Nieuwe onderwijs-cao: meer onbevoegde leraren

Leraren moesten vaker universitair geschoold zijn. De nieuwe cao maakt het juist minder aantrekkelijk voor hen, aldus Sara ter Beeke.

Na een master sociale en culturele antropologie besloot ik vol goede moed te starten met een tweede master, de lerarenopleiding maatschappijleer aan de Vrije Universiteit. Sinds september geef ik twee dagen per week les op mijn stageschool in Amsterdam. Eerst probeerde ik me te verzetten tegen de verzuurde praatjes en het gemopper in de lerarenkamer, nu ben ook ik inmiddels verworden tot wat heet: een ongemotiveerde docent. Dat ligt niet aan de school of leerlingen (die zijn hartstikke leuk!), maar aan het onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voortgezet onderwijs dat op 15 april door de vakbonden en VO-raad is afgesloten. Deze nieuwe leraren-cao, met afspraken als minimaal een halve baan voor startende docenten, lijkt op het eerste gezicht de beginnende leraar tegemoet te komen. Maar wie door de wirwar heenkijkt, ziet al snel dat de beginnende docent er geen stap op vooruit gaat.

Soms ben ik een hele dag bezig met het voorbereiden van één les. Dit omdat ik mijn lessen zo inspirerend mogelijk wil maken. Volgens de inzenders in de extra lange bijdrage (‘School? Boeiuh!’) in NRC van 19 april is dit hard nodig: leerlingen zijn ongemotiveerd en voeren enkel taken uit ten behoeve van het behalen van een diploma. Probleem is echter wel dat de docent hier veel voorbereidingsuren voor uit moet trekken. Dit bovenop de reeds bestaande berg nakijkwerk en administratieve rompslomp, die ook gebeuren moet, want voor leerlingen niks zo irritant en demotiverend als een docent die cijfers te laat invoert en zich niet aan afspraken houdt.

Dat de onderwijsbonden zichzelf niet aan hun eigen afspraken houden, heeft op docenten een vergelijkbaar effect. Wel of geen BAPO-regeling (minder werkuren voor oudere leraren), wel of geen salarisverhoging; de beloftes wisselen voortdurend. Dat er in deze tijd bezuinigd moet worden, is logisch en dat het mij als ‘jonge enthousiasteling’ niet om het geld gaat moge duidelijk zijn (dan had ik immers wel voor een andere loopbaan gekozen). Toch klopt er iets niet wanneer je de huidige maatregelen bekijkt vanuit wat er altijd geroepen wordt: dat nieuwe docenten hard nodig zijn vanwege de golf babyboomers die straks met pensioen gaat. Alle maatregelen lijken juist het tegenovergestelde te bereiken. De afschaffing van de BAPO is niet alleen demotiverend voor docenten die het wat rustiger aan hadden willen doen, voor jonge docenten komen er nóg minder uren vrij. De kans op een baan wordt voor de startende docent dus steeds geringer, zeker nu ook nog eens minimaal 0,5 fte geboden moet worden (ter ‘bescherming’ van de beginnende docent). Voor een klein vak als maatschappijleer is dit aantal uren lastig te behalen, zo niet onmogelijk.

Gelukkig was daar altijd de gedachte dat de universitair geschoolde docent een streepje voor had. Onderwijsministers riepen om beter onderwijs, alleen eerstegraders zouden in de bovenbouw les mogen geven. Dat de onbevoegde docenten nu blijven, betekent voor een vak als maatschappijleer weinig goeds. De leraar geschiedenis of Nederlands zal de uren maatschappijleer wel weer even ‘erbij’ doen. Nu academisch geschoolde docenten door de nieuwe leraren-cao ook nog eens hun recht op hoger salaris hebben verloren, lijkt iedere extra stimulans in rook op te zijn gegaan.

Hoe kunnen we verwachten dat nieuwe docenten hun leerlingen gaan motiveren als ze zelf al tijdens de lerarenopleiding gedemotiveerd zijn geraakt? Nog geen half jaar later verzuchten mijn medestudenten op de universiteit al over het gebrek aan waardering van het vak, de hoge werkdruk en lage salarissen. Maar door de nieuwe cao worden niet alleen wij, de jonge docenten, maar ook de leerlingen benadeeld. Als ongeïnteresseerde leerlingen zelf al roepen dat ze onvoldoende uitgedaagd worden, laten we dan in godsnaam beginnen met de kwaliteitslat voor leraren een stukje hoger te leggen, en niet het signaal afgeven dat onbevoegd ook wel ‘oké’ is.

Willen we topprestaties in het onderwijs, dan moeten we academisch geschoolde leraren en de extra vakkennis die zij meebrengen waarderen. Een klein beetje meer salaris, allicht, maar bovenal gewoon een baan (in ieder geval een eerlijke kans daarop) en mogelijk wat extra taken die recht doen aan de academische eerstegraads opleiding, zoals ontwikkeling en onderzoek. Laten we ophouden het imago van het beroep verder te schaden. Dat de helft van de jonge docenten overweegt te stoppen en dat één op de zeven dit daadwerkelijk doet, lijkt mij al meer dan genoeg.