Ze fluisterden: die man heeft toch zijn dochter vermoord

De vader van Nicole werd lange tijd beschuldigd van de moord op haar in 1995.

Ad van den Hurk (61) toont de foto van zijn dochter. Morgen komt de verdachte van de moord op haar voor de rechter.
Ad van den Hurk (61) toont de foto van zijn dochter. Morgen komt de verdachte van de moord op haar voor de rechter. Foto Merlijn Doomernik

„Zou hij zijn dochter hebben vermoord?” Negentien jaar lang zag Ad van den Hurk (61) mensen dat denken als ze naar hem keken. Hij had tenslotte even vastgezeten als verdachte en de dader was uiteindelijk nooit gepakt. Zelfs na de jaarwisseling Whatsappte een collega-volkszanger nog over hem aan een kroegbaas: „Komt die moordenaar ook bij jou zingen?” Hij heeft het berichtje zelf gezien.

Tot 17 januari dit jaar de politie hem belde. Ze hadden iemand opgepakt voor de moord op zijn dochter Nicole, zeiden ze. Een 46-jarige man uit Helmond die eerder was veroordeeld voor een gewelddadige verkrachting. Hij had celstraf en tbs met dwangverpleging opgelegd gekregen en was bezig met begeleide terugkeer naar de maatschappij. Zijn DNA kwam overeen met het DNA dat op Nicoles lichaam was gevonden. Het bewijs was wat hen betreft sluitend. Ze gingen over een uur een persbericht de deur uit doen over deze doorbraak. Hij voelde zich bevrijd.

Morgen moet de Helmonder die nu vastzit voor de moord in 1995 op de destijds vijftien jaar oude Nicole van den Hurk voor de rechter komen. Dan wordt besproken hoe de strafzaak verder wordt behandeld. Maar wat de advocaat van de verdachte ook zal zeggen, voor Ad van den Hurk staat vast dat de dader is gevonden. „Ongelofelijk dat zo iemand nog recht heeft op verdediging. Die man heeft mijn leven totaal naar de klote geholpen.”

Benidorm

Hij zit op de bank in de eenvoudige etagewoning van zijn moeder in Eindhoven. Hij is een paar dagen in Nederland voor een schnabbel, een videoclipopname en een etentje bij Corry Konings. Morgen vertrekt hij weer naar Benidorm waar hij nu al jaren woont en werkt.

Nicole was zijn oogappeltje, vertelt hij. De dochter van zijn eerste vrouw en grote liefde Angie. Toen Angie zichzelf van het leven beroofde, bleef hij alleen achter met Nicole en haar broer Tommy. Nicole was toen drie. Ze hechtte zich aan niemand zo als aan hem. Alles besprak ze met hem.

Op 6 oktober 1995 belde de chef broodafdeling van de supermarkt. Nicole was niet op haar bijbaantje verschenen. „Ik dacht meteen het ergste. Dit was niets voor haar.” Zeven weken lang zocht hij mee met de politie, dwaalde hij door bossen, vroeg hij paragnosten te hulp. Op 22 november werd het lichaam van zijn dochter gevonden onder kreupelhout in de bossen tussen Mierlo en Lierop. Hij is met de verschijnselen van een lichte hartaanval naar het ziekenhuis overgebracht. „Hoe kan iemand na zoiets nog over God beginnen?”

Binnenvetter

De politie deed onderzoek. Er begonnen mensen naar hem te wijzen. Hij was toch zo’n versierder, zeiden ze. Hij hield van jonge vrouwen, zeiden ze. Daarop zette de politie hem kort vast als verdachte. „Ik snap het wel. Die politiemensen moesten hun werk doen, alle mogelijkheden onderzoeken. Maar ík moest er vervolgens wel mee leven.”

Voor Nicoles dood was hij gelukkig met zijn partner Jolanda en hun drie kinderen: haar dochter Debby (uit een vorige relatie) en zijn kinderen Tommy en Nicole. Erna liep de relatie met Jolanda stuk. Zij vond bij hem geen steun. Wel bij een ander. Hij kan het haar niet kwalijk nemen. „Ik ben een binnenvetter. Ik huil niet waar anderen bij zijn.”

