Na 65 jaar rijdt NS lang traject slechts één minuut sneller

Reistijd moet korter, vindt Rémy Baurichter.

Met de weinig inspirerende slogan ‘De reiziger op nummer één, twee en drie’ is de toon van de nieuwe visie op het Nederlandse spoor gezet. Op 28 maart kwam de Lange Termijn Spooragenda uit, de visie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu waarin de spelregels voor de komende tien jaar staan waar de vervoersbedrijven (lees: de NS) aan moeten voldoen.

Het plan getuigt van weinig eigen inbreng: boetes naar Brits voorbeeld, een fietsensysteem naar Duits voorbeeld en een dalurentarief waarvoor decennia geleden al de voordeelurenkaart was bedacht. Het opvallendste aan de plannen is het complete gebrek aan visie op snelheid. Waar in vorige grote meerjarenplannen altijd aandacht werd besteed aan het verkleinen van de tijdsafstanden, lijkt daar nu geen sprake van. Dat is zonde, want de trein is het enige binnenlandse vervoermiddel dat de reistijden echt kan verkorten.

Helaas heeft de NS weinig ambitie als het op snelheid aankomt. Het is schrijnend dat nu een Amsterdammer 2 uur en 14 minuten kwijt is om met de trein in Enschede te komen vergeleken met een reistijd van 2 uur en 13 minuten in het jaar 1949. En een Rotterdammer die in datzelfde jaar naar Vlissingen wilde treinen, moest daar toen 1 uur en 44 minuten voor rekenen. Volgens de NS-website neemt die reis nu 1 uur en 43 minuten in beslag. Een tijdswinst van 1 minuut in 65 jaar.

In tegenstelling tot onze buurlanden, die vanaf de jaren zestig de snelheden stevig hebben verhoogd, worden wij nog steeds met hetzelfde slakkengangetje van A naar B gereden. En ondanks dat de Tweede Kamer vorig jaar juni een motie heeft aangenomen waarin staat dat alle nieuwe intercitytreinen ten minste 200 km/u moeten kunnen rijden, is er geen reden om hoopvol te zijn. Nieuwe intercity’s gaan er namelijk nog lang niet komen als het aan de NS ligt. De NS heeft weliswaar recentelijk ‘nieuwe’ intercitydubbeldekkers gekregen, maar schijn bedriegt. Want deze dubbeldekkers zijn niets meer dan hergebruikte stoptreinwagons met een nieuw likje verf, een ander interieur en de oude topsnelheid van 140 km/u.

In Ons Voorstel Aan de Reiziger, waarin de NS hun visie voor de jaren 2015-2025 beknopt uiteenzetten, wordt met geen woord gerept over het verkorten van de reistijden. Dit is jammer, aangezien er nog veel mogelijkheden zijn om tijd te besparen. Zo staat in een onderzoek uit 2013 van de TU Delft getiteld: ‘Meer profijt van hoge snelheid’, dat een ophoging van 140 naar 200 km/u de reistijd tussen Amsterdam en Arnhem kan verlagen met een kwartier!

Wat volledig ontbreekt in de beleidsplannen en visies van staatssecretaris Wilma Mansveld en de NS is het idee dat een spoorwegmaatschappij de taak heeft het land qua reistijden zo klein en bereikbaar mogelijk te houden en te zorgen dat mensen in alle uithoeken elkaar makkelijk kunnen bezoeken. Daarom NS, als je wilt dat we mee blijven gaan, ga dan sneller!