Roy Hargrove staat weer stevig in zijn hippe sneakers

Als wonderkind in de jazz is Roy Hargrove altijd op handen gedragen. In zijn ongekend snelle muziekcarrière, gestart op zijn zestiende, greep de Amerikaanse trompettist veel mogelijkheden, maar ging hij soms al te scherp de haarspeldbochten door. Dat was de laatste jaren goed merkbaar; er kwamen geen eigen albums meer uit, concerten waren onderhoudend maar wat krachteloos.

Goed was het om in Rotterdam te zien dat Roy Hargrove (1969) weer een stuk steviger in zijn hippe sneakers staat. Met een stoere hanenkam, zonnebril en wit pak (met oranje das) zag hij er in Rotterdam ongenaakbaar en gelikt uit. Maar het was vooral zijn oude speelse felheid die merkbaar was.

De neobop met zijn akoestische kwintet met onder meer saxofonist Justin Robinson kwam aanvankelijk wat gedwee op gang, met gelijkmatige grooves en gefocuste solo’s. Tot de trompettist echt ging reageren op de muziek en solo’s ging opeisen en aanzetten. Toen ging de jazz plots meer stromen en spatten. Hargrove stuurde aan in korte schetsen, en liet zich inspireren door pianist Sullivan Fortner die met losse, figuratieve vindingen een sleutelfiguur bleek. Soms was dat in een traditioneel idioom, dan weer gaf het catchy souljazz-‘hitje’ Strasbourg / St. Denis van Hargroves laatste cd lucht. De balladeromantiek op bugel was romig en smeltend, de frases op trompet vinnig en stralend. Blakend van zelfvertrouwen koos de publiekslieveling voor een finale tussen het publiek op de trap.