Vooroordelen verpakt in felle kleuren

Esiri Erheriene-Essi’s werk gaat over kijken en veroordelen, in flamboyante zuurstokkleuren.

Schuldig! Zo zien de eerste portretten eruit in de tentoonstelling van de jonge Londense kunstenaar Esiri Erheriene-Essi (1982). In houtskool tekende ze achttien dubbelportretten van vrouwen, naar de van arrestaties bekende ‘mugshot’-foto’s. Bij één staat de misdaad – vervalsing van cheques – vermeld, bij de rest vermoed je diefstal en kruimelwerk. Alhoewel, denk je dan, waarom zouden dit geen terroristen zijn? Hoe bevooroordeeld ben ik? Waarom heb ik überhaupt al besloten dat ze schuldig zouden zijn?

De vlekkerige kunst van Erheriene-Essi gaat vaker over vooroordelen, met strips en tv als rijke inspiratiebron. Neem de term ‘mugshots’, we kennen zulke politiefoto’s uit de media, de basis van haar schilderingen die in drie zalen in Arnhem haar eerste museumsolo vormen. Oude beelden van Amerikaanse rassenscheidingen en The Supremes die hun kroeshaar onder pruiken verborgen mengt ze met verwijzingen naar de Black Panthers en teksten van Pussy Riot.

Films en tv sturen de kijker naar goed of kwaad, een fictieve blik die je niet op de werkelijkheid mag loslaten, maar vaak gebeurt dat toch. Erheriene-Essi zet die vooroordelen op scherp in flamboyante zuurstokkleuren waarin diapositief bijna negatief wordt, zoals ook het houtskool in haar ‘mugshots’ raciaal schimmig uitpakt – zijn de vrouwen zwart of blank? Wat doet dat er toe?

Voordat ze schilder werd, studeerde Erheriene-Essi journalistiek. Dat blijkt. Ze graaft naar historische krantenfoto’s die ze verbindt met actualiteiten, wereldnieuws, zelfkant. Een gigolo in een op doek nageschilderde fotostrip verzucht kunsttheoretisch over agressieve mannelijke en passieve vrouwelijke kijkrichtingen, fetisjisme versus voyeurisme. Kijken en vooroordelen, daarover gaat zowel haar werk (schilderkunst) als het zijne (prostitutie). Dit schilderij raakt een kern van haar tentoonstelling. De gigolo toont zich bewust dat hij geschilderd is en praat tegen ons terwijl hij zich uitkleedt voor een klant: „I’m so goddamn slick baby” en dat zijn haar verleidelijke doeken ook.

In die kleurorgasmes vertilt ze zich soms. Haar werk zet meer aan tot nadenken als ze de boodschappen niet met uitroeptekens neerzet. Drie schilderijen van Dorothy uit The Wizard of Oz met pamfletteksten en ‘scum’ op haar knokkels, dat is te veel.

Veel sterker is het zaaltje waarin ze scènes uit heden en verleden samenbrengt in een raadselachtig schuldgevoel. Het mooiste werk – waarvoor ze terecht de Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst kreeg – toont vier gehangenen in enkel rood-paarse verf. Het is een stil doek, waarop veel details en zelfs de stroppen grotendeels zijn weggelaten. Het hangt tussen schilderijen van lachende gezichten uit de jaren vijftig, oppervlakkig en naïef, en een andere lynchpartij waarvan ze vooral de schuldige omstanders portretteerde. Zij kijken naar ons. En wij kijken terug, zoals wij ’s avonds langs tv-leed zappen.

Ook wij zijn schuldig – of niet?