Afrika is niet zo zwart-wit

Zijn vader wilde dat Ikenna Azuike jurist werd. Nu maakt hij videoblogs over Afrika voor de BBC. Die moeten grappig én relevant zijn.

Ikenna Azuike (34) vraagt of ik weet dat er kerken bestaan waar 50.000 mensen inpassen.

Dat wist ik niet.

„50.000! Het evangelische geloof is het snelst groeiende geloof wereldwijd. Die priesters hebben zovéél invloed. En ze zijn ook zo rijk. Ex-popsterren zitten erbij, van die gladde types. Ze persen het geld uit mensen die niks hebben. Ik erger me daar kapot aan.”

Ikenna Azuike is ‘videoblogger’– hij noemt zichzelf liever ‘commentator’ dan journalist of komiek. Hij is geboren in Nigeria, maar werkt nu voor de website van Radio Netherlands Worldwide (Wereldomroep). Hij maakt er sinds 2011 What's Up Africa – een tweewekelijks videoblog over Afrika.

In korte satirische filmpjes bekritiseert hij de antihomowetgeving, de politiek, de censuur en seksuele ongelijkheid in Afrika. En evangelische priesters dus.

De meeste filmpjes maakt hij vanuit zijn studio in Hilversum. Ikenna verknipt nieuwsfragmenten, maakt fake-filmtrailers of speelt een van zijn zelfbedachte typetjes. Zo nu en dan reist hij af naar Afrika. Om – bijvoorbeeld – in Lagos, Nigeria, de straat op te gaan en confronterende vragen te stellen (‘Zou jij je vriend aangeven als je wist dat hij homo was?’) of om verkleed als priester een nieuwe wet belachelijk te maken. Zwaaiend met de Bijbel toetert hij keihard in iemands oor: „Praise the Looooooord.”

En die grappen vallen goed.

Wekelijks trekt What’s Up Africa zo’n 20.000 kijkers – bijna allemaal Afrikanen. In Nigeria wordt Azuike wel eens op straat herkend.

In Europa kent nog bijna niemand hem. Maar dat gaat veranderen: vanaf dit voorjaar zendt BBC World wekelijks een aflevering uit in het programma Focus on Africa. Zijn bereik stijgt daarmee in één klap naar acht miljoen kijkers.

En dus krijgt Ikenna Azuike sinds enkele weken de ene interviewaanvraag na de andere. „Nu willen ze opeens allemaal. De Wereld Draait Door. Pauw en Witteman, BNR Nieuwsradio, omroep Max...”

Dat stoort je?

„Ik doe dit al drie jaar. Alleen de afgelopen twee weken had de Nederlandse pers interesse. Alleen maar door dat BBC-ding. Teleurstellend.”

Dat, zegt Ikenna Azuike, is het gebrek van de westerse media in een notendop: er is te weinig nieuwsgierigheid naar Afrika. En is de interesse er wel, dan is de berichtgeving veel te eenzijdig. „Westerse media doen alsof Afrika één land is, terwijl de persvrijheid in Nigeria echt een heel ander verhaal is dan in Gambia. Het beeld is zwart-wit: of Afrika is oorlog of Afrika is booming – een opkomende economie. Er zit niks tussenin.” En precies daar wil Ikenna Azuike met zijn What’s Up Africa de leegte vullen.

Ikenna Azuike werd geboren in Lagos. Hij is zoon van een Nigeriaanse vader en een Britse moeder. Toen hij acht jaar oud was, verhuisden ze naar Groot-Brittannië. Daar studeerde hij rechten, om vervolgens in Londen, Singapore, Amsterdam en New York als financieel jurist aan de slag te gaan. Sinds 2004 woont hij samen met zijn Nederlandse vriendin en dochter in Amsterdam.

Waarom werd je jurist?

„Ik geef mijn vader meestal de schuld. Veel Afrikaanse vaders willen dat hun zoon arts wordt, jurist, of ingenieur. Als mijn vader mij aan iemand voorstelde, dan zei hij: ‘This is my son. He is going to be a lawyer. His name is Ikenna.’ In die volgorde.”

Je ging tegen je zin rechten studeren?

„Nou ja… Er was ook weinig anders waar ik gepassioneerd over was. De enige twee andere opties voor mij waren journalistiek en Engels. Maar dat was out of the question. ‘Engels?’ vroeg mijn vader – ‘wat wil je daarmee worden dan? Leraar? Dat is toch geen beroep?’ Dat vindt hij nog steeds. Hij begint er ook steeds over.”

Wat zegt hij dan?

„Dat hij teleurgesteld is dat ik geen jurist meer ben. En dat de dochter van die en die consultant is.”

Waarom vindt je vader dat zo erg?

„Mijn ouders wilden meer zekerheid voor mij dan ze zelf ooit hebben gehad.”

