We hebben zuinige auto’s. Maar wat hebben we eraan?

Mooi dat Nederlanders zoveel zuinige auto’s kopen. Jammer dat dit de overheid veel geld kost. En dat de lucht er niet meteen schoner door wordt.

Nu al onder de norm
Nu al onder de norm

De autobranche klaagt wel eens dat de fiscus bepaalt welk automerk een succes wordt. En inderdaad, zo blijkt uit vandaag verschenen onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): de belastingvoordelen voor kleine, zuinige auto’s hebben hun effect niet gemist. „De particuliere automobilist koopt vaker een kleine, zuinige auto en de grote, onzuinige modellen worden minder populair”, aldus de onderzoekers.

Sinds 2006 maakt de overheid werk van kortingen en toeslagen op auto’s afhankelijk van hun uitstoot. Zo werd de aanschafbelasting lager naarmate een auto minder CO2 uitstoot dan auto’s van min of meer dezelfde grootte; er kwam een extra ‘slurptax’ voor zeer onzuinige auto’s; de wegenbelasting werd voor zuinige auto’s verlaagd of zelfs helemaal afgeschaft; en de fiscale bijtelling van leaseauto’s hangt af van de uitstoot van CO2.

Het beleid heeft resultaat. Het brandstofverbruik en dus de uitstoot van CO2 van privéauto’s (de leasemarkt is niet onderzocht) is tussen 2006 en 2012 met ongeveer 2 procent gedaald. Die daling had meer dan het dubbele kunnen zijn, stelt het planbureau, als de verkochte auto’s in de praktijk even zuinig zouden zij als de fabrikanten op basis van hun testresultaten stellen.

Zo is het niet. Nieuwe auto’s zijn in de test tot maar liefst 30 procent zuiniger dan in de praktijk. De daling van het brandstofverbruik bleef bovendien beperkt, aldus de onderzoekers, doordat de belastingkorting op zuinige auto’s de aankoop daarvan heeft aangezwengeld; er werden méér auto’s verkocht dan zonder de fiscale vergroening zou zijn gebeurd.

Koploper in Europa

Er zitten ook een paar fikse nadelen aan het stimuleren van zuinige auto’s. Zo komt bij de Belastingdienst door onder meer alle fiscale voordeeltjes jaarlijks anderhalf tot twee miljard euro minder binnen dan zes jaar geleden. Toen was het nog 3,5 miljard euro.

En dat terwijl het kabinet zich had voorgenomen om die inkomsten op peil te houden. Tussentijds belastingen wijzigen kan natuurlijk altijd, stelt het planbureau, maar dat schaadt wel het beeld van een betrouwbare overheid.

En inderdaad, de uitstoot van broeikasgassen door auto’s daalt in Nederland snel. Is het niet prachtig dat een nieuwe auto hier gemiddeld niet meer dan 109 gram CO2 per kilometer uitstoot? Veel minder dan het Europese gemiddelde van 132 gram. Is het niet mooi dat Nederland daarmee nu al ver onder de Europese norm van 130 gram zit die vanaf volgend jaar geldt? Is het niet geweldig dat Nederland hiermee koploper in Europa is, terwijl het enkele jaren geleden nog achter liep op de rest?

Dat staat te bezien. Want juist doordat de autofabrikanten hun zuinige modellen in Nederland relatief goedkoop kwijt raken, kunnen ze in andere Europese landen hun onzuinige slurpers blijven verkopen. De onderzoekers spreken van een „waterbedeffect”. De CO2-normen gelden namelijk voor de gemiddelde nieuw verkochte auto in Europa en niet per individuele lidstaat.

‘Peperdure symboolpolitiek’

De autobranche gebruikt liever minder neutrale woorden. Nederland voert een „peperdure symboolpolitiek”, volgens de Bovag, en dat leidt tot „marktverstoring” binnen Europa. „Er wordt gezegd dat de vergroening een succes is. Het is de vraag wat je onder succes moet verstaan. Een zuinige auto is niet altijd schoon. De maatregelen zijn alleen gericht op de uitstoot van CO2, en vrijwel niet op luchtvervuiling. Klimaatverandering is een mondiaal probleem. De fiscale vergroening helpt niet tegen de luchtvervuiling in Nederland”, aldus een woordvoerder.

Met de huidige twee studies van het planbureau kan het kabinet zijn voordeel doen. Het kabinet werkt aan een zogenoemde Autobrief 2.0 die binnenkort verschijnt. In die brief moeten de fiscale regels voor de jaren 2016-2019 gestalte krijgen.