Alstom: trofee met problemen

De Franse politiek is overrompeld door de overname van industrieconcern Alstom door General Electric. Zelfs president Hollande was niet op de hoogte van de onderhandelingen.

Illustratie Studio NRC

De fabrieken van Alstom en General Electric (GE) liggen pal naast elkaar op hetzelfde bedrijventerrein. Werknemers van de twee bedrijven lunchen in het Oost-Franse Belfort in dezelfde kantine.

De toenadering tussen de twee bedrijven was al begonnen voordat de Amerikaanse technologiereus GE vorige week een overnamebod uitbracht op de energietak van Alstom, de industriële trots van Frankrijk. Gisteravond werd het bod van zo’n 12 miljard euro, dat de Franse politieke elite toch overrompelde, door de top van Alstom goedgekeurd.

In 1999 verkocht Alstom in Belfort, waar van oudsher de meeste werknemers zitten, zijn divisie voor de fabricage van zware gasturbines al aan GE. Alstom wilde toen samen met het Zweeds-Zwitserse ABB, dat ook al zulke gasturbines maakte, een ‘Europese energiekampioen’ opzetten en de concurrentie aangaan met de écht grote jongens, Siemens en GE zelf.

Maar die overname werd Alstom door constructieproblemen met de ABB-turbines bijna fataal. Alstom dreigde na het debacle in de armen van Siemens te vallen (dat volgens Alstom-bestuursvoorzitter Patrick Kron iets te agressief belangstelling had getoond) of domweg failliet te gaan. Om dat te voorkomen, greep de Franse staat tien jaar geleden in met een miljardeninjectie. Frankrijk werd, na ingewikkelde onderhandelingen met de Europese Commissie over de vraag hoe ‘strategisch’ Alstom voor Frankrijk is, tijdelijk voor 21 procent aandeelhouder.

Grootmacht

De staatsinterventie heeft geen duurzaam succes gehad. Opnieuw ziet de Franse regering zich genoodzaakt om in te grijpen in de huidige overnamestrijd tussen GE en Siemens om Alstom. Het kabinet wil banenverlies, energieafhankelijkheid én gezichtsverlies voorkomen.

Nergens in Europa is de verwevenheid tussen het bedrijfsleven en de politiek zo groot als in Frankrijk. Captains of industry kunnen niet functioneren zonder politieke steunpilaren (Kron is wat men noemt een ‘sarkozyste’). De staat bemoeit zich met elke overname die de afbladderende Franse positie als ‘grootmacht’ in gevaar zou kunnen brengen. Wat de maatstaf voor ‘strategisch’ is, is fluïde: enige jaren terug blokkeerde de Franse staat de overname van zuivelbedrijf Danone door PepsiCo om ‘strategische’ redenen.

Hoewel de actieve betrokkenheid van minister van Economie en Industrie Arnaud Montebourg en de Franse president Hollande anders doet vermoeden, is Alstom geen staatsbedrijf. Sinds de verkoop van het staatsbelang in 2006 aan bouwbedrijf Bouygues, is Alstom een van de grootste private ondernemingen van het land met 93.000 werknemers (waarvan 18.000 in Frankrijk) en een omzet van ruim 20 miljard euro. Het is een symbool van het machtige Frankrijk uit de trente glorieuses en een ‘parel van de Franse industrie’, zoals politici met gevoel voor grandeur Alstom beschrijven.

Het is alleen wel een parel met problemen. Hoewel voor de komende tweeënhalf jaar nog voor 51 miljard euro aan orders uitstaat, daalt het aantal bestellingen sinds de financiële crisis. Overheden (de grootste klanten) bezuinigen en met de daling van de economische productie is ook het stroomverbruik gedaald.

Te klein

Een ander probleem is dat Alstom nog klein is in nieuwe markten in het oosten en het zuiden. Het bedrijf haalt zo’n 40 procent van zijn omzet in Europa. Met de opkomst van Aziatische concurrenten als Hitachi en Mitsubishi en de oude machtsblokken GE en Siemens is Alstom eigenlijk te klein om zelfstandig te kunnen voortbestaan, volgens analisten.

Meer dan 70 procent van zijn omzet haalt Alstom uit energieturbines (windmolens, kolen- en kerncentrales en stuwmeren bijvoorbeeld) en de bouw van netwerken voor transport van elektriciteit.

De rest van de omzet komt uit metro’s, trams en uit de TGV-hogesnelheidstrein, het toppunt van Frans ingenieursvernuft. Bijna driekwart van alle hogesnelheidstreinen in de wereld zijn sinds de jaren tachtig door Alstom gebouwd. Het snelheidsrecord staat sinds 2007 op naam van het Franse bedrijf. „Dat waren onze gloriejaren”, zei een weemoedige werknemer gisteren op de Franse tv.

Bestuursvoorzitter Kron erkende de problemen afgelopen november bij de presentatie van de halfjaarcijfers. De omzet was met 22 procent gedaald en de schuld opgelopen tot 3,2 miljard euro. Met een negatieve cashflow van ruim 500 miljoen euro, had het geen enkele speling om zelf nieuwe markten aan te boren. Kron kondigde aan voor 1 tot 2 miljard aan bedrijfsonderdelen te willen verkopen en in Europa bovenop eerdere reorganisaties 1.300 banen te schrappen.

Destijds was Kron al in gesprek met GE. Maar ondanks de nauwe contacten en het grote aantal opdrachten van de Franse staat, waren Montebourg en Hollande niet op de hoogte. „Er gaat geen maand voorbij dat Patrick Kron niet langskomt met een boodschappenlijstje. En nu vergeet hij Montebourg te bellen”, zei een ambtenaar gisteren in Libération.

Bij de politieke onvrede speelt volgens econoom Elie Cohen ook iets anders. Opnieuw blijkt de Franse industrie niet opgewassen tegen de Duitse, laat staan de Amerikaanse, zei hij in zakenkrant Les Echos. En dat doet pijn.