Is Duitsland de baas?

In de eurocrisis had bondskanselier Angela Merkel de leiding. Nu heeft zij ook het initiatief gepakt op buitenlands politiek terrein, de Oekraïne-crisis. Een Duits-Franse as? Frankrijk is weggezakt.

Europese regeringsleiders (van links naar rechts) Mark Rutte (Nederland), Donald Tusk (Polen), David Cameron (Groot-Brittannië), Angela Merkel (Duitsland), Herman van Rompuy (voorzitter Europese Raad), José Manuel Barroso (voorzitter Europese Commissie), Matteo Renzi (Italië), François Hollande (Frankrijk), Helle Thorning- Schmidt (Denemarken), Mariano Rajoy (Spanje).
Europese regeringsleiders (van links naar rechts) Mark Rutte (Nederland), Donald Tusk (Polen), David Cameron (Groot-Brittannië), Angela Merkel (Duitsland), Herman van Rompuy (voorzitter Europese Raad), José Manuel Barroso (voorzitter Europese Commissie), Matteo Renzi (Italië), François Hollande (Frankrijk), Helle Thorning- Schmidt (Denemarken), Mariano Rajoy (Spanje). Foto’s AFP, AP, Reuters; fotobewerking NRC Handelsblad

Griekenland bleef tot nu toe in de eurozone omdat Angela Merkel dat wilde. Toen een IMF-man in Washington eens een voorstel wilde doen aan eurolanden, belde hij niet eerst met Brussel. Nee, hij belde het kantoor van de Duitse Bondskanselier in Berlijn. „Als Merkel er niets in ziet, maakt het toch geen kans.’’

Vorig jaar werd China niet gestraft voor massale dumping van zonnepanelen in de EU – ook al bestaan daar duidelijke Europese regels voor, die China allemaal had overtreden. Waarom? Merkel was ertegen.

Dit zijn maar drie voorbeelden die tonen hoe dominant Duitsland afgelopen jaren is geworden in de Europese besluitvorming. Wat Duitsland wil, gebeurt meestal. De financiële, economische en eurocrisis die na 2008 in Europa hebben toegeslagen, hebben het rijkste land van Europa achter het stuur gezet van de Europese Unie – een unie die nota bene ooit werd bedacht om datzelfde land in te kapselen. Tot nog toe openbaarde die dominantie, die andere Europeanen soms kriegel maakt, zich vooral op economisch terrein. Nu manifesteert ze zich ook in de buitenlandse politiek. In de Oekraïnecrisis is het steeds Merkel, die namens de Europeanen met de Russische president Poetin belt. En met president Obama in Washington.

Tot nog toe kon je de Duitse overmacht ‘wegredeneren’ met cijfers en statistieken. Het ging over krediet, schuld, subsidies en werkgelegenheid. Natuurlijk was het pure machtspolitiek, die daarachter zat – het waren regeringsleiders die over banken en de euro beslisten, niet ministers van Financiën. Toch waren deze onderhandelingen doorspekt met jargon over exploderende rentestanden, overheidsschulden, obligaties en interbancaire leningen. Dat sloot mooi aan bij het feit dat Europa vooral een markt is van 28 landen, die echte politieke integratie altijd hebben tegengehouden. Zo was het ergens logisch dat één land zich in die economisch-financiële turbulentie het luidste roerde: Duitsland, met het op drie na grootste bruto binnenlandse product (bbp) ter wereld, na de VS, China en Japan. Aan het begin van de crisis stortte de halve Duitse banksector in, wat de belastingbetaler tientallen miljarden kostte. Maar het land herstelde zich snel en zeilde als een van de weinige Europese landen goed door de crisis. Het groeit, het exporteert, en de werkloosheid is laag.

Tot nog toe kon men in Berlijn, en elders, blijven volhouden dat de groeiende Duitse dominantie in Europa een optelsom was van data en statistieken. Maar nu er ineens een andere crisis langszij is gekomen, met Rusland, wordt dit lastiger. Duitsland heeft zich op buitenlandspolitiek gebied eigenlijk sinds de tweede wereldoorlog afzijdig gehouden. Zo uitgesproken en overheersend als Merkel afgelopen jaren over economische onderwerpen was, zo terughoudend was zij recentelijk over ingrijpen in Libië of Syrië. Duitsland deed mee in Afghanistan, maar minimaal: het liet de combat aan de Amerikanen en Britten over. Zelfs dat beviel de Duitsers volgens Ulrich Speck van Carnegie Europe zo slecht dat „zij door Afghanistan pacifistischer dan ooit zijn geworden”.

