‘Door dat sms’je van die vriend was het alsof God met me praatte’

Chris Farenhorst (29)

Indonesisch-Nederlandstalige Christengemeente, Osdorp

„Ik vond mensen die geloofden altijd dom. Ze zoeken een excuus om maar ergens in te geloven terwijl er zoveel bewijs tegen is, dacht ik. Ik had geen respect voor ze. Nu besef ik dat ik zelf dom was.

Ik weet nog goed wanneer alles veranderde. Ik stond op het station in Hoofddorp. Ik was een paar keer met kennissen mee geweest naar de kerk, uit interesse. Ik vond dat ik een beslissing moest nemen: wel of niet met God leven. Ik begon te bidden en in mijn gebed vroeg ik God om een teken. ‘God, als u bestaat, laat me dan een bericht krijgen van een vriend die ik lang niet gesproken heb’, vroeg ik. Na het gebed kreeg ik inderdaad een sms’je van een vriend die ik meer dan een jaar niet gezien had. Toen besefte ik dat er meer was dan ik dacht dat er was. Het was alsof God met me praatte. In 2007 liet ik me dopen.

Vroeger dacht ik vooral aan mezelf. Nu is alles wat ik doe ten gunste van God. Ik ga drie keer per week naar de kerk en ik probeer volgens de Bijbel te leven. Ik ga niet veel uit en ik ben geen extreme drinker. En ik krijg geen vloek over mijn lippen.

Of als ik ruzie heb bijvoorbeeld, vraag ik me af: wat zou Jezus doen in deze situatie? Dan denk aan de passage waarin Jezus zegt dat je na een slag op je rechterwang ook je linkerwang toe moet keren.

Mijn leven heeft door het geloof meer inhoud. Ik ben heel actief als vrijwilliger bij verschillende organisaties. Jezus zegt in de Bijbel dat je moet omzien naar elkaar. Hij was er voor de minsten van de samenleving.

Natuurlijk krijg ik vaak de vraag waarom God slechte dingen laat gebeuren. Maar rampen kondigen de komst van Jezus aan. En moord of armoede bijvoorbeeld, dat komt niet door God. Dat zit in de mens zelf.

Ik wil graag aan anderen laten zien dat er een alternatief is. Ik leg mensen het geloof niet op. Aandringen helpt toch niet. Door mijn activiteiten en levensstijl hoop ik ze toch te overtuigen.

Ik voel me door mijn geloof niet beter of belangrijker dan anderen. Maar ik denk wel dat wie niet in God gelooft, in de hel komt. De hel hoort erbij. Het is niet mogelijk in de hemel te geloven en niet in de hel.

God is volgens mij wel rechtvaardig in zijn oordeel. Een baby die overlijdt, heeft niet de kans gehad God in zijn leven toe te laten. God houdt van alle mensen. Hij zal zijn best doen iedereen bij zich te krijgen. Maar het blijft een vrije keus. God geeft je de kans op een eeuwig leven, maar daar moet je wel zelf voor kiezen.”