Custodia is paradijs voor tekenkunst

Zonder de Nederlandse overheid werkt de Fondation Custodia in Parijs nu verder aan het ideaal: aandacht voor de tekenkunst. Met nieuwe samenwerkingen en exposities.

Vanaf boven, met de klok mee: Rembrandt van Rijn, ‘Martelaarschap van een vrouwelijke heilige (?)’ (Pen in bruin, gehoogd met wit, 195 x 256 mm, collectie Custodia, Frits van der Lugt);Henri-Joseph Harpignies, ‘L’Atelier de l’artiste’ (1909, aquarel en zwart krijt, 291 x 229 mm, coll. Custodia);Jeroen Bosch, ‘Het uilennest’ (ca. 1505-15, pen in bruin, 141 x 197 mm, collectie Boijmans Van Beuningen, Franz Koenigs).
Vanaf boven, met de klok mee: Rembrandt van Rijn, ‘Martelaarschap van een vrouwelijke heilige (?)’ (Pen in bruin, gehoogd met wit, 195 x 256 mm, collectie Custodia, Frits van der Lugt);Henri-Joseph Harpignies, ‘L’Atelier de l’artiste’ (1909, aquarel en zwart krijt, 291 x 229 mm, coll. Custodia);Jeroen Bosch, ‘Het uilennest’ (ca. 1505-15, pen in bruin, 141 x 197 mm, collectie Boijmans Van Beuningen, Franz Koenigs).

‘We moeten onszelf opnieuw uitvinden”, zegt directeur Ger Luijten van de Fondation Custodia, wandelend door de Parijse Rue de Lille. „Je had hier tot eind vorig jaar het Institut Néerlandais, maar wij maakten daar alle exposities over oude kunst. Helaas wist niet iedereen dat.” Tevreden wijst hij op de nieuwe banier aan de gevel van het Hôtel de Lévis-Mirepoix, onder de rook van de Franse parlementsgebouwen. Naast ‘Fondation Custodia’ staat aan twee kanten ‘exposition’. „De mensen moeten weten wat we doen, direct vanaf de straat zien dat we niet een stichting voor de blinden zijn.”

Tot enkele maanden terug hing hier in het sjieke zevende arrondissement een oranjekleurig doek dat passanten moest verleiden het Institut Néerlandais bezoeken. Maar die in 1957 begonnen samenwerking tussen Custodia, de stichting die de beroemde kunstcollectie van verzamelaar en tekeningenspecialist Frits Lugt (1884-1970) beheert, en de Nederlandse staat, is voorbij. Onder eigen naam en samen met nieuwe partners, wil Custodia zich nu op de kaart zetten als het ‘huis voor kunst op papier’. Onlangs zijn in samenwerking met Boijmans Van Beuningen de twee eerste exposities geopend: Van Bosch tot Bloemaert en Dialogen.

De eerste omvat liefst 142 mooi rustig gepresenteerde tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw van de grootste namen uit die tijd - Pieter Bruegel de Oude, Hendrick Goltzius, maar ook Jeroen Bosch. Het mysterieuze Uilennest (uit de Koenings-collectie) is een van de weinige bekende tekeningen van zijn hand en heeft hier een prominente plaats gekregen.

In het speelsere Dialogen, in het sous-sol, ‘communiceert’ een tekening van Boijmans steeds met een werk uit de collectie van Frits Lugt om aan te tonen „dat één en één meer is dan twee”, zegt Luijten, die voordat hij hoofd werd van het Rijksprentenkabinet van het Rijksmuseum in de jaren tachtig conservator in het Boijmans was. „Ik mocht kiezen wat ik wilde, en dat liet ik me geen tweede keer zeggen.” De duo’s houden door thema, techniek of gewoon de maker zelf alle verband.

Zo haalde hij uit het Boijmans een verfijnd inkttekeningetje van een schutter van Goya , volgens Luijten „de meest sublieme tekenaar aller tijden”. In de mappen van Lugt vond hij er een meer dan honderd jaar oudere krijger bij die zijn zwaard trekt, gemaakt door Guercino.

„Ik wil mensen enthousiast krijgen voor tekenkust”, zegt Luijten vanachter zijn bureau in stadspaleis Turgot, het andere monumentale pand dat Lugt in de jaren vijftig voor zijn stichting kocht en dat pal achter Lévis-Mirepoix ligt. „Als dat ergens kan, dan is dat hier: in Parijs en met Lugts collectie. De tekenkunst is de basis voor alle kunsten. Je komt heel dicht in de intimiteit van het handschrift van een kunstenaar.”

Terwijl Luijten met aanstekelijk enthousiasme zijn ideeën uiteenzet, komt het ene na het andere half of heel uitgewerkte tentoonstellingsplan voorbij: eind dit jaar Tussen Goltzius en Van Gogh, later het ambitieuze Drawings to Paintings in 17th century Holland met de National Gallery in Washington of een tentoonstelling over de Hollandse banden van Édouard Manet. „Wist je dat die het Rijksmuseum heeft bezocht? Hij was idolaat van Hals. Fantastisch om dat een keer hier te tonen.”

Met de Amerikaanse Terra Foundation, die vanaf 2015 op voorspraak van voormalig Louvre-directeur Henri Loyrette een deel van de lege ruimtes van het IN inneemt, hoopt hij op een nauwe samenwerking die misschien kan leiden tot een tentoonstelling van tekeningen van de Nederlandse Amerikaan Willem de Kooning. „Wil je laten zien dat tekenkunst levend is, dan moet je ook werk van nu tonen.”

Maar nieuwer werk is niet direct te vinden in de collectie Lugt zelf. „Die vond Vincent van Gogh al gruwelijk modern”, lacht Luijten. De collectie die Lugt vanaf de jaren dertig opbouwde, bestaat uit meer dan 7.000 tekeningen en 30.000 prenten, zo’n 200 schilderijen, boeken en meer dan 40.000 brieven (waaronder twee van de zeven bekende van Rembrandt), die online komen om transcriptie via „de crowd„ te bespoedigen.

Uiteindelijk gaat het er volgens Luijten om „met andere middelen het ideaal van Lugt”, de uitwisseling van culturen in Parijs, waar ooit het Institut Néerlandais uit was voortgekomen, voort te zetten. De Nederlandse ambassade blijft de komende tien jaar één etage huren en zal met fotomuseum Foam dit jaar rond Paris Photo een expositie organiseren. Maar de ingewikkelde samenwerkingsconstructie zoals die bestond is definitief verleden tijd.

Op de vraag of dat een last minder is, antwoordt Luijten diplomatiek. „Je kunt niet zeggen dat het instituut geen bestaansrecht meer had. En ik begrijp nog steeds niet dat minister Rosenthal en de ambassadeur op deze prachtige binnenplaats stonden en zeiden dat Nederland zo’n visitekaartje niet meer moet willen hebben. Maar ik ben degene die nu moet handelen, en dat doe ik met overgave.”