De terugkeer van de apenrots

Het Rotterdamse architectenbureau MVRDV ontwierp het nieuwe hoofdkantoor van een Noorse bank. Een rotsvormig gebouw dat aansluit bij een mode: pixelarchitectuur.

MVRDV: Hoofdkantoor DNB ASA, Oslo, 2012. Foto linksboven:OMA: ontwerp stadskantoor Rotterdam, 2013. Foto rechtsboven:Kisho Kurokawa: Nakagin ‘capsuletoren’, 1972, Tokio.
MVRDV: Hoofdkantoor DNB ASA, Oslo, 2012. Foto linksboven:OMA: ontwerp stadskantoor Rotterdam, 2013. Foto rechtsboven:Kisho Kurokawa: Nakagin ‘capsuletoren’, 1972, Tokio. Foto Jiri Havlan

Ook in de architectuur herhaalt de geschiedenis zich voortdurend, maar nooit op dezelfde wijze. De opdracht aan MVRDV om in Oslo een nieuw hoofdkantoor te ontwerpen voor DNB ASA, de grootste Noorse bank en verzekeraar, was bijvoorbeeld dezelfde als die voor de Villa VPRO in Hilversum, het eerste gebouw van het Rotterdamse architectenbureau waarmee het twintig jaar geleden in één klap wereldberoemd werd.

Maak één groot gebouw voor de vele over de stad verspreide afdelingen, zo wilden de omroep en de bank allebei, en zorg er met het ontwerp voor dat barrières tussen de afdelingen worden doorbroken en ze beter met elkaar samenwerken.

De opdrachten hebben geresulteerd in gebouwen die onmiskenbaar met elkaar verwant zijn. Net als de Villa VPRO heeft de DNB-bank een spectaculaire binnenweg gekregen die zich over trappen en bruggen slingert, dwars door het hele, 17 verdiepingen tellende gebouw. Toch is de nieuwe DNB-bank niet een herhaling van de geschiedenis geworden. Terwijl de route naar de daktuin in de Villa VPRO langs en door open kantoorruimtes voert, loopt die in de Oslose bank door huiskamerachtige ruimtes, met banken en zelfs een open haard, die zijn afgescheiden van de eigenlijke kantoren. Hierdoor worden de kantoorarbeiders van de bank niet getroffen door het gebrek aan rust en privacy dat de VPRO-werknemers in de begindagen van hun nieuwe gebouw teisterde.

Nog groter is het verschil in vormgeving van beide gebouwen. Is de Villa VPRO een doos van beton en glas met welvende en krullende vloeren, het bij de oude haven van Oslo gelegen nieuwe bankgebouw is een rots van bakstenen en glazen kubussen met ribben van zes meter. Schuin door het gebouw loopt een kloof en op verschillende plaatsen, onder en boven, zijn happen uit het bouwvolume genomen, zodat elke afdeling van de bank dakterrassen heeft. Dwars door het gebouw loopt een publiek toegankelijk passage die wordt overwelfd door verspringende kubussen waarvan enkele een glazen vloer hebben gekregen.

Pixelarchitectuur, noemt Winy Maas van MVRDV de kubusrots in Oslo. MVRDV gebruikt vaker pixels. Zo zorgde het bureau een paar jaar geleden voor een relletje op internet met zijn ontwerp voor twee torens in Seoul die met elkaar zijn verbonden door een wolk van kubuspixels. Het deed boze bloggers denken aan de Twin Towers in New York die op 9 september 2001 door vliegtuigen werden doorboord. Smakeloos vonden ze de gelijkenis, al was die geheel onbedoeld.

Ook andere architecten maken pixelarchitectuur. Sterker nog, het zijn er inmiddels zo veel dat kan worden gesproken van een heuse, internationale architectuurmode. Soms gaat pixelarchitectuur niet verder dan geinige gevels van vierkante plaatjes van metaal of kunststof in verschillende kleuren en in allerlei patronen. Maar soms lijken ze op MVRDV’s bankgebouw in Oslo. Zo wordt het nu in aanbouw zijnde stadskantoor van Rotterdam, ontworpen door Rem Koolhaas’ OMA, ook een soort rots, in dit geval van witte en glazen dozen.

Het woord ‘pixel’ suggereert dat het hier gaat om een nieuw soort architectuur die alleen kon ontstaan in het digitale tijdperk. Maar pixelarchitectuur bestond al lang voordat vrijwel elk westers huishouden werd aangesloten op internet. Zo bouwde de Japanse architect Kisho Kurokawa (1934-2007) in 1972 in Tokio de Nakagin ‘capsuletoren’. Het torentje, dat als hotel dienstdoet, is opgebouwd uit witte dozen en is wegens de ronde ramen vaak vergeleken met een stapel wasmachines.

Nederland had zelfs nog eerder een voorloper van pixelarchitectuur dan Japan. Al in 1960 bouwde Aldo van Eyck (1918-1999) zijn beroemde Burgerweeshuis in Amsterdam, dat bestaat uit vele kleine en enkele grote dozen, allemaal met een koepeldak.

Van Eycks Burgerweeshuis vond in Nederland veel navolging en werd het begin van een echt Nederlandse stroming in de architectuur die, tot ergernis overigens van Van Eyck zelf, structuralisme is gedoopt.

Hoogtepunt van de Nederlandse pixelarchitectuur avant la lettre is het kantoor dat Herman Hertzberger in Apeldoorn bouwde voor Centraal Beheer uit 1972. Al veertig jaar voor de Noorse bankverzekeraar gaf een Nederlandse financiële instelling opdracht voor de bouw van een ‘apenrots’, zoals het Centraal-Beheergebouw in Apeldoorn bekendstaat.