Opinie

Zomaar in het nu

’S Ochtends 08.00 uur, Amsterdam Centraal. „Ik wil graag reizen in een overvolle trein, waar moet ik dan naartoe?” De conductrice raadde Utrecht aan, in die trein had ik de meeste kans om te moeten staan.

En inderdaad.

Ik stond in het gangpad, zo’n beetje op dezelfde millimeter als een meisje met eveneens een rugzak en wild haar, waardoor onze uitstekende delen – hengsels en haarstrengen – zich aan elkaar vlochten. Ik hield me vast aan de hoofdsteun van een meneer die op zijn tablet naar een actiefilm keek. Rechts ademde iemand met een lichte piep lucht uit een prominente buik.

Ik begon van al deze nabijheid lichtelijk te zweten. Het was een belachelijk plan om het dagelijks lijden van forenzen op te zoeken, puur om over het altijd actuele spitsuur te kunnen schrijven. Maar een half uur later bleken de gedachten verdwenen, opgeslokt door het deinende ritme van de trein, de siamese verbinding met het meisje, het zwaard dat op het tabletscherm repetitief in almaar nieuwe ladingen soldatenlichamen stak, de ademhalingen van de man, de spanning op zijn overhemdknoopjes.

Ik was zomaar in het ‘nu’ beland.

Over het ‘nu’ werd vorige week al het één en ander gezegd. Media-theoreticus Douglas Rushkoff pleitte in een aflevering van Tegenlicht voor ‘de herovering van het nu’. Filosoof Martijn Meijer betoogde in deze krant daarentegen dat ‘leven in het nu’ alleen voor varkens en kinderen is weggelegd.

Toch was het daar ineens, in de overvolle trein. Even maar, want zodra ik het herkende, stond ik weer gewoon in de forenzenellende geklemd.

Ik memoreerde de keren dat ik ‘het nu’ (of in ieder geval de afwezigheid van het niet-nu) dacht te hebben ervaren. Die keer dat ik onverdoofd een heuppunctie kreeg en de arts met holle naald naar binnen drong, een appelboor in mijn vlees.

Die keer dat de laatste concluderende woorden klonken – ‘Het is uit’. Heel even was de pathetiek van het moment nog geen beeld, nog geen geanalyseerde schakel in een groter verhaal.

Of die keer dat er kanker in de familie was en alles licht werd, alsof er tot dan toe een deken op het leven had gelegen die nu werd opgetild. Hoe niets nog belangrijk leek en daarom alles gewoon existeerde - zo duur voelde het althans.

Ik was gelukkig. Omdat het ongeluk geluk even totaal overbodig maakte.

Jammer dat een spitsritje nu 10 procent duurder wordt.

De NS voert een financiële ‘prikkel’ in zodat forenzen gespreid gaan reizen – natuurlijk alleen om het comfort van de klant te verbeteren. Maar elk verworven gemak maakt ruimte voor een nieuwe klacht. Minder reizigers in de trein schept plek voor nieuwe verlangens, wensen die moeten worden vervuld.

Het komt dondersgoed uit dat daar – na een verlies van 43 miljoen vorig jaar – in de portemonnee van de NS alle ruimte voor is.