Waarom Rwanda het beter doet dan Kenia

Met een verwijzing naar het keurig aangeveegde Kigali moppert oppositiepoliticus Gerald Karangwa Semushi: „Ja de stad is schoon, maar is iedereen schoon van binnen?” Oppositievoeren in Rwanda is een hels karwei. Niet alleen omdat president Paul Kagame elk dissident geluid als verraderlijk bestempelt, maar omdat de Rwandezen het onder zijn regering beter hebben dan ooit. Hoe werd dat economisch succesverhaal mogelijk?

Een Rwandese politicus trekt een gezicht alsof hij een nieuwigheidje gaat vertellen, alsof Kagame een nieuw bestuurssysteem voor Afrika bedacht. „Ons politiek bestel is gebaseerd op de dienstverlening door de ambtenarij aan burgers”. Vergeefs wacht ik op nadere uitleg. Ik vraag me af wat er nieuw aan is wanneer een regering regeert in het belang van de burgers, wanneer politici aanhang bouwen op basis van hun prestaties? Maar hij heeft gelijk, een overheid die zich over zijn burgers ontfermt, is bijzonder.

Want het patronagesysteem is gewoon in Afrika. Neem Kenia. Een regeringscoalitie van de tribale groepen Kikuyu en Kalenjin regeert. Vicepresident Ruto moet een Kalenjin-elite tevreden houden, president Kenyatta de Kikuyu. Hoge Kalenjins en Kikuyu’s krijgen posten in het staatsapparaat die ze inzetten voor kansen in de privé-sector. Door hun salaris en corruptie kunnen ze een blok van medestanders opbouwen, een clientèle die weer zorg draagt voor banen en contracten voor leden van de tribale groep op lager niveau. De arme boer vraagt om schoolgeld of een bijdrage voor zijn zieke kind aan een beschermheer in dit patronageraamwerk. Dit informele netwerk vormt de basis van de meeste bestuurssystemen. Corruptie is de regel.

V olgens de goed ingevoerde Oegandese journalist Andrew Mwenda praktiseerde Rwanda tot eind jaren 90 hetzelfde patronagesysteem: de meerderheid van Hutu’s kreeg hoge posities en kansen. Maar de Hutu-elite liet de vruchten niet doorsijpelen naar de Hutu-massa, mede doordat de ware machthebbers de Tutsi’s bleven van het Rwandese Patriottische Front (RPF) van Kagame.

Kagame gooide eind jaren 90 het roer om. „De legitimiteit van de regering werd afhankelijk van de goodwill van invloedrijke Hutu-elites die de president niet kon controleren. Daarom besloot het RPF rechtstreeks met de Hutu-massa te werken om hun harten te winnen”, schrijft Mwenda in zijn blad The Independent. „Naarmate de regering diensten ging leveren aan het volk, verwierf ze de steun.”

Rwanda kon zo een van de minst corrupte staten van Afrika worden met forse groei en sociale vooruitgang. Miljoenen door corruptie geplaagde inwoners van andere Afrikaanse staten spreken er lovend over. Ook hun landen boeken stevige groei maar door het patronagesysteem blijft er te veel aan de strijkstok hangen om iedereen te laten profiteren.

De keerzijde van de Rwandese medaille is het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en de grote invloed van de veiligheidsdiensten. Rwanda is geen florerende democratie en eens zal de opkomende middenklasse meer openheid eisen. „Wat heeft mijn leven voor zin als ik me niet kan uiten”, zegt Gerald Karangwa Semushi. De binnenlandse oppositie is geïntimideerd en de opposanten in het buitenland blijven zich herhalen in vertogen over competitie tussen Hutu’s en Tutsi’s. Ze bleven steken in het conflict van het verleden en Rwandezen scharen zich liever achter Kagame wegens zijn successen.

Wat is belangrijker voor een democratie, het recht op het vrije woord of op sociale zekerheid? Er bestaat veel meer meningsvrijheid in Kenia, maar de Rwandezen kennen meer sociale vooruitgang. Het gebrek aan vrijheid in Rwanda wekt wrevel tegen Kagame. Het gebrek aan sociale zekerheid in Kenia vergroot de kans op een sociale explosie.