Specialist van de PvdA zit somber thuis op de bank

In veel steden zijn fractiespecialisten van de PvdA niet herkozen // Voorkeurstemmen van allochtonen kostten hen hun plaats

Omzien in wrok wil hij niet, maar hij vindt het wel verdraaid jammer. Bij de lokale verkiezingen van 19 maart verloor de Haagse PvdA’er Gerard Verspuij zijn zetel in de gemeenteraad.

Aan zijn plek op de lijst lag het niet: hij stond op nummer 5, de PvdA haalde 6 zetels. Toch streefden drie allochtone kandidaten hem voorbij. Voorkeurstemmen. „In Den Haag gaan er altijd een Hindoestaan, een Marokkaan en een Turk overheen”, zegt Verspuij. „En dat is precies wat er gebeurd is. Ze hadden goed campagne gevoerd voor zichzelf. Ik niet, ik ben ouderwets. De partij is voor mij het hoogste doel, kandidaten vind ik passanten.”

Aan Verspuijs gedwongen exit uit de raad zit nog een ironisch randje. Als enige uit de Haagse PvdA-fractie stemde hij tegen de aanleg van het Spuiforum, het 181 miljoen euro kostende nieuwe cultuurpaleis dat impopulair is onder de inwoners van Den Haag en mede heeft bijgedragen aan het verlies van de PvdA. Verspuijs dissidente opstelling mocht niet baten. „Na de verkiezingen heb ik talloze mailtjes gekregen. Mensen hadden spijt dat ze niet op me hadden gestemd.”

Verspuij is niet de enige Haagse PvdA’er die zijn zetel verloor door voorkeurstemmen. Ook de nummers 4 en 5 van de lijst kwamen niet in de gemeenteraad. Het gevolg: behalve fors kleiner (van 9 naar 6 zetels) is de PvdA-fractie ook inhoudelijk verzwakt uit de raadsverkiezingen gekomen. De gesneuvelde raadsleden waren deskundig op een aantal cruciale terreinen.

Sombertjes somt Verspuij het op. De fractie heeft geen financieel woordvoerder meer, geen deskundige op het gebied van volkshuisvesting en er is niemand die iets weet van jeugd, welzijn of maatschappelijke ondersteuning – drie gebieden waarop de gemeente de komende jaren veel meer te zeggen krijgt. „Ik denk niet”, zegt Verspuij, „dat deze fractie is opgewassen tegen de taken die eraan komen.”

Het verhaal van Den Haag geldt voor de PvdA in bijna alle grote steden. In de meeste gemeenten verloor de trotse wethouderspartij op 19 maart een kwart tot een derde van de stemmen. In sommige plaatsen is de PvdA qua grootte nu de vierde of zelfs vijfde partij. Daardoor verdwijnen ze in veel grote steden na decennia uit het bestuur.

Utrecht heeft een college zonder de PvdA – voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog. In Rotterdam belandt de partij vrijwel zeker ook in de oppositie: er is een principe-akkoord tussen Leefbaar Rotterdam, CDA en D66. In Amsterdam gaan D66, GroenLinks en VVD samen onderhandelen. Ook Amsterdam had sinds 1946 geen college zonder PvdA. In Den Haag maakt de PvdA nog wel kans om mee te gaan besturen – maar zeker is het allerminst.

Als de collegeonderhandelingen straks zijn afgerond, dreigt dus een nieuw drama: de fractie blijft ernstig verzwakt achter. In Amsterdam (van 15 naar 10 zetels) verloor de PvdA net als in Den Haag door voorkeurstemmen zijn financieel expert en volkshuisvestingsdeskundige.

Utrecht: zelfde verhaal

In Utrecht (van 9 naar 5 zetels): zelfde verhaal. Niet alleen de beoogd financieel woordvoerder, ook de fractievoorzitter uit de vorige collegeperiode keert niet terug in de raad. De kaalslag in Utrecht is zelfs zo ernstig dat de PvdA-fractie nu waarschijnlijk medewerkers gaat inzetten bij commissievergaderingen – iets wat doorgaans is voorbehouden aan kleine partijen met weinig mankracht.

In voormalige rode bolwerken buiten de Randstad dreigt hetzelfde scenario. Neem Enschede. Ook daar verloor de PvdA dramatisch: van 9 naar 5 zetels. Lijsttrekker Marijke van Hees keert vermoedelijk niet terug als wethouder: op dit moment onderhandelen vijf partijen over de eerste coalitie zonder sociaal-democraten in vijftig jaar. Maar de fractie waarmee Van Hees de komende tijd oppositie zal moeten gaan voeren, is onervaren en herbergt weinig inhoudelijke kennis.

Oud-fractievoorzitter Laurens van Lier – hij belandde op plek 5 en verloor vervolgens zijn zetel door voorkeurstemmen – zegt dat het PvdA-bestuur in Enschede „geen rekening heeft gehouden met het worst case scenario” bij de raadsverkiezingen. „Ze hebben niet willen nadenken over de mogelijkheid van zo’n groot verlies. We halen toch wel minimaal 7 à 8 zetels, dachten ze.” Het gevolg, zegt Van Lier, is dat de PvdA-fractie nu grotendeels bestaat uit nieuwelingen die „zonder enige voorkennis moeten opereren”.

Ook in Den Haag heeft PvdA nog geen begin van een besef van waar het is misgegaan, zegt oud-raadslid Gerard Verspuij. „Op de afdelingsvergadering na de verkiezingen gaf iedereen de schuld aan Diederik Samsom. Maar we zijn in Den Haag gewoon een veel te regenteske partij geworden. PvdA’ers komen niet meer in heel Den Haag.”

Verspuij vindt het „ongelooflijk” dat de Haagse PvdA-leider Rabin Baldewsingh niet is opgestapt na het grote verlies. „Hij is geen vechter. Hij slaat nooit met z’n vuist op tafel. Baldewsingh zegt nu dat hij de PvdA gaat vernieuwen. Maar hij zit al 16 jaar in de Haagse politiek. Vernieuwing? Kom op joh!”

In plaats van onderhandelen over een nieuw college, zegt Verspuij, zou de Haagse PvdA beter vier jaar in de oppositie kunnen gaan zitten. „Dat zou heel gezond zijn. En het is zo voorbij!”