Schippers zette NZa onder druk om Oogziekenhuis extra subsidie te geven

Foto ANP / Bart Maat

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) heeft in 2012 druk uitgeoefend op de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om het Oogziekenhuis Rotterdam extra subsidie te geven. Dat is in strijd met haar eigen regels. Die zeggen dat het ministerie “zich niet mag bemoeien met de taakuitvoering [van de NZa] voor zover het individuele gevallen betreft”.

Het oogziekenhuis klaagde eind 2011 met succes bij het ministerie van Schippers over een extra subsidie die de NZa had afgewezen. Directeur Curatieve Zorg Veronique Esman van het ministerie ontving in januari 2012 de financieel directeur van het ontevreden ziekenhuis. Hierop werd de NZa te verstaan gegeven dat er wel extra geld te regelen moest zijn. “Onze minister wil graag een oplossing voor het oogziekenhuis”, schreef een ambtenaar van het ministerie aan de NZa. Het ziekenhuis kreeg uiteindelijk 1,25 miljoen euro extra.

Dat blijkt uit documenten waarover NRC Handelsblad beschikt (zie hieronder). Ze zijn onderdeel van het dossier van NZa-medewerker en klokkenluider Arthur Gotlieb. Hij pleegde eerder dit jaar zelfmoord.

NZa moest truc bedenken om ministerie tegemoet te komen

Om tegemoet te komen aan de wens van het ministerie om het oogziekenhuis toch extra geld te geven, moest de NZa een truc bedenken. Er was namelijk al een besluit genomen: extra subsidie was afgewezen. Het ziekenhuis werd aangeraden een nieuw verzoek in te dienen, met andere argumenten. De NZa adviseerde het ziekenhuis daarbij informeel en bood op voorhand uitzicht op een positief besluit.

De directiejurist van de NZa oordeelde vernietigend over deze gang van zaken, zo blijkt uit interne correspondentie. Ze concludeerde “dat onder druk van VWS” de Zorgautoriteit terugkwam op haar eerdere brief waarin extra subsidie werd afgewezen. Dat kan niet, waarschuwde de jurist, omdat het besluit om geen geld uit te keren nog steeds bestaat.

NZa-bestuursvoorzitter Theo Langejan besloot die waarschuwing te negeren. De vrees voor negatieve publiciteit speelde ook mee, blijkt uit een interne memo. Langejan werd er door een andere medewerker op geattendeerd dat het oogziekenhuis naar de media en/of de politiek zou kunnen stappen. De medewerker adviseerde toch extra geld te geven “waarmee we veel gedoe kunnen voorkomen”.

Toen op 29 maart 2012 een met hulp van de NZa opgesteld nieuw verzoek binnenkwam, wees Langejan binnen twee weken 1,25 miljoen euro toe. Een van de overwegingen was nu, zo blijkt uit een interne memo van een week eerder, het voorkomen van negatieve publiciteit.

Oogziekenhuis geldt als doortastende organisatie

Het Oogziekenhuis Rotterdam is het grootste oogziekenhuis van Nederland en geldt in politiek Den Haag als een doortastende organisatie. De kliniek kwam in 2010 in het nieuws met haar plan om een keten met twintig vestigingen op te richten. In 2012 was het ziekenhuis het op één na winstgevendste van Nederland. In 2011 eiste het juist extra geld omdat het naar eigen zeggen exploitatieverliezen vreesde.

De NZa in een reactie:

“Het Oogziekenhuis heeft in 2011 een bedrag van 1,25 miljoen budgetruimte toegewezen gekregen vanwege de hoge complexiteit en zorgzwaarte van de patiënten in het ziekenhuis. Omdat het Oogziekenhuis maar 1 specialisme heeft, kan zij niet gemakkelijk compenseren, zoals andere ziekenhuizen wel kunnen. Dit bedrag is door de NZa bepaald, op basis van ramingen van verzekeraars en het ziekenhuis. Het bedrag loopt ook in 2012 en 2013 mee in het overgangs-/transitiemodel van budgettering naar prestatiebekostiging.

“Verzekeraars lopen op dit bedrag 100% risico in de risicoverevening. Een eerdere aanvraag wezen wij af omdat dat niet aan de voorwaarden voldeed en niet voldoende was onderbouwd. De NZa neemt vanuit haar bevoegdheden zelf verantwoordelijkheid voor haar besluiten. In de voorbereiding van haar besluitvorming raadpleegt de NZa diverse partijen. Daar horen overleg met en suggesties van partijen bij, waaronder VWS; maar ook aanbieders en verzekeraars. Het is aan de NZa hoe zij met de opmerkingen van partijen omgaat en welke suggesties zij overneemt in het besluit.”

Een woordvoerder van het ministerie van VWS in een reactie:

“De NZa is een onafhankelijke toezichthouder die haar taken op dat gebied uitvoert. De NZa is geen beleidsmaker. De minister neemt de beleidsinhoudelijke besluiten. Naast eigenstandige bevoegdheden heeft de NZa ook een adviserende rol richting de minister, de minister kan daarvan afwijken. De beleidsvraag die bij de minister voorlag is of het wenselijk is dat buiten de UMC’s zeer gecompliceerde topzorg kan worden geleverd en gefinancierd. Een van de ziekenhuizen waar dergelijke vormen van zorg worden geleverd, is het oogziekenhuis in Rotterdam. Het oogziekenhuis heeft jarenlang deze vorm van zorg op andere wijze kunnen financieren, maar niet via de academische component want die is voorbehouden aan academische ziekenhuizen.

“Er liep een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) waarin onder andere de vraag op tafel lag of niet ook instellingen als bijvoorbeeld het oogziekenhuis via de academische component zouden moeten gefinancierd. Vooruitlopend op dat IBO vond de minister het wenselijk in financiering te voorzien om na het IBO een weloverwogen definitief besluit te nemen. De minister heeft na het IBO besloten om naast de UMC’s onder andere het oogziekenhuis (en de twee andere ziekenhuizen) die bijzondere hoog complexe zorg leveren bij wijze van experiment deels voor deze zorg te financieren. Uiteindelijk heeft de Nza alles afwegende eigenstandig besloten.”

Bekijk hier ons volledige NZa-nieuwsdossier en lees hier het uitgebreidere achtergrondverhaal van vandaag.

Bekijk hieronder interne mailwisselingen:
(Begin onderaan het document met lezen)

Bekijk hieronder een memo van de NZa:

    • Joep Dohmen en Jeroen Wester