Bonussen bij Heineken zorgen weer voor heibel

Veel aandeelhouders laken het bonussenbeleid van Heineken. Hun kritiek is volgens de bier-brouwer „feitelijk onjuist”.

De Beurs van Berlage bood gisteren onderdak aan de algemene vergadering van aandeelhouders van Heineken.
De Beurs van Berlage bood gisteren onderdak aan de algemene vergadering van aandeelhouders van Heineken. Foto ANP

Remuneratie. Er is geen aandeelhouder van Heineken die dit onalledaagse woord voor vergoeding níet kent. Elk jaar zorgt het beloningsbeleid van de brouwer voor flink gemor op de aandeelhoudersvergadering. Hoeveel verdienen de bestuurders en hoe hoog is hun bonus? Met name dat laatste zorgt voor wrevel.

Ook gisteren weer. Veel beleggers waren zelfs zó boos, dat ze het zwaarst mogelijke middel inzetten: ze stemden tegen het beleid van de commissarissen. Waar voorstellen tijdens een ‘ava’ gewoonlijk worden aangenomen met percentages die variëren van 99,6 tot 99,99, bleef de décharge van de raad van commissarissen steken op een 79,23 procent.

Dit leidde weer tot ergernis bij de nieuwe president-commissaris, Hans Wijers, die het „ongepast” en „disproportioneel” noemde. „De décharge is niet het podium om uw onvrede over het remuneratiebeleid uit te spreken.”

Vanwaar de woede van de beleggers? Vooropgesteld: het basissalaris van bestuursvoorzitter Jean-François van Boxmeer en financieel directeur René Hooft Graafland staat niet ter discussie. Van Boxmeer verdient 1,15 miljoen, Hooft Graafland 650.000 euro. Het is de aandeelhouders juist om de miljoenen te doen die de topmannen extra kunnen verdienen.

‘Herkalibreren’

Preciezer nog: om de voorwaarden waaraan zij moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een langetermijnbonus. De rel ontstond al in maart, na de publicatie van het jaarverslag van Heineken. Daaruit bleek dat de commissarissen de prestatiedrempel voor de langetermijnbonus voor de raad van bestuur wilden „herkalibreren”, wat in dit geval gewoonweg ‘verlagen’ betekent. Door de ingreep kunnen de bestuurders hun langetermijnbonus, die eigenlijk buiten bereik was, tóch binnenhalen.

Commissaris Maarten Das, de voorzitter van de commissie die gaat over de ‘bezoldiging van de raad van bestuur’, probeerde gisteren in de Beurs van Berlage nogmaals uit te leggen wat de gedachte is achter de aanpassing van de prestatiedrempels. De maatregel heeft niet alleen effect op de beloning van de raad van bestuur, zei hij, maar op die van circa 750 topmanagers wereldwijd.

De fors tegenvallende financiële resultaten van 2013 zouden ervoor zorgen dat geen van hen de komende jaren voor een langetermijnbonus in aanmerking komt. En dat willen we voorkomen, zei Das. „Wij vrezen dat managers anders geen motivatie meer hebben om hun financiële doelstellingen te halen of misschien zelfs vertrekken.” Dat die managers collectief goede resultaten behalen is „in het belang van de onderneming én van de aandeelhouders”, zo voerde de commissaris als argument aan.

Verder probeerde Das herhaaldelijk duidelijk te maken dat het „feitelijk onjuist” is dat de top tóch een bonus krijgt, terwijl de doelstellingen niet zijn gehaald, maar zijn uitleg vond weinig gehoor.

‘Een heel verkeerde boodschap’

Faryda Lindeman van pensioenuitvoerder MN, die namens meerdere grote institutionele beleggers sprak, noemde het „schokkend” en een „heel verkeerde boodschap” dat managers alleen te motiveren zijn met een bonus in het verschiet.

Ook André Jorna van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) liet weten „verre van gelukkig” te zijn met het beloningsbeleid. „Het is ongepast om als je doelstellingen niet haalt, de prikkel te verleggen. Alsof je halverwege het seizoen, als de ploeg al geen kans meer maakt om kampioen te worden, tegen Ajax [waar Hans Wijers ook president-commissaris is, red.] zegt: nou jongens, als jullie niet degraderen krijgen jullie ook drie ton.”

Jorna refereerde aan eerdere discussies over het onderwerp. „U slaagt er jaar op jaar in het beloningsbeleid tot een item op de aandeelhoudersvergadering te maken.” Vorig jaar ging de discussie over de ‘retentiebonus’ voor Van Boxmeer, wiens contract afliep. Hij kreeg 1,5 miljoen euro door simpelweg bij Heineken te blijven.

Datzelfde jaar kreeg Van Boxmeer ook een aandelenpakket van 2,5 miljoen euro vanwege zijn rol bij de overname van Asia Pacific Breweries. De jaren ervoor gingen discussies, bijvoorbeeld, over salarisverhogingen voor de bestuurders van 80 procent. Jorna concludeerde: „Linksom of rechtsom, er is altijd wat.”

Volgens de secretaris van de remuneratiecommissie, Olaf Flippo, is de kern van de discussie dat de beleggers Heineken te veel als een Nederlands bedrijf zien en Nederlandse normen hanteren, terwijl Heineken een multinational is waarvoor internationale maatstaven gelden. Móeten gelden zelfs, omdat het bedrijf anders geen geschikt personeel kan aantrekken.

Van de 750 topmanagers is maar 30 procent Nederlands. Flippo: „Het is heel mooi om zoals mevrouw Lindeman te zeggen dat een manager zijn werk vanuit zijn passie voor Heineken moet doen en niet voor het geld, maar zo werkt het niet. In Nederland wil iedereen wel voor Heineken werken, maar een Vietnamees wil gewoon een baan, zodat hij zijn gezin kan onderhouden. En krijgt hij ergens anders beter betaald, dan vertrekt hij weer.”