Poolse wederopbouw is patriottische plicht

U niforme schoonheid zoek je niet in Warschau. Dat wordt elke nieuwkomer duidelijk vanaf de eerste verkenningstochten. Na de methodische verwoesting door de nazi’s en de even grondige heropbouw onder het communisme, bestaan grote delen van de Poolse hoofdstad uit een raster van woonblokken en brede stadssnelwegen die je ondergronds oversteekt. Opvallendste uitzondering is de veelkleurige bonbondoos van de herbouwde historische kern.

Op het visitekaartje van de 25-jarige stadsgids Agata Wissuwa zie ik de stad in haar volle achttiende eeuwse glorie, afgebeeld door de Italiaanse landschapschilder Bernardo Bellotto. Het in ere herstellen van het grandioze Warschau uit Bellotto’s werken is een voortlevende droom bij de culturele elite hier. „De wederopbouw, een taak van generaties en eeuwen, is nog steeds een patriottische plicht”, schreef historicus-activist Tomasz Markiewicz in een opiniestuk voor Gazeta Wyborcza. Hij bepleit de snelle heropbouw van het Saksische paleis. Dat bouwwerk was één van de lokale kroonjuwelen voor Hitlers troepen Warschau, in zijn eigen woorden, herleidden tot ‘een punt op een kaart’. Mijn gids Wissuwa vindt het een goed idee. De geschiedenis heeft rechten.

M aar andere inwoners menen dat we inmiddels de fase van de reconstructie voorbij zijn. Zij zien de plicht van de hedendaagse Warschauer als leven met, en bouwen op wat er al is. Ook als we daartoe onze esthetische intuïties moeten herconditioneren. Enkele lokale ontwerpers leverden hun mild ironische bijdrage. Onder de naam Blok Wschodni (‘Oost-blok’) brachten ze papieren vouwmodellen op de markt in de vorm van de naoorlogse balken die het huidige Warschau kenmerken.

Dat monotonie ook bevrijdend kan werken, zie je in Warschau op de meest onverwachte plaatsen. Net omdat de egale wanden van verbeeldingsloze woonkazernes nauwelijks architecturale waarde hebben, kunnen straatkunstenaars die zonder wroeging met hun spuitbussen te lijf.

Een andere vorm van creatieve destructie is die van Warschaus groots denkende vastgoedbazen. De emblematische Sovjet-wolkenkrabber van het Paleis voor Cultuur en Wetenschap wordt nu omgeven door een cluster van torens met uiteenlopende vormen. Sinds de crisis geluwd is, rijzen nieuwe reuzen in hun steigers. Het nieuwe Warschau krijgt snel vorm, soms heel fraai. Neem nu de universiteitsbibliotheek met haar groengevels die gestaag samengroeit met het park waartoe ze behoort. Andere ontwikkelingen, zoals de opzichtige winkelcomplexen rond het centrale station, zijn van een meer twijfelachtig allooi. Maar de opeenstapeling van abrupte stijlbreuken is op zich al fascinerend.

T och is het gemak waarmee de Polen hun hoofdstad lijken om te woelen, soms bedrieglijk. In een plek waar de historische schatten ooit aan buskruit en vlammen toevertrouwd werden, is de historische reflex nog steeds sterk. Ook als het om pijnlijke aspecten gaat. Bij de aanbouw van een nieuwe metrolijn verwijderde men in 2011 tijdelijk het monument ter ere van de Russische soldaten die Polen vanuit Sovjet-perspectief ‘bevrijd’ zouden hebben. Een andere lezing is dat Stalin het Rode Leger achter de rivier Wisla liet wachten totdat de nazi-eenheden de Poolse opstandelingen en hun soevereiniteitsstreven gekraakt hadden. „Veel mensen zeggen: nou, haal het maar permanent weg”, zegt stadsgids Wissuwa. „Maar anderen, zoals ik zelf, beschouwen het toch als essentieel onderdeel van onze historie, net als het Saksische paleis.” Alle begrip.

Het permanent veranderende resultaat is soms fraai, soms niet. Maar het heeft zeker een effect dat in de afgewerkte centra van weelderiger steden vaak ontbreekt: je wil nog even blijven kijken om te weten hoe het verhaal verder gaat.