Niemand trok aan de bel

Carlos DeLuna werd op 4 februari 1983 gearresteerd voor de moord op een jonge vrouw in Texas. De vrouw was met een zakmes in haar borst gestoken en doodgebloed. In de rechtbank pleitte DeLuna voor zijn onschuld: hij was op de dag van de moord een bekende tegengekomen, Carlos Hernandez. Hernandez was een tankstation binnengelopen om wat te kopen, maar kwam niet terug. DeLuna ging kijken wat er aan de hand was en zag Hernandez vechten met een vrouw. Uit angst om zelf in de problemen te komen – DeLuna was eens gearresteerd voor aanranding – vluchtte hij en verschool zich onder een jeep, waar de politie hem arresteerde. De aanklagers zeiden tegen de jury dat de politie naar Carlos Hernandez had gezocht, maar dat deze man niet bestond – DeLuna zou hem hebben bedacht.

Vier jaar na de executie van DeLuna in 1989 besloot een rechtenprofessor de zaak te onderzoeken. Een privédetective vindt binnen een dag bewijs voor het bestaan van Carlos Hernandez: een alcoholist met een crimineel verleden. Hij blijkt 39 keer te zijn gearresteerd, waarvan 13 keer met een mes op zak. Dat hij zelden in de gevangenis belandde was verklaarbaar: Hernandez zou als informant voor de politie hebben gewerkt. Twee maanden voor de executie van DeLuna in 1989 kreeg Hernandez 10 jaar cel voor een moordpoging op een vrouw, wederom met een mes. Zelfs toen trok niemand aan de bel.