Duitse politici zien Alstom wel zitten, beleggers niet

Siemens en General Electric vechten om de activiteiten van het Franse Alstom op het gebied van energieturbines.

Vandaag zou de raad van bestuur van de Duitse elektronicagigant Siemens besluiten over een strategische uitruil van bedrijfsonderdelen met het zwaar in problemen geraakte Franse technologieconcern Alstom.

De deal, waarvoor Siemens-baas Joe Kaeser 10 miljard euro op tafel zou willen leggen, wordt naar het zich laat aanzien meer door handelspolitieke dan door economische motieven ingegeven. Kaeser heeft gisteren voorgesteld de fabricage van hogesnelheidstreinen over te hevelen naar Alstom. In ruil daarvoor zou Siemens dan de activiteiten van Alstom op het gebied van turbines voor energieopwekking inlijven.

Als gevolg daarvan kelderde het aandeel Siemens gisteren op de beurs: beleggers zien vooral risico’s. Siemens is bezig met een omvangrijke herstructurering, na de voortijdige afgang vorig jaar juli van de weinig succesvolle Oostenrijkse concernchef Peter Löscher. Problemen met de levering van Siemens ICE-treinen waren een van redenen voor diens val.

Ook worden in Duitsland er vraagtekens gezet bij de meerwaarde van de overname van de Franse turbinebouwer, aangezien dit juist een rendabel onderdeel is van Siemens. Kaeser probeert die geluiden te smoren met de belofte de komende drie jaar geen Frans personeel te ontslaan.

Voor Siemens lijkt de aanval de beste verdediging: een overname van Alstom door het Amerikaanse General Electric zou helemaal rampzalig zijn.

Het overnamegevecht rond Alstom speelt zich echter minder af in de directiekamers van de betrokken concerns, als wel in het presidentiële paleis van François Hollande en het Bundeskanzleramt van Angela Merkel.

De Duitse minister voor Economie en Energie, Sigmar Gabriel (SPD), liet gisteren weten „grote kansen” te zien „voor Duitsland en Frankrijk” bij een overname door Siemens van delen van het Franse technologieconcern. En voor heel Europa, zo was de onderliggende boodschap. Bovendien zo, benadrukte Gabriel, was dit ook het standpunt van Merkel.

De Frans-Duitse verwevenheid met Alstom is ondertussen al langer zeer groot. Zo heeft Alstom een grote fabriek in het Duitse Salzgitter waar treinonderdelen gemaakt worden. Toen de Fransen drie jaar geleden aankondigden de productie over te willen brengen naar Polen, pleitte Merkel, overigens mede op verzoek van toen nog oppositieleider Sigmar Gabriel, bij de toenmalige Franse president Sarkozy voor instandhouding van de werkgelegenheid in Duitsland.

Ook nu maakt het personeel in Salzgitter zich grote zorgen over de op handen zijnde samenvoeging van Alstom-activiteiten met die van Siemens. De ondernemingsraad verwacht dat de Europese Commissie bezwaar zal maken tegen het ontstaan van zo’n dominante treinfabrikant.