Leider Sinn Féin ondervraagd om beruchte moord door IRA in 1972

De leider van Sinn Fein, de politieke tak van de voormalige Ierse republikeinse partij, wordt ondervraagd in verband met de moord op de weduwe Jean McConville in 1972.

Gerry Adams.
Gerry Adams. AP / Peter Morrison

Gerry Adams, de leider van Sinn Fein, de politieke tak van de voormalige Ierse republikeinse partij, wordt ondervraagd in verband met de moord op de weduwe Jean McConville in 1972.

Dat meldt persbureau AP op gezag van de politie van Noord-Ierland. Adams wordt verdacht van betrokkenheid bij ontvoering, moord en de geheime begrafenis van de weduwe uit Belfast.

Het was een van de meest controversiële misdaden tijdens het sektarische geweld in Ierland. De 38-jarige weduwe en moeder van tien werd ontvoerd vanuit haar flatwoning in Belfast. Pas in 2003 werd haar lichaam per toeval gevonden. Het was begraven op het strand. De IRA had vier jaar eerder al toegegeven achter haar verdwijning te zitten. Ze verdachten haar van spionage voor het Britse leger.

Adams bevestigde zijn ondervraging in een voorbereide verklaring. Hij omschreef het als een “vrijwillig, afgesproken gesprek”. Hij zegt geheel onschuldig te zijn. Eerder al impliceerden twee IRA-veteranen dat Adams bij de moord betrokken was. Zij gaven opgenomen gesprekken aan onderzoekers voor een onderzoeksproject. De Noord-Ierse politie probeerde de banden vervolgens op legale wijze te verkrijgen.

Adams: ik ben nooit lid geweest van de IRA

Adams heeft altijd ontkend lid te zijn geweest van de IRA. Tegen onze correspondent Titia Ketelaar zei hij in 2011 (€):

“Ik ben, en dat heb ik eerder gezegd, nooit lid geweest van de IRA. Maar ik heb in mijn leven politieke keuzes gemaakt, en mijn familie heeft daaronder geleden. Mijn huis is gebombardeerd, ik ben beschoten, ik heb gevangengezeten. Dat is nu een kwestie van het verleden.”