Verslavende glamour van de piraterij

In de deels geanimeerde documentaire ‘Last Hijack’ volgen we een Somalische piraat. „Het is een gangsterleven : qat kauwen, stoned zijn, met geld smijten.”

Voor Femke Wolting waren het beelden van spichtige Somalische mannen die containerschepen of supertankers beklimmen. Mieren op een stampende muur van metaal, de AK-47 op de rug, hun eigen bootje vaak al gezonken. Levensgevaarlijk. „En zo filmisch”, zegt Wolting.

Last Hijack bekijkt de Somalische piraterij vanuit het perspectief van de 32-jarige piraat Mohamed Nura. Letterlijk, want juist als het spannend wordt, ontbreken camerabeelden. Daar neemt de animatie het over, die Nura’s verhalen, dromen en angsten – het enteren en doorzoeken van een containerschip, een piraat die als reuzenvogel Rok een schip uit zee plukt – omzet in beelden. Last Hijack past daarmee in een jonge traditie van geanimeerde documentaires als Waltz With Bashir (de Israëlische invasie in Libanon van 1982), Camp 14: Total Control Zone (Noord-Koreaanse dodenkampen) of The Missing Picture (de terreur van de Rode Khmer). Kleipoppetjes of computeranimatie gemixt met olieverf (The Last Hijack) vertellen het verhaal een stuk interessanter dan pratende hoofden, archiefmateriaal of sfeerbeelden.

Last Hijack, van het in interactieve mediaprojecten gespecialiseerde Submarine, opende in februari het documentaireprogramma van de Berlinale. Wolting werkt nu met haar partner Tommy Pallotta in Los Angeles aan een speelfilm, opnieuw half animatie, half ‘live action’, waar ze niks over mag zeggen. Wolting, per telefoon: „Het idee achter Last Hijack was aanvankelijk: hoe overleef je in een ‘failed state’ als Somalië, dat al twintig jaar in staat van burgeroorlog verkeert? Een land waar politie, ziekenhuizen, scholen of wegenonderhoud vrijwel ontbreken, waar je kan sterven van de honger.”

Voor een generatie Somalische mannen leek piraterij tien jaar geleden een lucratief, avontuurlijk en glamoureus alternatief. Het antwoord liet even op zich wachten: reders voeren met een ruimere boog om de Hoorn van Afrika, getroffen landen stuurden marinefregatten voor de Combined Taskforce 150. Het probleem was aanvankelijk dat men Somalische piraten vaak na foto’s en vingerafdrukken met een strenge schrobbering weer op het strand afzette. Berechten betekende asiel verlenen: na hun celstraf kunnen ze niet terug, want in Somalië staat op piraterij formeel de doodstraf. Zo werd piraterij een win-winsituatie: of losgeld, of een luxecel met asiel na afloop, en in het ergste geval boot en wapens kwijt.

Inmiddels mogen reders gewapende huurlingen inhuren, wat niet tot de gevreesde wapenwedloop op zee heeft geleid. Sinds begin 2013 is er geen schip meer gekaapt voor de Somalische kust. Het maakt Last Hijack, net als de Deense speelfilm Kapringen of actiethriller Captain Phillips met Tom Hanks, tot een historisch film. Mohamed Nura beseft dat de gouden jaren achter hem liggen: als hij zegt dat „de oceaan veranderde in een zwembad vol bankbiljetten”, klinkt dat nostalgisch. Nura wil nu trouwen en settelen, vader, schoonvader en bruid eisen dan wel dat hij met piraterij stopt. Maar voor een schijntje zwoegen in de steengroeve valt niet mee als je gewend bent geraakt aan SUV met airco, mobiele telefoon en blingbling. Dat ze je eerbiedig ‘papa’ noemen, niet gewoon ‘vrind’.

Hoe film je in een land als Somalië?

Wolting: „We hebben onderschat hoe moeilijk het was piraten voor de camera te krijgen, alleen research kostte al anderhalf jaar. Voor Tommy en mij is het in Somalië te gevaarlijk. In Mogadishu kan je SUV’s met kogelvrij glas en een privélegertje van 15 man huren, zoals CNN doet. Dat levert niet echt ontspannen interviews op. Bovendien wilde niemand ons verzekeren, financiers van de film trokken zich terug als wij zelf onverzekerd het land in zouden gaan. We overwogen nog even om de film te baseren op verhalen van Somalische piraten in de gevangenis, maar daar kregen we nergens toestemming voor. En bovendien wilden we in Somalië filmen.

