De lange nasleep van verboden prijsafspraken

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: kartelboetes.

Foto Bloomberg

De Europese Commissie geldt als aanjager van Europese integratie, of het nu in de vorm van versterkte samenwerking tussen lidstaten is, danwel volledige harmonisatie van nationale regelingen betreft. Maar in de nasleep van een omvangrijke kartelaffaire was het omgekeerde aan de hand: de Commissie bedankte voor verdere bemoeienis.

Het ging om boetes die de Europese Commissie in 2007 oplegde aan twintig Europese en Japanse bedrijven wegens verboden prijsafspraken over schakelmateriaal in elektriciteitsnetwerken die werden gemaakt in de periode 1988 tot en met 2000.

Vijf bedrijven, die daarna via een hele trits overnames en samenvoegingen allemaal deel waren uit gaan maken van het Duitse industriële conglomeraat Siemens, werden aangeslagen voor ruim 30 miljoen euro. Deze boete was slechts summier gespecificeerd en vooral ondergebracht onder de label ‘hoofdelijk en gezamenlijk’ (26,5 miljoen euro), waarbij in het midden werd gelaten wie namens welk bedrijf precies wat had misdaan.

De vijf Siemens-dochters, gevestigd in Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Oostenrijk (twee), tekenden daartegen beroep aan bij het Gerecht van de Europese Unie in Luxemburg.

Het Gerecht liet in zijn arrest in 2007 de totale boete in tact, maar oordeelde tevens dat de Europese Commissie had moeten bepalen welk deel van de boete door elk van de onderscheiden vennootschappen diende te worden gedragen. Omdat de Commissie dat had nagelaten, had het Gerecht dat zelf maar gedaan.

Dat was tegen het zere been van de Commissie. Het Gerecht was niet bevoegd, laat staan verplicht de interne verhoudingen en aansprakelijkheden tussen verschillende karteldeelnemers van hetzelfde moederconcern te regelen, meende ‘Brussel’.

De Europese Commissie ging dan ook in hoger beroep bij het Hof van Justitie, de hoogste rechter in de Europese Unie. Dat stelde de Commissie eerder deze maand in het gelijk. Het Gerecht had blijk gegeven van een „onjuiste rechtsopvatting”, oordeelde het Hof.

Alleen de Europese Commissie is bevoegd sancties op te leggen bij schending van de Europese mededingingsregels, aldus het Hof. En als daarover binnen het beboete concern onenigheid ontstaat, dan is het in eerste instantie aan de nationale rechter in zijn thuisland om tussenbeide te komen.

Tips? Mail naar ecorecht@nrc.nl