Vrienden zijn er om je tegen jezelf te beschermen. Toch?

Wie: Leo Verheul

Leeftijd: 59

Wat: Sportjournalist, auteur

Waar: DWDD, 23 april

Ook al was hij aan de tafel van De Wereld Draait Door (VARA) uitgenodigd om over zijn autobiografische boek De Kunst van het Mislukken te praten, alles werd in het werk gesteld om Leo Verheul zo min mogelijk te laten zeggen.

Matthijs van Nieuwkerk gaf eerst het woord aan boezemvriend Hugo Borst en daarna aan gewone vriend Michel van Egmond (schrijver van de bestseller Gijp) om leven en werk van de sportjournalist en blogger te duiden. Het kwam erop neer dat hun vriend zijn leven lang alles verkeerd gedaan had: coke, overspelige jongere vrouw uit Colombia, verkeerde investeringen, voedselbank.

Toen de auteur eindelijk zelf mocht vertellen wat hem allemaal was overkomen, werd hij gecensureerd, toen hij begon: „Jij weet ook, die keer met die mooie vrouw aan het diner van Hard Gras....”

Matthijs onderbrak hem meteen: „Die anekdote, daar zou ik niet aan beginnen, dat is echt te liederlijk.” Ook Borst trok zijn vriend liefdevol aan de mouw en sprak zachtjes: „Nee, niet doen!”

Mannen die een verhaal beginnen met „jij weet ook..” vind je meestal in een kroeg tegen sluitingstijd, in een kleedkamer of aan tafel bij Johan Derksen en Wilfred Genee. Het zijn altijd dezelfde pikante anekdotes, smakelijke herinneringen of hatelijk bedoelde jij-bakken.

Waarom we nu dat boek van Verheul zouden moeten lezen of wat exact zijn verdienste is voor sport en journalistiek in Nederland en ver daarbuiten, dat bleef in nevelen gehuld. Het deed sterk denken aan De Avonturen van Koos Tak, miskend journalist en verstokt innemer, zoals ooit opgetekend door Eelke de Jong en Rijk de Gooijer in de Haagse Post. Maar Tak was fictief en Verheul zat daar (vermoedelijk) echt, als favoriet pispaaltje van zijn vrienden bij Hard Gras.

Wat we wel hoorden was zijn gedicht Vlinder in Album: „Van zijde gesponnen/Van kant gemaakt.”Jules Deelder had Verheul na het horen ervan gezegd dat hij daar zijn baan niet voor moest opgeven. Ik dacht: het is geen grote poëzie, maar scherper dan de meanderende regels van DWDD-huisdichter Nico Dijkshoorn, die aansluitend ook de lof zong van zijn grote held Leo.