Wat als de nazi’s Parijs hadden verwoest?

In ‘Diplomatie’ voorkomt een diplomaat in augustus 1944 de vernietiging van Parijs. Gelukkig maar voor regisseur Schlöndorff.

Pokeren om Parijs: generaal Dietrich von Choltitz (Niels Arestrup) en deZweedse consul Raoul Nordling (André Dussollier).
Pokeren om Parijs: generaal Dietrich von Choltitz (Niels Arestrup) en deZweedse consul Raoul Nordling (André Dussollier).

‘In alle bescheidenheid: ik ben de juiste persoon voor deze film.” Natuurlijk is regisseur Volker Schlöndorff (75) dat: hij is namelijk de vleesgeworden Duits-Franse vriendschap. En juist daarom raakt het onderwerp van de toneelhit Diplomatie van Cyril Gely hem bijna persoonlijk.

Het is de nacht van 25 augustus 1944. Terwijl geallieerde tanks naderen en het Franse verzet delen van Parijs beheerst, probeert de Zweedse consul Raoul Nordling militaire gouverneur Dietrich von Choltitz in diens hoofdkwartier, een suite in hotel La Meurice, de door Hitler bevolen vernietiging van Franse hoofdstad uit het hoofd te praten. In Schlöndorffs ervaren handen wordt dat kamerspel een fascinerend duel van stijl, temperament en logica.

Diplomatie werd de wat in vergetelheid geraakte Volker Schlöndorff in de schoot geworpen. Schlöndorff, op bezoek in Brussel: „De Franse regisseur Jean Becker liep in het script vast. Hij breidde het toneelstuk uit met verzet, straatgevechten, onderhandelingen. Zo dreigde het een pocketversie van het oorlogepos Is Paris Burning? uit 1966 te worden. Toen Becker de handdoek in de ring wierp, suggereerde hij: is dit niet iets voor Schlöndorff? Daar ben ik hem dankbaar voor.

„Toen ik het toneelstuk las, dacht ik: dit kan zich overal afspelen. Het oude Rome, Belgrado onder Milosevic, Moskou onder Poetin. Een machthebber die beschikt over leven en dood tegenover een man die hem alleen met zijn intelligentie, wilskracht en woorden kan tegenhouden. En zo begint het pokerspel.”

Schlöndorff grootste succes, Der Blechtrommel, ligt in een ver verleden – 1979. Dus was hij aangenaam verrast toen Diplomatie een gala kreeg op de Berlinale, vooral omdat het zo leuk aansloot op George Clooneys The Monuments Men. Schlöndorff: „We deelden zelfs de twee SS’ers die vlak voor de verwoesting van Parijs nog wat stukken uit het Louvre kwamen roven voor Himmler, maar de Mona Lisa lieten hangen. Logisch: die twee kwamen ook echt langs.” Dat de filmpers Diplomatie verkoos boven Clooneys pompeuze epos, verraste Schlöndorff „zeer aangenaam”.

Wat maakt u geknipt voor ‘Diplomatie’?

„Ik heb af en aan de helft van mijn leven in Parijs gewoond. Ik arriveerde in 1955 als zestienjarige Duitse scholier voor een uitwisseling. Parijs beviel zo goed dat ik bleef: twee maanden werden tien jaar. Met mijn klasgenoot, de latere regisseur Bernard Tavenier, raakte ik bezeten van film. Tavenier rolde erin via de journalistiek, ik als regieassistent van Alain Resnais, Herman Melville en Louis Malle. Bij de opname van Zazie dans le métro leerde ik in 1960 elke straat van de stad kennen. Ik ben gek op Parijs.”

Voelde u als jongen geen onderhuidse woede van de Fransen jegens Duitsers?

„Daar heeft uw land meer last van. In Parijs ervoer ik eerder nieuwsgierigheid. Wat voor beest is dat, een Duitser van de volgende generatie? Ik zat in 1956 in de zaal bij Nuit et Brouillard, de eerste film over de Holocaust. Na afloop dacht ik: nu staat de hele zaal op en kijkt mij aan. Waarom heb jij het gedaan? Maar niks, ze wilden alleen praten. Daarom is deze film voor mij zo persoonlijk. Stel dat Von Choltitz wel bevel had gegeven Parijs te vernietigen? Dan was ik niet welkom geweest in Parijs.”

In de oorlogsfilm ‘Is Paris Burning’ speelt Orson Welles consul Nordling en Gert Fröbe Von Choltitz, die meteen Hitlers plannen saboteert.

„Fröbe las indertijd de autobiografie waarin Von Choltitz zichzelf opvoerde als een soort verzetsstrijder. De waarheid is dat Von Choltitz een overtuigd nazi was en niks met kunst of Parijs had. Hij was als grondcommandant betrokken bij het bombardement op Rotterdam, een oorlogsmisdaad. Hij verwoestte Sebastopol en regelde het samendrijven van Joden op de Krim. Hitler stuurde hem naar Parijs omdat hij elk bevel blindelings gehoorzaamde. En bij aankomst ondermijnde Von Choltitz direct alle bruggen, liet extra genie-eenheden aanrukken en een kanon waarmee hij half Parijs kon platschieten.”

Waarom heeft hij de stad dan gespaard?

„Velen denken dat het verzet, dat half Parijs in handen had, het onmogelijk maakte Hitlers bevel uit te voeren. Of dat Von Choltitz ontmoedigd was door een bezoek aan Hitler, die bevend stond te raaskallen na een bomaanslag. In het toneelstuk is hij een beperkte geest, een telg uit een generaalsgeslacht die alleen denkt aan de familienaam. Besmeurt hij die als hij zijn eed breekt of als hij Parijs verwoest? Consul Nordling praat hem uit dat dilemma.”

En u denkt?

„Eigenlijk vermoed ik dat Von Choltitz een opportunistische deal sloot met de geallieerden. Ondanks zijn misdaden zat hij maar twee jaar in een comfortabel krijgsgevangenenkamp en kreeg daarna zijn generaalspensioen. Maar er is ruimte voor speculatie, wat fijn is voor mijn film.”

In uw film botst militaire en diplomatieke logica, de wolf en de vos...

„Diplomaat Raoul Nordling is een trickster die argumenten, leugens, bluf en intimidatie gebruikt. Alles wat helpt om Parijs te redden. De generaal zit gevangen in een ijzeren harnas, hij moet de ingang vinden naar zijn menselijke, zachte plekken.”

De Pruisische versus de Parijse geest?

„Goed dat u Parijs zegt, niet Frans. Dit is geen bunkerdrama zoals Der Untergang. Het decor is een zeer verfijnd hotel, La Meurice, met uitzicht op de Tuilerieën. In Von Choltitz’ suite zou keizer Napoleon III zijn courtisane hebben bezocht. Dat element van froufrou en belle époque verluchtigt niet alleen het drama, maar werkt ook in op Von Choltitz. Parijs is geen abstractie, het is bijna een persoon.”

Dit is pas uw tweede toneelverfilming na ‘Death of a Salesman’. Waarom adapteerde u zo vaak literatuur?

„Regisseur Billy Wilder vroeg me dat ooit ook. Wat moet je toch met die boeken? Onmogelijk lang en zo moeilijk om tot scenario in te koken. Neem liever een toneelstuk: gordijn omhoog, stuk of wat akten, climax, doek: daar is je filmstructuur. De meeste films van Wilder zijn bewerkte Hongaarse en Oostenrijkse boulevardstukken uit de jaren dertig. Na Diplomatie moet ik toegeven: het was aangenaam en makkelijk. Misschien had hij gelijk.”