„In Somalië wemelt het van mediapiraten zoals Mr. Boja, een naam die je veel ziet opduiken. Hij is één keer op zee geweest, geloof ik. Wanneer je in zo’n land mensen betaalt om te praten, dan stikt het meteen van de fakepiraten. Echte piraten zwijgen vaak omdat ze ervan dromen nog eens naar Kenia of Europa te gaan.

„We hebben een groot aantal piraten geïnterviewd, en ook een paar neppiraten. Je ziet die dan op tape met elkaar praten. ‘Dan speel jij die piraat die gescheiden is en ik de piraat met drie kinderen.’ ”

Hoe losten jullie dat op?

„We vonden Jamal Osman, een ervaren fixer die voor Channel 4 reportages had gemaakt, en koppelden hem aan cameraman Ahmed Farah, die in Breda heeft gestudeerd. We hebben in Amsterdam van tevoren geoefend, de visuele stijl ontwikkeld en alles uitgeschreven in scènes, shots en vragen. Tijdens het filmen hielden we de hele dag telefonisch contact vanuit Amsterdam. Somalië heeft een verbazingwekkend goed mobiel netwerk.

„Na lang zoeken vond hij Mohamed Nura. We vielen op hem omdat hij een zekere onafhankelijkheid had, het was niet zo’n jochie die door de bazen op zo’n bootje wordt geschoven. Hij organiseerde zijn eigen kapingen. En zijn verhaal ontroerde ons ook, vooral toen we zijn ouders leerden kennen, die hoopten dat de documentaire hem zou helpen te breken met piraterij.”

Zijn piraten wel zo impopulair in Somalië als jullie stellen?

„In de eerste jaren waren piraten heel populair. Het begon toen westerse en Aziatische trawlers de visgronden voor de Somalische kust leegvisten. De economie van vissersdorpen stortte in, en als reactie vielen sommige vissers trawlers aan en eisten geld. In een situatie van honger en oorlog smaakte dat natuurlijk naar meer, en zo ging men op jacht naar groter wild.

„In Somalië wilde iedereen op een gegeven moment piraat worden. De economie kreeg echt een boost: allemaal winkeltjes en markten met boten, buitenboordmotors, proviand, wapens, enterladders. Vergeet niet dat mensen van honger sterven in Somalië. Dan grijp je elke kans.”

U stelt dat ‘een generatie mannen’ aan piraterij verloren ging. Dat lijkt me nogal overdreven.

„Ik bedoel niet zozeer dat ze op zee omkwamen, al zijn er veel verdronken. Het gaat om de levensstijl. Die is verslavend, de titel Last Hijack verwijst daar ook naar. Nog één keer, one last shot. Het is gangsterleven op z’n Somalisch: qat kauwen, stoned zijn, met geld smijten. Ze kopen een auto, een mobieltje, wonen in een hotel en dumpen vrouw en kinderen. Mohamed Nura heeft elf kinderen bij vier vrouwen. Piraterij ondermijnt de traditionele cultuur, dat wekt enorme irritatie bij ouderen. Al die verstoten vrouwen en kinderen zijn verder aangewezen op hun familie of liefdadigheid.”

Is die irritatie niet hypocriet? Ze huwden hun dochters niet uit als Mohamed arm was. Ze zijn tegen piraterij, niet tegen piratengeld.

„Er zit een zekere dubbelzinnigheid in. In Last Hijack zie je dat Mohameds vader, die zo fel tegen piraterij is, in zijn jonge dagen ook een soort crimineel was.”

En nu? Met piraterij valt geen droog brood meer te verdienen, wat moet zo’n type als Mohamed Nura?

„Je ziet de Somalische visserij zich een beetje herstellen. Trawlers wagen zich niet meer in Somalische wateren, dus met de visstand gaat het beter. Maar voor mannen als Mohamed is het moeilijk om zich aan te passen aan een rustig burgerleven. Het laatste wat ik hoorde, was dat hij bewaker wilde worden in Puntland, in het noorden. Grappig: huur een piraat. Maar ook treurig. Ze kopen dan een tweedehands uniform op de markt en hangen rond voor het gemeentehuis in de hoop dat ze worden ingehuurd. Het is Mohamed nog niet gelukt.”