IOC eist dat Rio opschiet

Brazilië ligt hopeloos achter op schema bij de bouw van accommodaties. De kosten rijzen de pan uit door corruptie.

Onder grote belangstelling werd deze week in Rio een viaduct gesloopt als onderdeel van het project ‘Rio Marvelous Port’, om de stad op tijd klaar te maken voor de Olympische Spelen van 2016. Foto Reuters

Laat in de avond van 2 oktober 2009, als de Braziliaanse uitbundigheid over de keus voor Rio de Janeiro als olympische stad van 2016 nog door Kopenhagen galmt, dimt Luis Roberto Magalhães de feestvreugde in een restaurant. De journalist van de krant Correio Braziliense voorziet grote problemen. Ja, Rio bruist, Brazilië is een sportgek land en Zuid-Amerika mag geen witte vlek op de olympische kaart blijven. Maar hoe, in godsnaam hoe, moeten die Spelen bekostigd worden, vraagt Magalhães zich hardop af. Het gepresenteerde budget van 2,13 miljard euro noemt hij een lachertje. Dat bedrag zal tot een veelvoud oplopen. Waarom ? „Omdat Brazilië verziekt is door corruptie.”

In april 2014, als het IOC de Winterspelen van Sotsji amper verteerd heeft, worden plotseling SOS-berichten uitgezonden. De stroperige vorderingen van ‘Rio 2016’ zijn al langer een bron van zorg, maar een recente, grondige inventarisatie van de IOC-inspectiecommissie leert de olympische bestuurders, dat de Brazilianen hopeloos op schema zijn achtergeraakt en dat de Olympische Spelen serieus in gevaar komen. Actie is geboden. Een nieuwe tegenslag, nadat eerder bekend is geworden dat de verwachte kosten van de Spelen zullen oplopen tot ten minste 12 miljard euro.

Magalhães maar eens gebeld. Of hij een toelichting kan geven. Nee, dat doet de criticus van vierenhalf jaar geleden niet. De journalist is intussen van baan veranderd en werkzaam bij het ministerie van Sport, dat nauw bij de organisatie van de Spelen betrokken is. Magalhães blijkt niet langer een kritische keurmeester, maar onderdeel te zijn geworden van ‘het Braziliaanse systeem’. Hij verwijst naar het organisatiecomité van de Spelen. Maar daar is iedereen gesloten als een oester; niemand wil of mag het feilen benadrukken. Uit die kelen klinkt alleen de blijde boodschap. En die luidt: het komt allemaal goed.

Daar zal het ook wel op uitdraaien, want het is in de olympische geschiedenis altijd goed gekomen met de Spelen. Zelfs ‘Athene’ was in 2004 op tijd klaar, terwijl de Grieken in dermate ernstige tijdnood waren gekomen, dat het IOC een ‘gele kaart’ uitdeelde. Die maatregel wil voorzitter Thomas Bach niet herhalen, maar de druk op ‘Rio’ is wel zwaar opgevoerd. Gilbert Felli, de ervaren directeur van de Olympische Spelen, die vanaf september permanent voor ‘Rio’ zou gaan werken, is vervroegd als troubleshooter naar Brazilië gestuurd. Hij moet de vaart er opnieuw in brengen. Verder is een projectmanager voor de bouwwerkzaamheden aangesteld en eist het IOC de instelling van een soort koepelorganisatie voor de Spelen met vergaande beslissingsbevoegdheden. Er mag geen minuut meer verloren gaan.

De grootste zorgen heeft het IOC over het cluster Deodoro in het noorden van Rio, één van de drie waar de Spelen worden gehouden. Daar moet nog met de werkzaamheden worden begonnen, wat mogelijk consequenties inhoudt voor hockey, paardensport, BMX, mountainbike, schieten, moderne vijfkamp, basketbal, rugby en wildwatervaren. Verder is het is de vraag of de golfers, die na een eeuw terugkeren op de Spelen, hun balletje op de beoogde baan Reserva de Marapendi kunnen slaan. Het terrein is in ontginning, alleen nog zondermaar één sprietje gras.

Ander groot probleem is de vervuiling van de van Guanabarabaai, bedoeld voor openwaterzwemmen en zeilen. De troep is daar dusdanig groot, dat de geplande eerste testwedstrijd voor zeilers in augustus hoogst onzeker is geworden. Maurits Hendriks, de Nederlandse chef de mission, bezocht Rio al zeven keer bezocht. Hij noemt de watervervuiling „zeer zorgelijk.” Hendriks ziet nog wel een tijdelijke, maar geen structurele oplossing. „Tijdens de Spelen kan best veel troep opgeruimd worden, maar het probleem blijft zo lang de open riolen van de favela’s in de baai stromen.”

Spijkerharde deadline

Zorgen zegt Hendriks zich niet te maken – „ik maak me er alleen druk om.” De problemen noemt hij uitdagingen. „Om die reden zijn we drie jaar geleden al naar Rio gegaan. We zijn nooit eerder zo vroeg in een stad geweest om onze maatregelen te nemen. Dat zegt genoeg. Je moet er bovenop blijven zitten, want vooral het vervoer in Rio wordt complex. De Spelen verplaatsen, zoals ook wordt geopperd, is onmogelijk. Ik houd me vast aan de spijkerharde deadline; uitlopen kan niet. Het is goed dat het IOC de druk heeft opgevoerd.”

Die mening deelt Gerard Lenting, de atletiekcoach die nu twee jaar de technische leiding heeft over een commerciële ploeg en sindsdien woonachtig is in Rio. De landsaard heeft hem cynisch gemaakt. „Brazilianen kunnen niet plannen en organiseren. Je moet alle afspraken dubbel controleren en dan nog gaat het acht van de tien keer mis. Die mentaliteit heerst in alle lagen van de maatschappij.”

In die losheid zit ook de corruptie verscholen. „De ene hand wast de andere”, zegt Lenting. „Is eenmaal een project begonnen, dan wordt het vertraagd. Natuurlijk kan het sneller. Maar daarvoor moet betaald worden. Als iets echt op tijd klaar moet zijn, kost dat opnieuw geld. Zo gaat de prijs wel drie keer over de kop. En natuurlijk profiteren vrienden. Zo werkt dat in de politiek, bij de politie, bij de ambtenaren, overal.” Maar komt het dan wel goed met de Spelen in Rio? Uiteindelijk wel, verwacht Lenting. Is dan wel verstandig geweest Rio tot olympische stad te promoveren? Lenting vindt van niet.

    • Henk Stouwdam