Ikenna’s vader werd geboren in Nigeria, in een groot gezin, waar ze moesten knokken voor geld en voedsel. Hij had het geluk slim genoeg te zijn om kans te maken op een studiebeurs. Na een korte carrière als bankmedewerker vertrok hij met zijn vrouw en zoon Ikenna naar Londen. „Het klassieke immigrantenverhaal: twintig pond op zak – dat was het.” Ikenna’s vader werkte zich op van taxichauffeur tot verzekeringbeambte. Zijn moeder telde ondertussen de plakken ham en kaas in de verpakking. Veel geld werd opzij gezet voor hun zoon: Ikenna ging naar een dure privéschool in Reading. „Ze wilden het beste voor mij. Heel begrijpelijk. En ik wilde hen pleasen, daarom ben ik rechten gaan studeren.”

Er moet een moment zijn geweest dat je besloot: ik ga doen wat ik wil.

„Ik weet dat nog precies. Ik werkte als jurist in New York. Tijdens de lunchpauze ging ik naar buiten om een nieuwe tandenborstel te kopen. Weet je wat ik deed? Ik kocht er een voor tweehonderd dollar! Twee-hon-derd fucking dollar! Alleen maar omdat ik dacht: dit is wat je doet als je een big shot jurist bent. Superoppervlakkig was ik geworden. En superongelukkig. Mijn ouders hadden alles voor mij opgegeven en wat doe ik? Ik koop zo’n tandenborstel…. Ik had een baan die ik niet leuk vond. Ik werkte in een gebouw waar ik geen vrienden had, met mensen die hun baan óók niet leuk vonden. Er moest iets veranderen.”

Ikenna verhuisde met zijn Nederlandse vriendin naar Amsterdam en begon als stagiair voor de Wereldomroep.

Wat brengt journalistiek jou dan wel? Waarom ben je nu wel gelukkig?

„Ik kan verschil maken. Ik kan vanuit hier de verhalen maken die in Angola onmogelijk zouden zijn. Daar zou je meteen de gevangenis ingaan. Ik ben iemand die kiest voor de underdog, voor iemand die minder kansen in het leven heeft. Neem de antihomowet. Als ik mensen kan laten inzien dat die wetten belachelijk zijn, dan ben ik heel gelukkig. ”

Moeten jouw filmpjes grappig zijn?

„Het móét entertaining zijn. Het hele punt is namelijk dat ik mensen anders naar het nieuws wil laten kijken. Mensen die misschien normaal geen nieuws kijken – omdat het traditioneel is: iemand die in een pak met een autoritaire stem over politiek praat… Dat raakt ze niet. En ik wil juist dat die mensen wel geïnteresseerd zijn, dat ze wel deelnemen aan het debat, dat ze dingen willen veranderen en gaan protesteren.”

Waar moet onderwerp aan voldoen?

„Het moet relevant zijn. Pas geleden ging het verhaal dat Kim Jong-Un van Noord-Korea een nieuw kapsel had. En dat iedere Noord-Koreaan hetzelfde kapsel moest krijgen. Dat hele verhaal bleek onzin. Maar zoiets is natuurlijk – als het in Afrika speelde – typisch What’s Up Africa-materiaal. It ticks certain boxes. Er zit humor in, het is politiek en ook vrij belachelijk allemaal. En toch zou ik zo’n onderwerp niet gebruiken. Het mist namelijk relevantie. Er gaan mensen dóód in Noord-Korea. Er is géén persvrijheid. Er zijn mensen die extreem arm zijn. Gediscrimineerd worden. Dáár wil ik over praten.”

Waar komt dat engagement bij jou vandaan?

„Dat is gek ja. Ik heb mezelf dat ook afgevraagd.”

En, wat was het antwoord?

„ Ik weet het niet. Het grootste deel van mijn leven heb ik buiten Afrika doorgebracht. Maar toch voel ik dat ik dáár hoor. Zodra de wielen van het vliegtuig de landingsbaan raken voel ik dat.”

Die betrokkenheid heeft er altijd gezeten?

„Geen idee. Misschien komt het door al die jaren als jurist, dat het nu ineens allemaal boven komt. En is het over vijf jaar op.” Hij lacht. „Dan wil ik misschien een Hummer en een villa.”

Wat hoop je bij de BBC te bereiken?

„Met meer kijkers kun je verschil maken. Neem Jon Stewart – een bezoek aan de studio kan een politicus maken of breken. Dat zou te gek zijn. Dat je politici ziet zweten in hun stoel.”

Zal je vader trots zijn?

„Gelukkiger denk ik. Dan kan hij zeggen: mijn zoon werkt voor de BBC. Terwijl dat technisch gezien trouwens niet eens zo is – ik blijf in dienst van de RNW. Maar dat zeg ik er maar niet bij.”