Bronzen haan voor onbekende inheemse godin

In de jaren 70 dacht men dat er bij Sittard een Romeinse villa was gevonden. Maar het is een heilige plaats voor de godin Arcanua.

Foto Limburgs Museum (bruikleen PDvB Maastricht)

Een bronzen, met email (gesmolten glas) versierd haantje is een van de blikvangers van de nieuwe archeologieafdeling van het Limburgs Museum in Venlo die morgen wordt geopend. Het beeldje is in 1976 opgegraven bij Buchten, ten noordwesten van Sittard.

Toen had men nog het idee dat op de opgravingsplek een Romeinse villa had gestaan. „De opgraving is nooit uitgewerkt”, vertelt Romeinenspecialist Ton Derks van de Vrije Universiteit. Aan de hand van opgedoken kopieën, ongepubliceerde vondsten in depots, gesprekken met betrokkenen en oude opgravingsdia’s gemaakt door een bezoekende schoolklas is het toch gelukt de opgraving te reconstrueren. Belangrijkste conclusie: het haantje komt uit een heilige plaats voor de verder onbekende inheemse godin Arcanua. Later, in de vroege Middeleeuwen, is het heiligdom als begraafplaats gebruikt.

In 1974 waren op een terrein bij het dorp dat De Apotheker wordt genoemd vondsten van Romeins aardewerk en dakpannen gemeld. Toenmalig provinciaal-archeoloog Tom Bloemers (later hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en leermeester van Derks) ging een kijkje nemen. Hij ontdekte puinresten aan de oppervlakte van een terrein van 100 bij 100 meter en concludeerde: waarschijnlijk lag er een Romeinse villa. Reden om wettelijke bescherming aan te vragen.

Twee jaar later gaf Bloemers toestemming de vindplaats toch op te graven, omdat er een industrieterrein moest worden aangelegd. Bij die opgraving heeft een technisch tekenaar van de gemeente geassisteerd. In het archief van de gemeente Born, waaronder Buchten toen viel, is een kopie van zijn tekening van de vermeende Romeinse villa gevonden. Aangezien hoektorens en kelderruimten ontbreken, kan het volgens Derks echter geen villa zijn geweest. Maar dat dacht men in de jaren 80 ook al niet meer, voegt hij eraan toe.

Bloemers liet het onderzoek over aan twee amateurarcheologen. Die ontdekten niet alleen het haantje, maar ook 44 skeletten. „Men nam aan dat die uit de 17de en 18de eeuw stamden”, zegt Derks. „Maar uit de koolstofdatering van twee skeletten in een provinciaal depot bleek later dat ze uit de zevende en achtste eeuw stammen. In die tijd zullen resten van het heiligdom nog zichtbaar zijn geweest; in de Middeleeuwen begroef men wel vaker doden op historische plekken.” Op de stort van de opgraving was met een metaaldetector ook nog een bladvormig bronzen plaatje van drie bij drie centimeter gevonden. „Het bevatte een inscriptie met de tekst dat het was gewijd aan Arcanua.” En eenzelfde soort wijdingstekst staat op de voetsteun van de bronzen haan. „Ene Ulpius Verinus, veteraan van het Legioen VI, dat eerst bij Xanten en vanaf 122 bij de Muur van Hadrianus in Groot-Brittannië was gelegerd, had hem aan de godin geschonken.”

De twee wijdingsteksten deden al vermoeden dat de haan en het blaadje afkomstig waren uit een klein lokaal heiligdom. Derks heeft daarvoor nu meer aanwijzingen gevonden. „Bij de opgraving zijn ook fragmenten van puntige miniatuuramforen gevonden. Typisch objecten die aan goden werden gewijd.”