Onttakeling van ING bijna voltooid

Als Nationale Nederlanden binnenkort een eigen beursnotering krijgt, is de door Brussel na de staatssteun opgelegde afslanking van ING afgerond.

Illustratie Studio NRC

Bij ING houden ze de kaken stijf op elkaar, maar binnen de financiële wereld worden de geruchten met de dag sterker: de langverwachte beursgang van verzekeringsdochter Nationale Nederlanden (NN) zal nu snel werkelijkheid worden.

Financiële bronnen houden er rekening mee dat ING de laatste details – waaronder het precieze moment van de beursgang, het bedrag dat ING ermee hoopt op te halen en de wijze waarop de aandelenuitgifte moet gebeuren – op korte termijn bekendmaakt. Mogelijk al bij de presentatie van de kwartaalcijfers volgende week. De voorbereidingen zijn in volle gang.

De beursgang is, behalve een potentieel feest voor beleggers, het sluitstuk van wellicht de grootste reorganisatie ooit bij een Nederlandse financiële instelling. Sinds de crisis is ING bezig geweest met het afstoten van het ene na het andere bedrijfsonderdeel.

Daartoe werd zij gedwongen door ‘Brussel’: toen ING in 2008 met miljarden euro’s door de staat overeind moest worden gehouden, eiste de Europese Commissie dat ING werd opgeknipt in een bank en een verzekeraar en dat dit laatste onderdeel zou worden afgestoten. Ook de bank zou fors moeten krimpen. Stapsgewijs gebeurde dat vervolgens ook. De beursgang van NN, en de overige Europese verzekeringsactiviteiten die daarbij zijn ondergebracht, markeert de voltooiing van deze ongeëvenaarde afslanking.

Wat blijft er over?

Wat van ING overblijft, is een schim van het machtige concern van weleer. Vlak vóór de crisis werd ING nog door het Forbes uitgeroepen tot het (in omvang) achtste bedrijf ter wereld, met 125.000 werknemers en 85 miljoen klanten. Nu resteert een Europese middenmoter. Een mogelijke toekomstige prooi zelfs voor een (vijandige) overname. In feite heeft Brussel de trotse Oranje Leeuw onttakeld. Het heeft nu een balanstotaal en een personeelbestand dat vele malen kleiner is dan voorheen.

Hoe verliep die onttakeling uiteindelijk? Eigenlijk heeft ING te veel divisies in de etalage gezet om op te noemen. De lijst van bedrijfsonderdelen en -onderdeeltjes waarvan het concern afscheid heeft moeten nemen, is lang en bestaat soms uit buitenlandse dochters waarvan het Nederlandse publiek nog nooit heeft gehoord.

Langs hoofdlijnen is het verhaal duidelijk: één voor één heeft ING zich teruggetrokken uit de regio’s waar het niet langer actief mocht zijn: de Verenigde Staten, Latijns-Amerika, Azië, Australië. De Amerikaanse bankentak, ING Direct USA, ooit een pijler onder het internationale succes van ING, werd verkocht. In Brazilië droeg ING zijn belang in het verzekering- en pensioenbedrijf SulAmerica over aan onder meer aan een invloedrijke en machtige lokale ondernemersfamilie.

In veel gevallen werden bedrijfsonderdelen doorverkocht aan andere banken of verzekeraars. Soms bracht ING ook een complete divisie naar de beurs, als er bijvoorbeeld geen onderhandse verkoop mogelijk was.

De beursgang van de Amerikaanse verzekeringstak, onder de naam Voya halverwege vorig jaar, was misschien wel de opvallendste verkoop tot dan toe. Voor ING was zij ronduit een succes. De eerste tranche aandelen ging als warme broodjes over de toonbank. ING haalde ruim 1,3 miljard dollar op. De koers is sinds de introductie meer dan 75 procent gestegen. Op papier heeft ING zo honderden miljoenen verdiend op de nog uit te geven aandelen. Het concern profiteerde van het hernieuwde positieve sentiment op de Amerikaanse beurzen.

Soms wist ING een boekwinst te behalen op de verkoop van onderdelen. Op de verkoop van de activiteiten in Thailand en Hongkong werd bijvoorbeeld bijna een miljard euro verdiend. Het hielp dat Jan Hommen, de voormalige Philips-bestuurder die in 2009 de crisis bij ING moest gaan managen, er in Brussel in slaagde voor een aantal opgelegde maatregelen uitstel te bedingen. Daardoor stond het concern niet onder druk om onderdelen af te stoten. Een bedrijf dat een deadline heeft om een divisie te verkopen, is doorgaans een makkelijke prooi voor kopers: die wachten rustig af tot de verkoper niet anders kan en dwingen hem dan tot een bodemprijs.

Andere verzekeringsactiviteiten, ook in Azië, zoals de Zuid-Koreaanse poot, moest ING daarentegen met (fors) verlies verkopen. De Japanse verzekeringstak kreeg ING zelfs niet verkocht, terwijl de deadline snel naderde: voor het einde van dit jaar moest ING zijn begonnen met de verkoop. Geen enkele partij bleek de afgelopen tijd geïnteresseerd – alleen tegen een dumpprijs. Om dat te voorkomen moest ING opnieuw naar Brussel om daar clementie te vragen. Wat is gelukt, overigens. De Japanse tak wordt nu ondergebracht bij de Nederlandse en Europese verzekeringsactiviteiten en als één geheel afgestoten.

Woekerpolissen

De hamvraag is of de aanstaande beursgang van NN even succesvol zal verlopen als die van Voya in de VS. De interesse bij beleggers is mogelijk minder vanwege bijvoorbeeld potentiële claims die NN in Nederland boven het hoofd hangen wegens woekerpolissen. Maar tegelijkertijd: het zou maar zo kunnen dat beleggers juist op dit moment wél happig zijn op risicovollere investeringen. Daar zit immers vaak ook meer rendement op.

Beleggers zijn momenteel naarstig op zoek naar investeringen met hogere rendementen. Het feit dat ING, ter voorbereiding op de verzelfstandiging van NN, deze maand nog moeiteloos een miljard euro op de kapitaalmarkt ophaalde, lijkt daarop te wijzen. Dat zal ze bij ING zeker niet ontgaan zijn.