Ook zijn zangcarrière was van de ene op de andere dag naar de knoppen. Zijn platen werden niet meer gedraaid, zijn optredens werden afgezegd, hij werd nergens meer gevraagd. Steeds met mooie verhalen, smoesjes. Maar hij wist heus wel dat het kwam doordat niemand wilde luisteren naar de muziek van een mogelijke moordenaar. Onder zijn artiestennaam Andy de Witt heeft hij sinds 1995 geen hit meer gescoord. „Toen ik het liedje Opa uitbracht, wilde niemand het draaien. Toen Ramon het later zong, haalde het de toptien.” In de supermarkt wezen mensen hem na en fluisterden: „Die man heeft toch zijn kind vermoord.”

Hij heeft zijn luidsprekers op zijn auto gebonden, zijn spullen in de aanhanger gedaan en is naar Benidorm vertrokken. „Op 2.000 kilometer van huis is elke Nederlander blij een andere Nederlander te zien. Dan schrikt minder af dat ik ooit een moordverdachte was.” Met hulp van een vriend runde hij een bar. Achter de toog stond een foto van Nicole met altijd een brandend kaarsje erbij.

Soms zeiden klanten: „De moordenaar is nog niet gevonden, hè.” Dan haastte hij zich te vertellen dat hij al het mogelijke had gedaan om de politie te helpen. Altijd hield hij het gevoel dat hij zich tegen de klippen op moest verdedigen.

En bij zichzelf merkte hij hoe de zich voortslepende onduidelijkheid hem vergiftigde. Ongewild ging hij in gedachten vrienden en kennissen na. Waar waren zij eigenlijk geweest die ochtend dat Nicole werd vermoord?

Eind 2011 belde de politie hem op. Ze gingen Nicoles lichaam opgraven. Een coldcaseteam zou op basis van nieuwe DNA-technieken wellicht tot een doorbraak in de zaak kunnen komen. Hij wist niet hoe snel hij naar Nederland moest reizen om zijn DNA af te staan. Dat voelde al een beetje als bewijs van zijn onschuld. Eindelijk.

Hij verkocht zijn bar en ging weer zingen. Vier avonden in de week drie uur voor zo’n honderd euro. Donderdag in de Blauwe Walvis, vrijdag in El Campello en zaterdag en zondag bij Carla’s Trefpunt. Liedjes van zichzelf en veel ook van anderen. Sommige liedjes mijdt hij sinds Nicoles dood. „De vlieger van Hazes zing ik bijvoorbeeld liever niet. Niemand zit er op te wachten dat ik op het podium ga staan janken. Ik moet een feestje bouwen. Ik heb geleerd de knop om te zetten.”

Zijn grijze moeder heeft gehoord dat hij het over liedjes heeft en mengt zich in het gesprek: „Mama van mij. Dat vind ik je mooiste.” Hij legt een hand op haar been. „Ik ben zo blij dat mijn moeder nog heeft mogen meemaken dat de dader is gepakt. Mijn familie, mijn huidige geweldige vrouw Nadia en een paar goede vrienden zijn de enigen die altijd in mijn onschuld hebben geloofd.”

Zijn dochter krijgt hij nooit meer terug. Met dat verdriet zal hij moeten leven. Maar het voelt als gerechtigheid dat haar moordenaar en verkrachter nu eindelijk zal worden gestraft.

Dierenambulance

Zijn advocaat bereidt een schadeclaim voor. „Zodra er een veroordeling is voor de moord op Nicole, stelt hij de dader verantwoordelijk voor alle schade die ik de afgelopen negentien jaar leed. Als ik geld krijg, gaat dat naar de Dierenambulance. Ik wil niet dat anderen denken dat ik rijk wil worden van mijn dochters dood.” Tsja, wat anderen denken. Hij weet als geen ander hoe belangrijk dat is in zijn vak.

Even valt hij stil. Dan staat hij op en haalt zijn portemonnee uit zijn kontzak. Er zit een foto van Nicole in. Zo heeft hij haar altijd bij zich, zegt hij zacht. Als hij haar foto vergeten is, rijdt hij terug. Als hij slaapt, legt hij de portemonnee met haar foto naast zijn bed. Regelmatig praat hij tegen haar. Toen hij een nieuw briefje van vijf euro had gekregen dat hij niet herkende, zei hij tegen haar: „Schatje, ons pap heeft een vals briefje gebeurd. Zorg dat hij er niet nog zo ene krijgt.” Sindsdien vallen hem allemaal extraatjes in zijn schoot. „Alsof ze geluk brengt. Bijgeloof, natuurlijk. Maar toch.”