Als je Duitse politici afgelopen tijd vroeg of het wel gezond was dat hun land 65 jaar na de oorlog weer Europa leidde, wezen zij naar de Europese buitenlandse politiek: „Daar bemoeien wij ons niet mee. Die wordt gerund door Frankrijk en Engeland!” Wij willen niet perse leiden, was de implicatie. Er zijn terreinen waar wij het graag aan anderen overlaten.

Nu heeft Europa de eerste fikse buitenlandcrisis sinds de Joegoslavië-oorlog aan haar broek. Rusland bezette de Krim en bedreigt andere delen van Oekraïne. Europa moest snel een antwoord formuleren. Maar zoals altijd hebben landen uiteenlopende belangen. Oost-Europese landen, die destijds bij de EU wilden om van de Russen af te zijn, worden weer onzeker en eisen militaire protectie en harde sancties. Nederland, Italië of Frankrijk willen dat niet. Handelsbelang maakt hen voorzichtig. Anders dan anders bemoeiden de Britten, die nogal met zichzelf bezig zijn, zich aanvankelijk nergens mee.

Dus was het Merkel die de telefoon pakte en het initiatief nam. Haar minister van Buitenlandse Zaken ging naar Kiev, met Poolse en Franse collega’s. Een ‘Weimarclub’, noemt de Europese geschiedschrijver Peter Ludlow dat. De Franse minister vertrok halverwege – symptomatisch gedrag voor dat àndere land waar Europa om zou moeten draaien. De Pool en de Duitser bleven over. De Duitser voerde het woord.

Later, op een Europese top van regeringsleiders, kwam David Cameron alsnog met constructieve voorstellen. Maar Merkel bleef deel uitmaken van een clubje grote landen dat bedenkt hoe Europa met Rusland moet omgaan. Toen de vraag vorig jaar was wat de EU met Syrië moest, was Merkel nergens te bekennen. Op een Parijse topbespreking over Libië, een jaar eerder, wilde ze aanvankelijk niet eens komen. Frankrijk en Groot-Brittannië waren razend dat Duitsland zich onthield van stemming, toen zij bij de VN in New York een resolutie indienden om militair ingrijpen (humanitair) mogelijk te maken. Franse Mirages waren al halverwege Tripoli toen Merkel en de anderen ervan hoorden.

Nu belt Merkel, niet haar Franse of Britse collega, met Poetin. „Opmerkelijk”, vindt Ivan Krastev van het Weense instituut voor Menswetenschappen IWM. „Vooral omdat Merkel daarbij het Duitse economische belang in de waagschaal stelt. Een beetje, maar toch: sancties schaden Duitse bedrijven. Ze offert er wat voor op. Dat is Europees leiderschap.”

Sommigen zeggen: Duitsland heeft zelfs de Europese buitenlandpolitiek ‘geëconomiseerd’. Alles is economisch in Europa. Economische eenwording is verder voortgeschreden dan de politieke. Als Europa Rusland wil straffen, en de militaire optie is uitgesloten, praat je over sancties: handel, wapenexport, olie en gas. Dan kom je niet om Duitsland heen. Geografisch ligt het land tussen de gretige Balten en Nederland dat sancties verafschuwt. Het ligt op alle handelsroutes tussen noord, zuid, oost en west. Om Duitsland heen zit een kraag van landen die economisch afhankelijk van haar zijn geworden: Nederland, België, Oostenrijk, Tsjechië, Denemarken. Ook daardoor is Duitsland, zoals de Fransen zo mooi zeggen, in deze crisis incontournable.

