Anderen namen een wijntje, ik een buisje G

Doordeweeks was ze een student, in het weekend een junk // Zes jaar lang kon Renee Kelder haar GHB-verslaving geheimhouden // „Je moet steeds laten zien hoe fantastisch je leeft

Renee Kelder.
Renee Kelder. Foto Bob van der Vlist

‘Als ik nu een willekeurige pil op tafel leg en zeg dat je hart ermee kan ophouden als je hem inneemt, dan laat iedereen hem toch liggen? En toch is xtc-gebruik heel normaal onder jongeren, terwijl het net zo gevaarlijk is. Dat is toch raar?” zegt Renee Kelder (29). Ze heeft zelf zo’n honderd xtc-pillen geslikt. Maar eigenlijk was ze meer van de GHB. Haar „buisje zelfvertrouwen”, bestaande uit onder meer schoonmaakmiddel en gootsteenontstopper. De goedkope narcotische drug is tenminste even verslavend als heroïne. Kende ze die feiten maar eerder, zegt ze. Voordat ze verslaafd raakte aan GHB en zes jaar lang haar omgeving zou voorliegen, en vooral zichzelf. Ze schreef er het boek De parttime-junkie over, dat vandaag verschijnt.

Bepaalde hoofdstukken in het boek zijn net zo ingrijpend als haar felblauwe ogen. Je hebt een paar minuten tijd nodig voor je haar kunt blijven aankijken. Soms moet je ook zo lang pauzeren om een scène uit haar boek te verwerken. Het eerste jaar na haar afkicken woonde ze in een huis met de vriendin van schrijfster Maartje Wortel – die noemde het boek zo open en kwetsbaar dat het beklemmend is.

Je ziet het voor je. Hoe ze samen met haar ex-vriendje van haar negentiende tot haar vijfentwintigste honderden weekenden doorbracht in een voor daglicht afgeschermde kamer vol matrassen en fanatieke drugsgebruikers. Kwijlend raakten ze verdoofd van de GHB en ketamine, of gingen met bewegende kaken uit hun dak op cocaïne, speed en xtc. Haar lichaam was soms zo vergiftigd dat ze niet kon eten of douchen. Haar eetlust verdween door de drugs en al haar energie ook.

Toch voelde ze zich niet verslaafd. Ze was net als haar beste vrienden en ex-vriendje een highly functional addict. In het weekend haalde ze de nachten door en was ze van god los. Doordeweeks werkte ze. Ze was een keurige studente uit Heemstede, bezocht musea en boekenclubjes, kwam uit een liberaal en hoogopgeleid nest. Ze werkte zelfs nog een tijdje in de verslavingszorg met heroïnejunks. Niemand had iets door.

Hoe kan het dat zelfs je ouders je drugsgebruik niet opmerkten?

Renee Kelder: „Ik had sinds mijn dertiende fobieën vanwege controleproblemen. Ik kreeg angstaanvallen in het openbaar vervoer, omdat ik niet wist wat er kon gebeuren. Ik slikte daar medicijnen voor. Als ze vroegen of ik drugs gebruikte zei ik dat dat niet kon, want met drugs raak je helemáál de controle kwijt.”

Maar dan nog. Je viel 15 kilo af. Je zag er moe uit. Ook tijdens familieweekenden nam je stiekem drugs. Een ouder heeft toch wel iets door?

„Ik kon heel goed liegen omdat ik er zelf in geloofde als ik zei dat ik geen drugs kón gebruiken. Je gelooft in het beeld dat je laat zien van jezelf. Het is heel moeilijk voor mensen die dichtbij je staan om daar doorheen te prikken. Een verslaafde voelt zich nooit verslaafd. Je verzint allemaal smoesjes voor jezelf.”

Wat waren jouw smoesjes?

„Dat ik heus wel kon stoppen als ik dat wilde. Ik gebruikte nooit op werk dus het viel wel mee. Of: ‘Ik heb hard gewerkt. Anderen nemen een glaasje wijn, ik een buisje G.’ Of: ‘Er zitten lichaamseigen stoffen in GHB, dus het is niet heel slecht.’”

Als kind at Kelder astronautenvoedsel vanwege allergieën. Ze was bovendien motorisch onderontwikkeld en dyslectisch. „Renee is een engel, ze kan niet landen”, zei een therapeut over haar. Ze kon pas aarden toen ze drugs ging gebruiken. Uiteindelijk kon ze niet meer bestaan zonder te willen verdwijnen.

Waarom is harddrugsgebruik zo normaal onder Nederlandse jongeren, denk je? Heeft het met die ontsnapping te maken?

„We hebben het gevoel dat het leven maakbaar is. Het leven is een soort kunstwerk. Dat idee wordt ons opgedrongen via reclames en sociale media. Je moet jezelf overal etaleren, laten zien hoe fantastisch je leeft, hoe goed je het hebt. De druk om te ontsnappen aan de prestatiemaatschappij neemt toe.”

„In Nederland is het aanbod van drugs ook groot en constant. Hier kun je je lievelingsdrugs uitkiezen. In veel andere landen zijn de meeste drugssoorten tijdelijk toegankelijk, soms te kort om er verslaafd aan te raken.”

Was je naïef, dat je erin doorsloeg?

„Niet naïef denk ik, wel onwetend. Ik kende de feiten over GHB niet. Heroïne zou ik bijvoorbeeld nooit gebruiken, ik wist dat dat verslavend is. Als ik had geweten dat GHB nog verslavender is, zou ik het misschien niet hebben genomen. Daarom was het voor mij belangrijk om dit boek te schrijven.”

„In de buurt van Sittard is veel GHB-verslaving onder jongeren. Ik ga daar binnenkort ook op scholen langs om te vertellen over de gevaren van GHB, als ervaringsdeskundige.”

Kelder wil jongeren vertellen wat de gevaren zijn van de drug, hoe ze er verslaafd aan raakte en ook weer van afkwam.

Na een paar rooksignalen van Kelder was het haar moeder die haar, toen ze 25 was, uiteindelijk redde uit het ‘drugshol’. Ze moest mee naar huis en al het contact met haar ex-vriendje en vrienden verbreken. Tijdens het voorstelrondje in de afkickkliniek besefte ze pas dat ze verslaafd was geweest.

Waarom belde je uiteindelijk je moeder?

„Ik wilde niet meer vluchten voor mezelf en mijn angst voor het leven wegstoppen met drugs. Ik wilde er gewoon wél zijn.”

Was dat je dieptepunt?

„Nee, het afkicken was het zwaarst. En het besef dat ik zes jaar lang iedereen had voorgelogen. Het schuldgevoel en de schaamte die ik voelde tegenover mijn dierbaren. Ik moest een nieuw leven beginnen en mezelf opnieuw uitvinden. Terug naar mijn kern.”

Je moest terug naar een kern die al voor je drugsgebruik niet stevig was.

„Ja, dat was moeilijk. Ik heb moeten leren mezelf zelfvertrouwen te geven, dat had ik nooit eerder gedaan. Ik was vroeger heel onzeker, behalve wanneer ik GHB had genomen. Dan dacht ik niet meer na over hoe ik overkwam op mensen. Het heeft me drie jaar gekost, maar nu gaat het heel goed met me. Ik studeer humanistiek, heb een fantastisch vriendje, ik sport heel veel. Leef extreem gezond. Ik ben nu een leukere versie van wie ik was. Gek dat ik vroeger dacht pas leuk te zijn met drugs op.”