‘Bij herdenken hoort verhaal van de daders’

Na dodenherdenking op 4 mei, presenteren veertig theaters in het hele land voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog. „Wij haken aan bij een nationaal moment, en verdiepen dat.”

Door

1Wat is Theater Na de Dam?Op 4 mei, om 21 uur precies, wordt in veertig theaters in het hele land de Dodenherdenking voortgezet. Grote gezelschappen als het Nationale Toneel en Toneelgroep Amsterdam brengen theatrale lezingen van stukken over de Tweede Wereldoorlog. Individuele makers presenteren zelfgeschreven monologen, jongeren in heel Nederland maken producties over de oorlogsgeschiedenis van hun stad of wijk en Hadewych Minis zingt in Carré.

Dit is de vijfde editie van Theater Na de Dam, en met ruim 40 producties verspreid door het land en dik 4.000 verwachte bezoekers de grootste. De eerste editie in 2010 telde 8 voorstellingen in Amsterdam. Toen was het een kleinschalig, relatief onbekend evenement, nu melden theaters en gezelschappen zich vrijwillig voor deelname. Een aantal artiesten doet onbezoldigd mee, en theaters steunen de organisatie productioneel en financieel.

2 Hoe is het evenement ontstaan?Theater Na de Dam werd bedacht door theatermakers Jaïr Stranders en Bo Tarenskeen. „Tot 1968 was het traditie dat het Publiekstheater op 4 mei na de dodenherdenking Het Onderzoek van Peter Weiss las”, zegt Tarenskeen. „Wij zijn in 2002 op initiatief van toneelcriticus Loek Zonneveld begonnen die traditie nieuw leven in te blazen, heel kleinschalig: met het lezen van een tekst van George Tabori in een klein zaaltje.”

Toen Job Cohen in 2009 een werkgroep oprichtte die de toekomst van de dodenherdenking en Bevrijdingsdag in Amsterdam onderzocht, vatten Stranders en Tarenskeen het plan op om hun initiatief uit te breiden naar meer theaters. Het Amsterdams Comité 4 en 5 mei steunde hun initiatief.

3 Wat is de gedachte erachter?Tarenskeen: „We zijn aangehaakt bij een nationaal moment, en proberen dat te verdiepen.” Het zat Tarenskeen, die wortels heeft in Nederlands-Indië, en Stranders, die van Joodse afkomst is, al langer dwars dat dodenherdenking niet méér was dan die twee minuten stilte. Stranders: „Voor je het weet is het alweer Bevrijdingsdag, waarop het voornamelijk gaat om bier en muziek. Terwijl mensen volgens ons na dodenherdenking snakken naar een voortzetting van het ritueel. Wij wilden een moment creëren om samen langer stil te staan bij de geschiedenis. Je voelt bij voorstellingen op die avond een heel ander soort concentratie dan bij het reguliere theater. Men is zich meer dan op andere momenten bewust van het belang van de verhalen die worden verteld, die worden doorgegeven van generatie op generatie.”

4 Hebben de voorstellingen uitsluitend betrekking op de Tweede Wereldoorlog?Ja, en dat is bewust. Tarenskeen: „De nationale herdenking is steeds meer een universeel gebaar geworden, met het herdenken van alle gevallenen, waar dan ook, wanneer dan ook. Daardoor spreekt het niemand meer aan. Wij willen een concreet historisch kader bieden, van waaruit je kunt beschouwen op het heden. Het herdenken van de Tweede Wereldoorlog is een prachtig ritueel om contact te houden met de geschiedenis. Dat is belangrijk, want we merken nu nog steeds de gevolgen van die tijd. Je moet je blijven afvragen: wat is er gebeurd en hoe heeft dat het heden bepaald?”

5 Is dat niet artistiek beperkend? Welnee, zeggen de initiatoren. De enige richtlijn voor deelnemende producties is dat het over de Tweede Wereldoorlog gaat. Daarbinnen mag alles. Een eerdere editie bracht theatermaker Sadettin Kirmiziyüz een stuk over de relatie tussen de Armeense genocide en de Holocaust. Lieg ik soms van Laura van Dolron (ook dit jaar te zien) gaat over herdenkingskitsch. Vorig jaar speelde Steve Aernouts een monoloog van een ss’er uit De Welwillenden.

Zo zijn er meer voorstellingen vanuit het perspectief van de daders, zoals over Traudl Junge, Hitlers persoonlijke secretaresse (zie hiernaast). En de prikkelende, controversiële monoloog Dank zij de oorlog van Tomer Pawlicki gaat over alles wat we te danken hebben aan de oorlog.

6 Kan dat wel, direct na dodenherdenking een voorstelling vanuit het perspectief van de daders? Stranders: „In onze programmering zoeken we bewust de scherpte op, en we geven daarnaast opdracht tot het schrijven van nieuwe teksten die het debat voeden. Bij de overlevering van deze geschiedenis horen al die verhalen, óók die van de daders. En we hebben nog nooit te horen gekregen: dit gaat te ver.” Tarenskeen: „Theater is amoreel. In het theater kan en mag je juist alles onderzoeken.”

7 Waar gaan de organisatoren op 4 mei zelf heen?„Wij doen wat wij al jaren ieder jaar doen; wij lezen een tekst voor in Perdu, het kleinste zaaltje dat meedoet.”