Eigenlijk hadden twee landen dominant moeten zijn in Europa: Duitsland én Frankrijk. Europa is destijds bedacht om deze twee, die elkaar altijd wantrouwden en elkaar om de zoveel jaar te lijf gingen, vreedzaam met elkaar te laten leven. Alleen in een supranationale structuur, was het idee, kon je voorkomen dat zij een derde wereldoorlog ontketenden. Zo’n structuur stelde regels waar alle landen zich aan moesten houden, en kon Frankrijk en Duitsland inbedden. Dat is de bestaansgrond van de huidige EU, die ooit begon met zes landen die hun kolen- en staalindustrie samenbrachten. Cruciaal voor het welslagen van deze operatie is dat er een balans is tussen Duitsland en Frankrijk. Zodat de jaloezie niet weer oplaait.

Idealiter hadden Frankrijk en Duitsland de leiding moeten nemen tijdens de eurocrisis en de Oekrainecrisis. Maar Frankrijk drijft economisch af. Dat is al decennia aan de gang en wordt steeds erger. Angela Merkel kan François Hollande niet openlijk op de vingers tikken: ze moeten gelijkwaardig zijn.

Ze doet zelfs alsof Berlijn en Parijs, zoals vroeger, voorkoken wat er in Europa wordt opgedist. Maar dit gebeurt niet meer. Een tijdlang bereidden ze samen Europese toppen van regeringsleiders voor. Dat blijft nu vaak achterwege. Merkel en Hollande hebben hetzelfde temperament. Ze zitten een uur in dezelfde kamer en draaien allebei, timide, om de pot heen. Hollandes voorganger Sarkozy begreep weinig van Merkel en nog minder van Europa – maar al na vijf minuten net-doen-alsof explodeerde hij, en dan had Merkel tenminste een probleem in handen dat ze moest oplossen.

Dat werkte. Dat wil zeggen: Merkel zocht een oplossing waar beiden mee naar huis konden. Sarkozy was zo opgelucht dat hij meestal meteen instemde. ‘Merkozy’ had weinig met een gezonde balans tussen Frankrijk en Duitsland te maken, maar het was een sóórt balans. Met Hollande heeft Merkel, ondanks wederzijds respect, geen goede werkwijze gevonden. De Fransen denken dat de Duitsers heel Europa identiek aan henzelf willen maken. En de Duitsers beginnen meteen over de topzware Franse bureaucratie. „Komen wij binnen met vier man, zij met vierentwintig!”

De Europese façade wordt steeds moeilijker op te houden. Niemand heeft de waarschuwingen van Olli Rehn nodig om te zien dat Frankrijk een gevarenzone indrijft. Dat maakt de Franse stem in Europa steeds zwakker. Je kunt Merkel dominantie verwijten, zegt een Europese functionaris, „maar als zij niet leidt, wie dan? De Fransen komen niet eens meer met ideeën.”’

Daarom bellen ministers of regeringsleiders Berlijn voor ze iets in Brussel pitchen. Op zijn eerste grote Europese trip reisde de Chinese premier vorig jaar alleen naar Berlijn. Obama ging eerder naar Berlijn dan naar Brussel. Sommige wereldleiders kennen het Duitse regeringskasteeltje Meseberg beter dan het Brusselse Justus Lipsiusgebouw, waar president Van Rompuy kantoor houdt.

Merkel ziet de gevaren. Ze is in Griekenland als Hitler afgebeeld. Ze heeft de Luxemburgse minister Asselborn horen tieren over de Duitse neiging andere landen hun economische model voor te schrijven. In 2009 zei zij tegen The Wall Street Journal: „Duitsland zit in een moeilijke positie. Als we teveel doen, ‘domineren’ we. Doen we te weinig, worden we ook bekritiseerd.”

Zolang Merkel Europese partners blijft zoeken en oppast dat ze dingen niet alléén gaat regelen, kan ze misschien over dit smalle richeltje blijven lopen. Maar het blijft een te smal richeltje, voor Duitsland en voor Europa. Joachim Bitterlich, voormalig rechterhand van oud-bondskanselier Helmut Kohl, wil het daarom verbreden: „Ik zou Polen er ook bij trekken. Frankrijk, Duitsland en Polen vertegenwoordigen elk een andere traditie, geschiedenis en politiek-economische cultuur. Die drie kunnen de ruggengraat van de EU vormen.”

Dit is precies wat er in de crisis met de Rusland lijkt te gebeuren. Dat Duitsland Europa weer leidt. Maar niet in zijn eentje.