MERS-virus steekt de kop weer op in Saoedi-Arabië

In Saoedi-Arabië is een sluimerende MERS-uitbraak opgelaaid. De minister van volksgezondheid is ontslagen.

Bij bijvoorbeeld een kamelenrace is er nauw contact tussen kameel en mens, wat de kans op virusoverdracht vergroot.
Bij bijvoorbeeld een kamelenrace is er nauw contact tussen kameel en mens, wat de kans op virusoverdracht vergroot. Foto AFP/Omar Salem

Het aantal besmettingen met MERS-coronavirus (MERS-CoV) op het Arabisch schiereiland laait weer op. De Wereldgezondheidsorganisatie maakt zich zorgen over die stijging, te meer omdat het bij driekwart van de nieuwe patiënten lijkt te gaan om besmettingen van mens op mens. Vaak werd ziekenhuispersoneel geïnfecteerd, soms andere patiënten.

Vorige week werd de Saoedische minister van gezondheid Abdullah al-Rabiah ontslagen, nadat bekend was geworden dat het aantal dodelijke slachtoffers van de virusinfectie in Saoedi-Arabië was opgelopen tot 81.

Sinds het virus twee jaar geleden is ontdekt, werden 253 mensen ziek, voornamelijk op het Arabisch schiereiland. In totaal 93 mensen overleefden de infectie niet, ze stierven met koorts en ademhalingsmoeilijkheden.

Het virus huist waarschijnlijk van nature in vleermuizen en is mogelijk via dromedarissen en kamelen in de mens terecht gekomen.

In een publicatie die donderdag verscheen in Eurosurveillance staat dat het virus nu echt is aangetoond in dromedarissen in Oman. Vijf van de 76 onderzochte dieren waren besmet. Het virus lijkt sterk op het virus waar mensen ziek van worden.

Waardoor er in Saoedi-Arabië nu plotseling meer besmettingen zijn, is niet duidelijk. Sommige virologen denken dat het kalfseizoen van dromedarissen, van december tot februari, een rol speelt. Omdat de pasgeboren dieren nooit eerder met het virus in aanraking kwamen en geen weerstand opbouwden, kunnen zij bij een infectie flink veel virus uitscheiden. Een andere theorie is dat er nu meer patiënten worden gevonden doordat er meer wordt getest op het virus. Mogelijk ook is het virus sinds zijn ontdekking genetisch veranderd. „Al deze theorieën zijn plausibel, maar voor geen ervan is direct bewijs”, zegt viroloog Berend Jan Bosch van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. „Er is meer onderzoek nodig.”

Viroloog Bart Haagmans van het Erasmus MC in Rotterdam, denkt niet dat het virus veel is veranderd, maar dat onvoldoende hygiënische maatregelen de opvlamming veroorzaakten. „Er zijn in twee ziekenhuizen in Saoedi-Arabië grote uitbraken geweest. Dan kan gebeuren, want er liggen natuurlijk ook patiënten die verzwakt zijn door andere onderliggende ziekten. Of dat pech of slordigheid is geweest, is moeilijk in te schatten. We hebben te weinig informatie over wat er lokaal precies aan de hand is.”

Dat dromedarissen een serieuze besmettingsbron voor mensen zijn wordt steeds duidelijker. Bosch werkte mee aan een onderzoek waarin werd aangetoond dat een 43-jarige patiënt, die zieke dromedarissen had verzorgd, besmet was met virus dat nauw overeenkwam met MERS-virus uit de dieren.

Niet alleen kameelachtigen van het Arabisch schiereiland hebben antistoffen tegen het virus, maar ook dieren in Ethiopië, Tunesië en Nigeria. Dat wijst erop dat de infectie veel wijder verbreid is dan gedacht.