volgde zo goed als ik kon. [...] ‘Ik hoop dat er niemand van de vrijwillige brandweer langsrijdt’, zei ik.”

Na de dans vertelt Silk waarom hij zo euforisch is: hij, 71 jaar, is verliefd geworden op een vrouw van 34.

Enkele weken later las ik Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde, een verhalenbundel van de debuterende Sander Kollaard (1961), die in 2012 verscheen. Het is een sterk debuut met veertien verhalen over hetzelfde personage, Erik van Duijn, een alter ego van de schrijver. Kollaard heeft een mooie, beschouwende stijl waarmee hij treffend de intieme levenssfeer van Van Duijn beschrijft.

Ik las het boek pas nadat het onlangs de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2014 kreeg. De jury, onder voorzitterschap van Kester Freriks, prees onder meer het navrante titelverhaal waarin de labiele Van Duijn door een toeval steun zoekt bij een eenzame oude man, die met zijn overleden vrouw aan stijldansen deed en daarom nu met zijn gast wil dansen. „Samen dansen zij de foxtrot in een prachtige scène die het schrijnende hoogtepunt vormt van het titelverhaal”, aldus de jury. Dat klopt, het ís een indrukwekkende scène. „Zo nu en dan bespiedde ik zijn gezicht”, schrijft Kollaard, „en zag hoe ook hij genoot: het drukte een stil geluk uit dat hem jaren jonger deed lijken.”

Qua setting lijken beide scènes op elkaar, maar Kollaard schrijft het heel anders op dan Roth. Zijn boek blinkt juist uit door oorspronkelijkheid, daarom denk ik eerder aan stom toeval dan aan beïnvloeding, hetzelfde toeval dat mij onlangs naar de nieuwe film van de talentvolle, jonge, Canadese regisseur Xavier Dolan bracht: Tom à la ferme.

Een teleurstellende film na zijn meesterlijke Laurence Anyways, maar wél met enkele fraaie scènes, zoals... die met de twee dansende mannen: een (homofobe) hetero en een homo. Een sleutelscène zou je kunnen zeggen, net als die in The Human Stain (die dan ook in de verfilming met Anthony Hopkins en Gary Sinise terechtkwam en nog op YouTube te zien is ) en die in Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde.

Dansen als ontlading van diep verborgen gevoelens – dat is dé overeenkomst tussen deze drie scènes.