New York: buurtzaken en Chesterfield oesterbanken

Afgelopen donderdag op deze plek een aantal New Yorkse hot spots en trends gepubliceerd waar het gin tonics, cocktails, hidden bars en rooftops betrof. Toen ook aangekondigd mijn licht te laten schijnen op de opkomst van de eigentijdse buurtzaak, het nieuwe elan van de hot dog aan te tippen om en passant ook nog even een oestertje weg te werken.

Wat het broodje worst betreft, verkeerde ik in aanloop naar mijn vijfdaagse verblijf in New York in Amsterdam op 16 april al in Amerikaanse sferen. Zie daarvoor Hot dogs voor hondenliefhebbers.

Weliswaar heeft Ron Blaauw met zijn  nieuwe The Fat Dog min of meer een buurtfunctie, maar deze is toch anders ingevuld dan de zaken die op bijna iedere hoek van de straat in New York’s opkomende wijken te vinden zijn. Modern zonder door te slaan. ’s Ochtends al vroeg open voor zowel het beproefde ontbijt van ham and eggs als biologische yoghurt met fruit.

Terrassen, tot voor kort een zeldzaamheid, zijn inmiddels alom vertegenwoordigd, al tellen ze vaak niet meer dan twee tafeltjes. De traditionele slootwaterkoffie in een oversized mok is vervangen door heel goede, niet zelden betrokken van een van de vele branderijtjes elders in de wijk. Want local is het toverwoord. Starbucks moet vrezen. En niet onterecht.

De lunch gaat vervolgens naadloos over in de borrel, met speciale aandacht van de jonge buurtbewoners voor bier van de lokale brouwerijen, wijn uit New York State (op Brooklyn zijn drie wineries gevestigd), waarbij de dorst wordt aangemoedigd door eveneens plaatselijk ingelegde augurken van bijvoorbeeld The Pickle Guys. En daarna blijven we natuurlijk voor het avondeten.

In het weekend is de brunch een vast uitje. Kortom, gaan we ook hier krijgen. Wie toch in New York is, moet bijvoorbeeld maar eens binnenwippen bij Spitzer’s Corner, een American gastropub in de Lower East Side. Of ook –of moet ik zeggen: vooral?-  vanwege de verbluffende wijnkaart Hearth in East Village aandoen.

Inmiddels is het fenomeen overigens ook hier geen onbekende meer. Ouderwetse, uitgeleefde, zich aan het eind van hun lifecycle ophoudende bruine kroegen worden door jonge horecaondernemers omgekat en trekken weer volle zalen.

In een recent nummer van Misset Horeca (19 april) doet Reinout Elzinga (31) de succesformule van Bar Baarsch en Café Vrijdag, zijn twee succesvolle Amsterdamse ‘buurtcafés nieuwe stijl’ uit de doeken.

Met eerstgenoemde opende hij in 2010 zijn eerste eigen zaak in de voormalige probleembuurt De Baarsjes. ‘Het is inderdaad gewoon een buurtcafé, maar wel eigentijds. Iedereen in de buurt moet zich welkom voelen. Een kopje koffie, een driegangendiner of “keihard zuipen.” Dat is het concept’, laat hij optekenen. ‘Een tweede huiskamer vind ik een te groot cliché, wellicht zou ‘nieuw bruin’ een goede omschrijving zijn.’

Misschien doet die duiding ook wel opgeld voor Maison Première, hét nieuwe oesteradres in The Big Apple. Vorig jaar deed ik nog de Oyster Bar in Grand Central Station aan, maar dat begint toch wel ernstige trekjes van vergane glorie te krijgen.

Voor een ongekend schaal –en schelpdierenaanbod plus een ronduit verpletterende tailor made wijnkaart ( onder andere twintig verschillende Muscadets en Chablis’) is de liefhebber nu aangewezen op Brooklyn.

Daar bevindt zich op Bedford Avenue achter twee piepkleine deurtjes, waarop slechts ‘oysters’ is gekalkt, een bistro met een bijna zaakvullende bar met marmeren blad, Chesterfield stoelen en banken in nissen, bistromeubilair en een bekiezeld plaatsje met pergola.

Eén nadeel: waar in de Oyster Bar altijd plek is, dient men in Maison Première zeer, zeer ruim van tevoren te reserveren.