Gang naar de stembus is met bloed besmeurd

Premier Nouri al-Maliki doet opnieuw een gooi naar het premierschap. Onder zijn bewind is het geweld tussen shi’ieten en sunnieten toegenomen. Ook gisteren, vlak voor de verkiezingen, waren er aanslagen.

Recente bomaanslagen in Bagdad. Rechts: explosie op bijeenkomst van shi’itische militie Asaib Ahl al-Haq, vrijdag.
Recente bomaanslagen in Bagdad. Rechts: explosie op bijeenkomst van shi’itische militie Asaib Ahl al-Haq, vrijdag. Foto’s Reuters

Bloedige aanslagen begeleiden de parlementsverkiezingen die morgen worden gehouden in Irak. Gisteren nog doodden zelfmoordterroristen zeker 50 mensen. De teller voor deze maand staat al op minstens 670 slachtoffers, en dat valt eigenlijk nog mee: vorig jaar werden maandelijks rond de duizend doden geteld. Sindsdien is het dodencijfer licht teruggelopen, maar niemand verwacht dat die daling doorzet.

De man die medeverantwoordelijk wordt gesteld voor de verslechtering van de veiligheid in Irak zal er met zijn Staat van het Recht-partij mogen naar verwachting in de stembus juist van profiteren. Premier Nouri al-Maliki, voor alles vertegenwoordiger van de shi’itische gemeenschap in zijn land, treedt keihard op tegen sunnitisch extremisme. Daarmee heeft hij sunnitische jongeren in de armen gedreven van die extremisten. Tegelijkertijd heeft hij in zijn twee ambtstermijnen zijn greep op het Iraakse leger en politie versterkt, en geldt hij als sterke man – niet voor niets is zijn bijnaam ‘shi’itische Saddam’. Daarom is hij voor een groot deel van de shi’itische meerderheid de enige die de shi’ieten tegen die sunnitische radicalen kan verdedigen.

Veiligheid is het belangrijkste onderwerp van de verkiezingen. De kwakkelende economie, falende overheid, corruptie komen nauwelijks aan de orde. Maar als de verkiezingen tot een derde ambtstermijn voor Maliki leiden, vrezen veel analisten bij voortzetting van de huidige koers een dusdanige verslechtering van de situatie dat de eenheid van Irak gevaar gaat lopen. De sunnieten willen nu al zo min mogelijk met Bagdad te maken hebben, evenals de Koerden in hun autonome regio in het noorden, die steeds duidelijker zinspelen op onafhankelijkheid.

Van 2006 tot 2008 was het al burgeroorlog in Irak, met honderden doden per dag door sunnitische aanslagen en shi’itische moordpartijen. Met het Amerikaanse leger bedwongen sunnitische stammen het geweld van Al-Qaeda. De belangrijkste shi’itische oproerkraaier, Muqtada Sadr, werd gedwongen tot een staakt-het-vuren.

Waarom is het geweld teruggekeerd?

1Al-Qaeda

Al-Qaeda werd in 2007/08 niet uitgeschakeld. De extremisten herpakten zich als de ‘Islamitische Staat in Irak en Al-Sham (Groot-Syrië)’, oftewel ISIS, toen de atmosfeer in 2011 veranderde door de opstand van de sunnitische meerderheid tegen het regime in het buurland Syrië. Die opstand leidde tot vrij verkeer van strijders en wapens tussen Irak en Syrië.

2Iraakse leger

Korte tijd daarvoor waren de laatste Amerikaanse militairen uit Irak vertrokken. Het Iraakse leger blijkt niet in staat zelfstandig de veiligheid te herstellen.

3Sunnieten

Veel sunnieten hebben zich niet neergelegd bij het verlies van hun machtspositie onder Saddam. Tegelijk groeit de woede in de sunnitische gemeenschap over haar behandeling door de regering-Maliki. De werkloosheid is groter onder sunnieten dan onder shi’ieten. In de dodencellen zitten bijna alleen sunnieten. Verscheidene van hun leiders, onder wie vicepresident Tariq Hashemi, zijn afgezet en wegens terrorisme vervolgd.

4Maliki

De druppel vormde keihard optreden door het leger in opdracht van Maliki tegen sunnitische burgers die vreedzaam protesteerden tegen hun slechte positie. Daarbij vielen in april en mei 2013 honderden doden.

Het afgelopen jaar is het geweld alleen toegenomen. De ISIS en een wisselende mix van lokale bondgenoten bezetten afgelopen januari Ramadi (500.000 inwoners) en Fallujah (325.000) in de aan Syrië grenzende sunnitische provincie Anbar. Het leger, gesteund door shi’itische milities, is er drie maanden later nog steeds niet in geslaagd de steden volledig te heroveren. Honderdduizenden inwoners zijn op de vlucht. Ook in de noordelijker stad Mosul (1,8 miljoen) neemt het extremistisch geweld toe.

De driedubbele aanslag van vrijdag tijdens een bijeenkomst van de shi’itische militie Asaib Ahl al-Haq (Liga der Rechtvaardigen) in Bagdad, dreigt een versterkte cyclus van sektarisch geweld los te maken. Zoals de aanslag op de koepel van de shi’itische Gouden Moskee in Samarra in 2006 de eerste burgeroorlog ontketende. De aanslag van vrijdag werd opgeëist door de ISIS, die de „ongelovigen” (want shi’ieten) ervan beschuldigt sunnitische burgers uit hun woningen te hebben gehaald en gedood.

Asaib Ahl al-Haq splitste zich in 2004 af van Muqtada Sadrs Leger van de Mahdi, en was verantwoordelijk voor bloedige aanslagen op Amerikaanse militairen. Nu vecht de militie, die geld en wapens van Iran zou krijgen, mee in Anbar aan de zijde van Maliki’s leger. Maar ook vecht ze in Syrië naast president Assad. Onder de 36 doden waren vrijdag tien Syrië-veteranen. De bijeenkomst was bedoeld om de kandidaten van de militie in de verkiezingen te presenteren.

In Bagdad zet iedereen zich nu schrap voor wraak van de Asaib en verdere aanslagen door ISIS. Die heeft op internetfora meegedeeld zelfmoordvesten klaar te hebben liggen.