Vierduizend stuks ‘prutswerk’

Robbert de B. wordt ervan verdacht meer dan 4.000 valse Anton Heyboers te hebben verkocht. Gisteren eiste de officier een jaar gevangenisstraf. Maar ach, „het is allemaal waardeloos”.

Kunstenaar Anton Heyboer, die 140.000 kunstwerken heeft geproduceerd. Hij overleed in 2005.
Kunstenaar Anton Heyboer, die 140.000 kunstwerken heeft geproduceerd. Hij overleed in 2005. Foto ANP

Hij wilde niet zeggen of hij ze zelf heeft gemaakt. Ook niet waar hij ze vandaan heeft; hij zou anderen ermee in problemen kunnen brengen. Maar verdachte Robbert de B. wilde wel kwijt, graag zelfs, dat hij de werken die hij gedurende acht jaar aan de Heyboerwinkel in Amsterdam verkocht absoluut prutswerk vindt. „Beneden alle peil.”

De 72-jarige graficus, opgeleid aan de Rijksakademie in Amsterdam, herhaalde het talloze keren in de zes uur durende zitting, gisteren in de rechtbank in Amsterdam, waar hij terechtstond voor oplichting. Hij neemt de „waardeloze” werken „niet au sérieux”. Nee zeg. „Allemaal van die poppetjes en streepjes.”

De Heyboerwinkel aan de Prinsengracht in Amsterdam verkocht de etsen als werken van de in 2005 overleden kunstenaar Anton Heyboer. Ze vertelden dat ze stamden uit een verloren gewaande periode, een gat in het oeuvre van Heyboer: de Haarlemse jaren vijftig. Heyboers echtgenote uit die tijd, Erna Kramer, meent dat de werken echt zijn. De weduwen van Heyboer, de vrouwen met wie hij samenwoonde op een boerderij in Den Ilp, menen dat ze vals zijn.

De B. nam het werk zo weinig serieus dat alle vragen – wie, wat, waar, hoe? – hem eigenlijk niet kunnen boeien, zo probeerde hij gisteren in de rechtszaal telkens opnieuw duidelijk te maken. De gedachte: niet serieuze werken kunnen geen serieuze zaak waard zijn. Bovendien „duizelden” hem de grote bedragen. Volgens hem heeft hij slechts achthonderd werken aan de galerie verkocht, niet vierduizend. Het kan hoogstens om 80.000 euro in totaal gaan, niet om 200.000 euro, zoals de galerie beweert.

Het OM, dat in 2012 een onderzoek naar de echtheid van de etsen begon na aangifte van een van de weduwen-Heyboer, vindt de zaak wel belangrijk en eiste gisteren twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, voor oplichting.

Het OM betwijfelt ook niet dat het om 4.000 werken gaat. Het OM vindt het ook onwaarschijnlijk dat er nog 4.000 werken van Heyboer uit de jaren vijftig ergens verscholen waren, alvorens De B. ze via de galerie op de markt bracht.

Het OM acht bewezen dat de handtekeningen op de betwiste etsen zijn vervalst en wijst erop dat enkele papieren een calciumgehalte hebben dat pas in de jaren tachtig gewoon werd. Bovendien zijn enkele van de etsen voorzien van de opmerking: 2/12. Ofwel: tweede uit een serie van twaalf. Betrapt, want kenners weten dat Heyboer nooit series maakte die meer dan negen exemplaren bevatten.

Dat kan zo zijn, zegt De B.’s advocaat, maar als dat zo is, dan zijn de twee „zelfverklaarde Heyboerkenners” uit de galerie op zijn minst medeplichtig. Want zij behoren dit te weten. Toch verkochten ze de werken, waarvan ze zelfs nu nog volhouden dat ze echt zijn. Vreemd, meent de advocaat, want ze lieten De B. opsluiten in hun winkel, noemden hem een oplichter en haalden de politie erbij.

Tijdens de zitting trok de advocaat in twijfel of De B. ooit heeft beweerd dat de etsen daadwerkelijk van Heyboer waren. Of vals. Tegen de galeriehouders hoefde hij dat niet zeggen, zei De B., want die vroegen nergens naar. „Ze waren dolbij en vroegen direct of ik hier niet meer van had.” Ze schreven nooit een bonnetje, vroegen jarenlang niet naar De B.’s naam en zeiden dat ze met hun kennersoog direct konden zien dat het werk echt was.

Het bleek een sterk element uit de verdediging. Minder sterk waren de talloze tegenstrijdigheden in De B.’s summiere antwoorden. Soms had hij de etsen ergens gekocht, dan had hij ze weer ergens „opgehaald”, omdat hij wist waar ze lagen. Dan zei hij weer niets te willen zeggen.

Rechter: „U zegt dus ook niet: ik heb het niet gedaan.”

De B.: „Nee, dat klopt.” En, mompelend daar achteraan: „Het is een mysterie.”

Het helpt hem niet dat er op internet een foto circuleert, van nog geen twee jaar geleden, waarop De B. te zien is in Thailand, zwaaiend met een schilderijtje van Manet. De B. haast zich daaraan toe te voegen: „Een reproductie.”

En tegenover de politie veroorloofde hij zich een uitglijder. Terwijl hij tijdens verhoor weinig loslippig was, zei hij wel, over de betwiste Heyboer-etsen: „Ik ben er niet trots op dat ik beter werk maak dan Heyboer.” Na interventie van de advocaat corrigeerde hij zichzelf: „zou hebben gemaakt”.

De rechter: „Maar vindt u dit werk dan beter dan dat van Heyboer?” Nee, antwoordde De B. gisteren: anderen zeggen dat dit de mooiste Heyboers zijn. „Ik zeg: het is waardeloos.”

De rechter doet uitspraak op 6 mei.